Vragen van een lezende arbeider over homeopathie

Vragen van een lezende arbeider over homeopathie

(naar aanleiding van de Vlaamse regeringsvorming en de aanloop naar de federale Kamikaze-coalitie) – door Jean-Pierre Rondas

Er is een Vlaamse regering gevormd, bestaande uit N-VA, CD&V en in extremis ook OpenVLD. Op basis daarvan willen deze partijen ‘zich gezamenlijk presenteren’ aan de tafel van de federale regeringsonderhandelingen. Voor de Franstalige liberalen van MR betekent deze constructie inderdaad een kamikaze-opdracht: ze vertegenwoordigen slechts een vijfde van de Franstalige bevolking, en zouden toch als enige Franstalige partij in de regering zetelen. Maar deze kamikaze heeft ook federalistische en confederalistische kantjes. Wat het confederalisme betreft: wat wil N-VA eigenlijk bereiken in deze regeringen? Of laat de partij zich zo homeopathisch verdunnen dat er van deze emanatie van de Vlaamse beweging niet veel overblijft? 

Bij de verrassende mededeling dat de Vlaamse coalitie rond is en dat de aangekondigde federale kamikazecoalitie in de steigers staat (‘niets is wat het lijkt’) moest ik toch denken aan die hilarische foto waarop Bart De Wever, Peter De Rover, Jan Jambon en nog een partijgenoot-volksvertegenwoordiger in de Kamer zitten te kaarten. De dag nadien werd door het N-VA communicatiebureau geseind dat de voorzitter ook gewonnen had. In the end, The Wever wins. Ook nu weer. Hij heeft zijn figuurlijke boek tricolore kaarten uit zijn aktentas gehaald, en er samen met CD&V en Open VLD en MR een spelletje Belgisch kleurenwiezen mee gespeeld, en tenslotte voorspelbaar gewonnen. De verliezers heeft hij zover gekregen dat ze een van zijn meest tot de verbeelding sprekende voorstellen van vorig jaar graag wilden aanvaarden. Wat was toen de inzet? Dat hij had aangekondigd dat hij het liefst niet als N-VA, maar vanuit een Vlaamse regering met de Franstalige kandidaten voor een federale regering zou onderhandelen. De formulering is een paar keer afgezwakt, eerst was het not done voor Kris Peeters, dan weer was het een horreur voor Gwendolyn Rutten, maar nu zal het toch gebeuren: de Vlaamse partijen trekken ‘als Vlaamse regeringspartijen’ naar de federale onderhandelingstafel. Historisch eigenlijk. Nooit gezien in de Belgische staat. Een confederalistische stap.


Ondertussen valt ook op dat de Vlaamse coalitie een soort calque geworden is van De Wevers eigenste, Antwerpse coalitie: N-VA met CD&V en Open VLD. Niet moeilijk zal men zeggen, dit is gewoon een tweede van straks drie coalities zonder socialisten. Maar toch: sterk spel, temeer als men bedenkt dat hij op weg is een federale regering te vormen bestaande uit de Vlaamse Entente en de Belgische As. Qué? Wel, de ‘Entente’ van CD&V en N-VA enerzijds, en de ‘As’ van CD&V en MR anderzijds, waarover in de aanloop naar de verkiezingen zoveel sprake was. Symbolisch misschien, maar opnieuw: sterk spel, waarin de tegenstrevers tot medestanders zijn gemaneuvreerd.
Het wordt dus een kamikaze federale regering, omdat de MR zich als een kamikaze gedraagt. Niet als een ‘goddelijke wind’ (de letterlijke vertaling van dit Japanse woord) maar als een zelfmoordleger, omdat de liberalen van Charles Michel en Didier Reynders het aandurven als enige Franstalige partij in een door Vlamingen overheerste coalitie te stappen. Men durft er niet veel van te zeggen: Di Rupo niet, omdat hijzelf vrolijk heeft geregeerd met een Vlaamse minderheidsregering (een regering waarvan de Vlaamse vleugel geen meerderheid heeft bij de Vlaamse volksvertegenwoordigers in de Kamer). Liberalen zoals van Quickenborne, Rutten of Vanhengel niet omdat ze voor de verkiezingen vonden dat er gerust opnieuw een Vlaamse minderheidsregering mocht gevormd worden. En CD&V niet omdat deze partij zich die fantastische slogan van Yves Leterme herinnert, dat hij diegenen die het zouden aandurven met een Vlaamse minderheid te regeren, zou achtervolgen te land en ter zee en van De Panne tot Opgrimbie. Men herinnert zich nog de zin, maar niet meer naar aanleiding waarvan hij werd uitgesproken. Hierbij dus.


