Het zesde Gravensteenmanifest: BHV en de "Belgische" tussentaal. Wanbegrip en ontaal vergiftigen de democratie.

De gebeurtenissen van de afgelopen maand hebben ondubbelzinnig aangetoond dat verder aanmodderen met het beleid binnen het bestaande institutionele kader niet langer kan. Dit hoeft niet te verwonderen, aangezien de beleidsmakers tot nu nog altijd vertrekken van de eenheid van het land België. De realiteit is echter dat die eenheid niet bestaat. Er zijn in wezen twee gemeenschappen, met elk hun eigen kenmerken, opvattingen en cultuur. Er bestaat geen gemeenschappelijke "Belgische" cultuur, als gemiddelde tussen beide gemeenschapsculturen. Het resultaat is dat beleidskeuzen altijd onaangepast zijn aan de realiteit van de gemeenschappen. De BHV-problematiek heeft dit ten overvloede aangetoond.

 

In Vlaanderen overheerst de territorialiteitsopvatting. De Franstaligen, met de Franstalige Brusselse partijen als voortrekkers, aanvaarden dit niet en stellen daar de personalistische opvatting van de (onbeperkte) individuele rechten tegenover. Niet in Wallonië wel te verstaan, want daar heerst onverkort eveneens het territorialiteitsprincipe. Het is slechts in Vlaanderen dat de Franstalige politici het personenrecht hanteren, met de bedoeling om er na verloop van tijd een grenscorrectie te realiseren. Dit personenrecht heeft dus in het verleden steeds geleid tot territoriale aanspraken. Door (rijke of arme, autochtone of allochtone) Franssprekenden in de Vlaamse Rand rond Brussel uitzicht te geven op territoriale rechten, hopen Franstalige politici stukje voor stukje gebied los te wrikken uit Vlaams-Brabant.

 

Zolang de Vlaamse politici dit spel op "Belgische" manier willen meespelen, zullen ze zich uit eerlijke schaamte genoopt zien om de zaken anders voor te stellen dan ze zijn. Hun woordenschat past zich dan aan deze manipulerende "spin" aan. Dit heeft niet alleen een inflatoir politiek taalgebruik tot gevolg, maar ook een regelrechte desinformatie van het eigen kiespubliek. De Gravensteengroep vindt dit niet meer geloofwaardig.

 

Is het nog geloofwaardig te beweren dat men de democratische besluitvorming aanhangt, als de meerderheid op vlakken mag spelen, behalve op het communautaire? In de federale regering wordt de Vlaamse meerderheid immers niet weerspiegeld, en in het federale parlement wordt ze met grendels en alarmbellen buitenspel gezet. Academisch ogende maar vaak onwaarschijnlijke redeneringen over consensusdemocratie worden opgezet om deze neutralisering van de meerderheidsregel te rechtvaardigen.

 

Is het nog geloofwaardig te beweren dat de federale regering op haar verschillende "werven" dan toch zoveel vooruitgang had geboekt? Of is het misschien veeleer zo dat ook in de schoot van deze regering de wederzijdse blokkades tot een bijna absolute stilstand en een ondertussen voor België typisch non-governo hebben geleid? En dat, waar de regering de indruk gaf in consensus te regeren, dit bijvoorbeeld in het asielbeleid een mensonterende chaos heeft veroorzaakt?

 

Is het, terugkijkend op de voorbije drie jaar, nog geloofwaardig te verzekeren dat in dit bestel bemiddelaars bemiddelen, onderhandelaars onderhandelen, informateurs zich informeren en opdrachthouders dragers van opdrachten zijn? Of ging het toch telkens om de tijdwinst van weer een maand méér?

 

Is het nog geloofwaardig wanneer de ghostwriters van de koninklijke toespraken ons elk jaar weer voorspiegelen dat deze staat kracht put uit de dialoog en uit de "ontmoeting" tussen twee volkeren?

 

Is het nog geloofwaardig te blijven stellen dat de overdaad aan belangenconflicten, procedures, alarmbellen, grendels en evocaties in kamer en senaat heeft geholpen om de conflicten te regelen? Dat (zoals de wet het vraagt) de politici van de zo verworven bezinningstijd gebruik zouden hebben gemaakt om ondertussen tot een vergelijk te komen?

 

Is het trouwens nog geloofwaardig als men er heel Vlaanderen voortdurend op wijst dat het "zonder onderhandelingen niet zal gaan", daar waar Vlaamse "verantwoordelijke" politici zich juist in zulke onderhandelingen tot een slijtageslag hebben laten verleiden, soms met zware gevolgen, niet alleen voor hun partij, maar ook voor hun persoon?

 

Is het nog geloofwaardig te stellen dat aandacht voor het "kleine probleem" van de kieskring BHV een belemmering zou betekenen voor de strijd tegen werkloosheid en sociale achteruitgang? Of is het misschien veeleer zo dat juist de oplossing van die communautaire problemen kan bijdragen tot een betere afstemming van het beleid op de noden van de gemeenschappen?

 

Is het ten slotte geloofwaardig te blijven suggereren dat met hun territorialiteitsbeginsel de Vlamingen rechts en ondemocratisch zijn, en dat de Franstalige expansionisten daarentegen de multiculturele democratie en de mensenrechten zelf belichamen? Vooral de mantra dat het niet kan dat de Vlaamse gemeenschap "eenzijdig haar wil oplegt" aan de Franstalige gemeenschap begint na een decennium ietwat hol te klinken. Als een Vlaams wetsvoorstel niet eens voorbij de agendering geraakt, dan is misschien het omgekeerde het geval.

 

Al deze halve en hele onwaarheden en suggesties leiden tot vergiftiging van het politieke spreken. Woorden die niet meer slaan waarop ze geacht worden te slaan vormen stilaan een vervuiling van het democratische taalgebruik. De nevelige concepten van de zogenaamde consensusdemocratie kunnen nu eenmaal slechts in wolkige bewoordingen worden uitgedrukt; maar beide worden ook bewust ingezet om afdoende oplossingen tegen te gaan. Deze Belgische wantaal wil kost wat kost maskeren dat het Belgische bestel op antagonismen is gebouwd die nu eenmaal niet met wat goede wil en zonder meer te "verzoenen" zijn. De politiek zal er de komende jaren dan ook helemaal anders moeten mee omgaan dan in het recente verleden: niet door de tegenstellingen te verdoezelen, maar door ze te benoemen en te erkennen.

 

De inzet van de politiek die de Gravensteengroep voorstaat is nochtans klaar en duidelijk: 1. de eerbiediging van de culturele en politieke eigenheid van de Vlaamse Gemeenschap; 2. een wettelijk afgebakend Vlaams territorium zoals van eender welk ander land in de wereld; en 3. als middel daartoe, een staatshervorming die de structuren van deze staat confederaal maakt. Dit is een helder democratisch perspectief. Blijft men het negeren, dan zal op termijn niet alleen BHV, maar de hele staat gesplitst worden.

 

 

Klik hier voor de PDF-versie van het manifest.