Dankwoord van Nelly Maes bij de uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw, in het stadhuis te Sint-Niklaas op 28 juni 2014

Dankwoord van Nelly Maes bij de uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw, in het stadhuis te Sint-Niklaas op 28 juni 2014

Pleidooi voor verbreding en verdieping van de Vlaamse Beweging

Nelly Maes schreef een interessant pleidooi voor verbreding en verdieping van de Vlaamse Beweging. Het gaat om een tekst die ze uitsprak als dankwoord bij de uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw. In feite is ze de eerste Vlaamse Leeuwin in deze Orde: geen enkele andere vrouw prijkt op het palmares sinds 1971, toen deze onderscheiding voor het eerst werd verleend. Ze is wel het vierde lid van de Gravensteengroep die de plaquette mee naar huis mocht nemen, na Ludo Abicht (1998), Frans-Jos Verdoodt (2008) en Jean-Pierre Rondas (2011). Waarom ze de orde krijgt staat op ongeveer elke bladzijde van haar autobiografie Ongebonden best (Pelckmans).

Beste vrienden,
Dames en heren,

 

De opname in de Orde van de Vlaamse Leeuw maakt me gelukkig en trots. Niet alleen omwille van de redenen die voor deze toekenning werden vermeld en de pluralistische geest in de procedure ervan, maar ook omwille van het belang van mijn voorgangers.
Ik dank voorzitter Matthias Storme voor de mooie woorden in zijn laudatio.
Maar vooral ben ik dankbaar voor de Vlaamse Beweging met haar culturele dimensie, die de richting bepaalde die ik in mijn leven zou inslaan.

 

Over deze culturele dimensie wil ik het hier met u hebben. Ze is immers diep verbonden met onze identiteit als persoon en onze identiteit als gemeenschap. Ze omvat tal van componenten: de eigen taal, de eigen waarden en overtuigingen, onze visie op de historische evolutie, de verbondenheid met de streek, haar cultureel erfgoed en haar natuurschoon, onze relatie met andere volkeren en culturen, onze visie op de toekomst: dat alles maakt deel uit van die culturele dimensie. Dat alles vinden we ook terug in het werk van onze kunstenaars, schrijvers, dichters en musici. De strijd voor zelfbeschikking overstijgt daardoor het zuiver materiële.

 

Cultuur geeft een gevoel van eigenwaarde aan wie gediscrimineerd en geminacht wordt. ‘Geus’ en ‘brigand’ werden eretitels, en het ‘sale flamin’ doet ons glimlachen en kan ons niet meer kwetsen, ook al was dit de bedoeling. Cultuur geeft dus ook weerbaarheid aan minderheden. Zijn we in deze geglobaliseerde wereld niet allemaal minderheden? Daarvan moeten we ons bewust zijn in onze contacten met medemensen die van elders komen, die etnisch verschillen, en die een andere cultuur als achtergrond hebben. Op reis zoeken we deze verschillen immers ook enthousiast op, uit nostalgie naar de zogenaamde authenticiteit …

 

Ook de idee van Vlaanderen als staat in Europa wortelt in deze culturele dimensie. Anton van Wilderode verwoordde de belofte die Europa inhoudt als volgt:

 

De wereld die wij willen is Europa
uit zoveel eeuwen ongeduld verzameld
en toegezegd aan wie geen wanhoop kennen.

 

Daarin past een onvergrendeld Vlaanderen, een ongekooide meerderheid in een België dat langzaam oplost of confederaal wordt. Maar de culturele dimensie is ook de bron van de droom van een vrije en rechtvaardige samenleving waarin elk mens, niet enkel in Vlaanderen maar in heel de wereld in waardigheid kan leven in de gemeenschap waarin hij of zij geboren wordt of leeft.

 

De filosofen van het federalisme leerden het ons: wij leven in kringen. Als democratische burgers dragen we de onmiddellijke verantwoordelijkheid voor de kring van de Vlaamse gemeenschap. Binnen deze kring willen we het welzijn van alle burgers mogelijk maken, en aan deze kring willen we de rechtmatige plaats in Europa bezorgen. Daarom kiezen wij via de politieke partijen de vertegenwoordigers die dat in de dagdagelijkse praktijk waar moeten maken. Het was mijn passie om mee te werken aan de erkenning en de uitbouw van deze eigen kring, maar ook aan de sociaaleconomische en culturele invulling ervan, en aan de inbedding ervan in Europa en de wereld. Daarom koos ik voor de Volksunie.