En precies dit zouden we nu van de Franstaligen verlangen, dat ze zich zouden neerleggen bij een veel eclatanter minderheid dan dat ene zeteltje dat de Vlamingen tekort kwamen? Zowel vertegenwoordigers van de Franstalige werkgevers als van de socialistische vakbond hebben erop gewezen dat de Franstaligen in zo’n regering niet ‘vertegenwoordigd’ zouden zijn. Dat is wat ze willen: representatie, een soort afspiegeling van de bevolking. Voeg daaraan toe het permanente gevoel van vernedering, minorisering, gebrek aan respect waaronder Walen en Brusselaars lijden, en het resultaat is een brisante mix. Niet dat er onmiddellijk een nieuwe André Renard zal opstaan, daarvoor zijn de voorwaarden niet vervuld. Maar Laurette Onkelinx is zich wel al aan het warmlopen voor een hete oppositie. Daarenboven zijn van haar al ettelijke uitspraken bekend waarin ze ronduit dreigt met ‘de straat’, een ‘straat’ waarvoor ze geen verantwoordelijkheid neemt, want ze zal ‘de mensen’ niet kunnen tegenhouden.


In dit licht gezien is het begrijpelijk dat de term kamikazecoalitie in Wallonië in zwang is geraakt. Het is ook moedig van MR om eraan te beginnen. Maar tegelijkertijd wordt de deelname van MR aan zo’n regering een recept voor het einde van België. Wat dan weer zou passen in een NVA-strategie om de Franstaligen zodanig met de consequenties van ‘België’ te confronteren dat ze er zelf genoeg van krijgen. Waarom? Dat heeft te maken met het verschil tussen federalisme en confederalisme.


Zo’n kamikaze-coalitie is immers een uiting van federalisme pur sang. De deelstaten vormen hun regering, het federale niveau ook, en omdat we toch met zijn allen Belg zijn maakt het niet uit door hoeveel Waalse of Vlaamse volksvertegenwoordigers de federale regering wordt gesteund, als ze maar een meerderheid heeft. Aandringen op een min of meer evenwichtige ‘representatie’ van Vlamingen of Franstaligen in de regeringsmeerderheid daarentegen (en dus de kamikaze van MR bestrijden) geeft blijk van een confederalistische houding. Maar het is wel duidelijk dat het federalisme door zo’n kamikaze tot het uiterste zal getest worden. Van Vlaamse kant aandringen op de kamikaze-coalitie betekent dus het hele bestel ex absurdo naar confederalisme laten evolueren. Terwijl FGTB (het Franstalige ABVV) door de kamikaze alleen nog maar te bestrijden, vanzelf in de richting confederalisme evolueert. Dat beseffen ze daar wel, maar voorlopig durven ze België nog niet expliciet in vraag te stellen. Dat komt nog wel.


We zullen snel zien hoe absurd een regering er zal uitzien waar het verplichte en trouwens oververtegenwoordigde Franstalige deel uit zeven ministers van een en dezelfde partij zal bestaan, een partij die niet eens tien percent van de hele Belgische bevolking vertegenwoordigt. Als men het evidente en intuïtief juiste ‘confederalistische’ element van een (weliswaar niet verplichte) meerderheidsvertegenwoordiging van Franstaligen of Vlamingen uit het Belgische pakket haalt, dan zou men evengoed andere, wel verplichte confederalistische elementen kunnen neutraliseren die niet evident zijn of zelfs contra-intuïtief. Een paritaire regering bijvoorbeeld, of de alarmbellen, of de overdaad aan vereiste bijzondere meerderheden, of de betonneringen, of de vele andere pariteiten en speciale regelingen die maken dat het democratische deficit in deze staat groter is dan elders in Europa. Kan N-VA zich met die grendels verzoenen, zelfs als die verzoening de prijs is voor een regering zonder socialisten? Of kan men dan toch in België iets veranderen doordat men langs deze grendels heen laveert? De tijd zal het uitwijzen, maar persoonlijk vrees ik ervoor: grendels blijven grendels.