 

In de jaren zestig moesten wij het doen met een minderheid van bewuste Vlamingen, in coalities met partijen die het unitaire België prefereerden als belangrijkste kring, boven Vlaanderen of tegen Vlaanderen.
Vooraleer de ‘Vlaamse volkskracht’ (Lodewijk De Raet) zich politiek kon manifesteren werd de Vlaamse meerderheid vergrendeld door de Grendelgrondwet van 1970-1971. Met die handicap sleepten we doorheen vijf Belgische staatshervormingen een eigen Vlaams Parlement en een eigen Vlaamse regering uit de brand.
Maar het werk is niet af. De zesde staatshervorming kwam er zonder ons en grotendeels tegen de Vlaamsgezinden. Daarenboven moet ze nog uitgevoerd worden. Dat wordt opnieuw een gevecht voor elke kruimel bevoegdheid, een gevecht om de Vlamingen zeggenschap te geven over wat zij zelf bijdragen aan het Belgisch BNP.

 

De grote mechanismen van de macht, namelijk het innen van de belastingen, en de herverdeling van de Belgische rijkdom die grotendeels tot stand wordt gebracht door Vlaamse werkkracht, door Vlaamse ondernemingen en door export van uit Vlaanderen, dat blijft allemaal blijft federaal en blijft dus buiten de invloedssfeer van het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering. Hoe de toekomstige federale regering er uit zal zien doet er hier niet toe, want een zevende staatshervorming komt er de volgende vijf jaar niet.

 

Intussen neemt de armoede toe en verliezen we arbeidsplaatsen en marktaandeel. De kar van het Vlaams trekpaard wordt overladen en raakt achterop, niet alleen ten nadele van Vlaanderen maar ook van de staat België. Er is dus een stevige Vlaams politieke strategie nodig met echte Vlaamse partijen: niet enkel Vlaams centrumrechtsen maar ook Vlaamsbewuste linksen en groenen die Vlaanderen zien als hun res publica.

 

Daarom pleit ik hier voor een Copernicaanse revolutie in de geesten van alle partijen die zich aan de Vlaamse kiezers voorstellen. Vlaanderen is meer dan een kiesomschrijving, de Vlamingen zijn meer dan consumenten van de welvaartstaat.
Ook de banken, de economische machten, de sociale partners, het patronaat en de vakbonden moeten zich bewust worden van de veranderingen, niet enkel in de Belgische instellingen maar in heel Europa en de wereld. De wereld is geglobaliseerd en wij moeten er als Vlaamse gemeenschap onze plaats in vinden door onze creativiteit, onze werkkracht en onze hersens in te zetten.
Onze gemeenschap is niet meer die homogeen Vlaams sprekende meerderheid in België die ijvert voor werk in eigen steek en die zelfbestuur wil veroveren op een arrogant, unitair en door Franstaligen beheerst België. De uitdagingen van vandaag zijn veel complexer.

 

Zo wordt het Nederlands nog altijd bedreigd, maar in tegenstelling tot vroeger niet enkel door arrogante Franstaligen in Brussel en de Rand. Het Nederlands als standaardtaal moet verdedigd worden, niet alleen in Europa maar ook in Vlaanderen. Nederlands als bindmiddel in onze multiculturele samenleving met anderstaligen, als emancipatiemiddel en als sleutel voor de toekomst van onze jongeren. Nederlands als instrument voor de vlotte samenwerking met Nederland en als lingua franca voor de Lage Landen.
Maar de Vlamingen verwachten veel meer dan de broodnodige institutionele veranderingen en de verdediging van taal en territorium alleen. Zij verwachten ook een antwoord op de vele veranderingen bij sommigen verwachtingen en ambities en dromen verwekken, maar bij anderen ook verontwaardiging en angst.

 

Dit antwoord kan niet enkel door institutionele veranderingen ingelost worden.
Voor Vlaams-nationalisten is een doorgedreven confederalisme of onafhankelijkheid inderdaad een eerste prioriteit. Maar kan de Vlaamse Beweging zich verengen tot die keuze? Aan dat Vlaanderen moet een maatschappelijke en culturele invulling gegeven worden. Die kan centrumrechts zijn maar voor anderen of in andere omstandigheden zal dat centrum-links zijn of rechts of links.

 

De Vlaamse Beweging heeft diverse facetten gekend: er waren mannen en vrouwen actief, kunstenaars, wetenschappers, economen en sociale hervormers, pastoors en vrijzinnigen, onderwijzers, arbeiders en boeren van rechts tot links. Wat betekent Vlaamse Beweging voor ecologisch of sociaal bewogen mensen? Wat belet hen voor haar open te staan? Is streven naar een groener Vlaanderen geen droom van ons allen? Wat is een rechtvaardig Vlaanderen voor de alleenstaande moeder, de weggesnoeide kassierster, voor de jonge Mohammed, de kleine gepensioneerde of de failliete drukker?

 

Ik pleit voor Vlaams-bewuste partijen ook als zij sociaal bewogen of ecologisch gemotiveerd zijn. Ik mis Rode en Groene Leeuwen. Het mogen ook panda's zijn, maar dan met een leeuwenhart.

 

 

Download hier deze bijdrage in PDF.

 

Share this
delen