Toch zou het kunnen dat zich hier een echte paradigmawissel voltrekt, die vooral tot uiting komt in de zinsnede dat de Vlaamse regeringspartijen zich ‘samen zouden aanbieden op het federale vlak’ (alhoewel tijdens de persconferentie vandaag 22 juli de formulering van Gwendolyn Rutten toch even anders luidde dan die van Bart De Wever).


Anderzijds is de vraag niet alleen of ze zichzelf gaan presenteren, maar wat ze gaan presenteren – en daarvan weten we niets. Wel weten we dat de inhoud afhankelijk is van de posities die de verschillende partijen tegenover elkaar innemen. Daarover is al veel gespeculeerd, maar laten we ons hier even beperken tot de positie van N-VA. Deze partij zal in deze regering omringd zijn door partijen die niet alleen in de meest extreme bewoordingen het communautaire deel van haar programma hebben uitgespuwd, maar gelijk de hele partij zelf, wat ze ook zegde of deed. De houding van Lütgen is hier helemaal niet uitzonderlijk; ze is alleen wat consequenter. Reynders: ‘Nous, c’est sans la N-VA’. Charles Michel: ‘nul komma nul vertrouwen in N-VA’. ‘N-VA heeft geen Franstalige partners’. Diezelfde Charles Michel liet ook weten dat hij nationalisme haatte uit de grond van zijn hart. We mogen toch veronderstellen dat deze mensen daar toch iets van zullen gemeend hebben? Voorzitter Beke van CD&V laat verstaan dat hij nog altijd een sterker Vlaanderen in een sterker land wil (net zoals Gwendolyn Rutten heeft hij op de persconferentie gewoon zijn campagneslogans herhaald). Een sterker land, daarmee bedoelt Beke ‘België versterken’. Zal N-VA België mee helpen versterken?


N-VA wil regeren, zoveel is duidelijk. Maar regeren om wat te doen? Of zal het eraan toegaan zoals overal elders in de Europese democratieën? Een kiesprogramma, dat wel, maar daarna gewoon regeren om te doen wat moet? Eenmaal aan de macht regeert men, en dat is het dan (zie de PvdA in Nederland). Om aan de macht te komen heeft N-VA zich al een paar keer homeopathisch verdund: voor de verkiezingen (de zogenaamde Bracke-bocht), dan tijdens de onderhandelingen voor de Vlaamse regering, en uiteraard nu nog een keer tijdens de onderhandelingen voor de federale regering. In de homeopathie kan men blijven verdunnen, maar geldt dat ook voor een politieke partij? Aan de Sp.a zien we wat er dan gebeurt.


Daarom toch, tot slot, enkele concrete vraagjes aan N-VA. Hoe zit het met de nog niet gerealiseerde punten van de aloude Vlaamse resoluties zoals eigen fiscaliteit en eigen sociale zekerheid? Gaan we daar nog voor, of nemen we de zegswijze van Groen en OpenVLD over, ‘het is absoluut genoeg geweest’? Hoe zit het met de nare kantjes (de kiezeltjes) van die zesde staatshervorming zelf? Worden die er bijgenomen, of anders gevraagd: zal er een verschil zijn tussen een uitvoering van die ‘zesde’ met of zonder N-VA en zo ja, welk? Hoe wordt er omgegaan met de 26 samenwerkingsakkoorden? Worden het allemaal ‘Meises’, ik bedoel, regelingen zoals voor de ‘gesplitste’ Plantentuin van Meise – wordt dit het droevige voorbeeld? Hoe zit het met de federale kieskring, waarvan de studie door de zesde staatshervorming werd besteld? Blijft het neen? Behoort de BMR (Brussels Metropolitan Region, nu Communauté Urbaine) tot die samenwerkingsakkoorden en heeft N-VA zich tijdens vorige besprekingen niet al laten verleiden om daar heel ‘redelijk’ in te zijn? Is het niet evident dat N-VA ofwel qua federale kieskring ofwel qua Communauté urbaine, ofwel qua beide heel inschikkelijk zal moeten zijn? Kortom, klopt het dat Vlaanderen-in-België hier stappen achteruit zal zetten die latere stappen vooruit onmogelijk zullen maken?

 

De Wever is een winner. Tactisch wint hij en kleurenwiezen kan hij (ik denk toch dat het dit spelletje was). Maar deze Fragen eines lesenden Arbeiters vragen om opheldering. Daarover bestaat niet de minste duidelijkheid. Maar ik vertrouw erop dat we de antwoorden al snel op deze stek zullen kunnen lezen.

 

Download hier de PDF van deze bijdrage.

 

 

Share this
delen