De initiatiefnemer: Chris Michel

CHRIS MICHEL is de initiatiefnemer van de Gravensteengroep. Omdat het eerste manifest zoveel positieve en negatieve reacties uitlokt, legt hij nog eens uit waarom hij ermee begonnen is en hoe het nu verder moet. 'Het Belgische establishment wil blijkbaar geen inhoudelijke discussie aangaan.'

 

Al een tijd vind ik het raar dat je in dit land in bepaalde milieus niet kan zeggen dat je vindt dat een aantal beleidszaken misschien beter op Vlaams/Waals niveau worden uitgeoefend dan op het Belgische.

 

In sommige zelfverklaarde progressieve milieus wordt het gesprek dan zonder meer afgebroken. Dan word je gelijk als onsolidair, enggeestig, extreem-rechts, conservatief en zelfs fascistisch weggezet. Einde gesprek. Als 'Vlaamsgezinde' krijg je zelfs de kans niet meer om in te brengen dat je solidair wil zijn of dat je de Franstalige medeburgers godbetert niet haat. En nog veel minder kan je dan een voorstander zijn van een open, sociale, groene en multiculturele maatschappij. Alleen een keuze voor de ‘belgitude’ kan progressief en solidair zijn.

 

Maar waarom zou meer autonomie voor Vlaanderen ook minder solidariteit betekenen ? De discussie over defederalisering heeft niets te maken met meer of minder solidariteit, maar des te meer met beter bestuur voor de burgers. Beter bestuur moet dan weer zorgen voor meer financiële middelen om de solidariteit waar te kunnen maken.

 

Ik vraag me af wat er sociaal is aan een Belgisch nationalisme dat georkestreerd wordt door de rechtse bourgeoisie – weliswaar gesteund door sommige belgicistische progressieven … Wat is er progressief aan de Brussels-Belgische conservatieve machtsspelletjes van het establishment met zijn graven en baronnen? Wat is er sociaal aan die talrijke ijdele artiesten in Vlaanderen die graag op het koninklijk paleis ontvangen worden, in de hoop ooit eens in de adelstand te worden verheven?

 

Omdat ik mij deze vragen stelde besloot ik in november 2007 een aantal mensen met verschillende ideologische achtergrond aan te spreken. Met een vriend uit de media contacteerde ik Ludo Abicht, die onmiddellijk achter het idee stond om een tekst op te stellen die zou aanvoeren dat ‘Vlaams’ helemaal niet overeenstemt met het imago dat de politiek correcten het willen opdringen. Nadien contacteerde ik onder meer Bart Staes, Piet van Eeckhout, Etienne Vermeersch, Peter De Graeve, Paul Ghijsels, Dirk Denoyelle, Jan Verheyen, Yves Panneels, Jean-Pierre Rondas, die op hun beurt nog andere mensen aanbrachten.

 

Een aantal mensen die we hadden aangesproken, onder wie een aantal vrouwen, stond achter ons initiatief, maar sommigen durfden niet openlijk mee te doen omdat ze bang waren voor represailles in hun werkomgeving.

 

We wilden de tekst snel publiceren en besloten daarom de beperkte kern van achttien leden te laten ondertekenen. We wisten dat niet iedereen dezelfde visie op de staatshervorming aanhangt; precies daarom kon iedereen aanpassingen voorstellen. Het duurde drie korte vergaderingen en wat emailverkeer vooraleer de tekst door de hele groep goed werd bevonden. Onze belangrijkste gemene deler was de boodschap dat Vlaams niet gelijk staat aan onsolidair en extreem-rechts.

 

Toen dit eerste manifest op punt stond, moest de groep nog een naam krijgen. Het lag voor de hand om de naam te laten verwijzen naar de plaats van onze eerste bijeenkomst: ergens in de buurt van het Gravensteen in Gent.

 

Sommigen maakten daar bezwaar tegen omdat de naam wat romantisch zou klinken en gericht op het verleden. Maar Jef Turf trok ons over de streep: voor hem was deze naam ook een symbool van de sociale strijd van de arbeiders tegen de textielbaronnen: in het Gravensteen was in de negentiende eeuw immers een textielfabriek gevestigd. Ook Piet van Eeckhaut was daar enthousiast over.

 

Niemand van ons had verwacht dat we zoveel weerklank zouden krijgen in de binnen- en buitenlandse pers en dat in een week tijd meer dan 7500 mensen het eerste manifest als sympathisant mee zouden ondertekenen. Een meer dan behoorlijk aantal voor wie er rekening mee houdt dat we met deze tekst niet hebben geleurd op scholen, universiteiten, markten of fabrieken. Het eerste manifest is namelijk geen petitie die men eventjes op de hoek van de straat ondertekent, maar wel een relatief lange tekst met behoorlijk wat inhoud. Bovendien belden of schreven heel wat mensen ons dat ze het initiatief wel wilden steunen, maar niet meteen durfden te ondertekenen omdat ze reacties vreesden.

 

Naast het algemeen gehoorde positieve geluid van duizenden mensen is er ook de verwachte negatieve reactie van de belgicisten. Hun vaak erg agressieve reactie bevestigt dat het hoog tijd was voor dit initiatief. We werden door een paar columnisten in Vlaamse kranten op de korrel genomen, maar we moesten ook vaststellen dat er als antwoord op onze oproep tot discussie bijna niet werd geargumenteerd. Veelal werd er gewoon op de man gespeeld. Toch wil ik de critici bedanken die het over inhoud hebben, ook al ben ik het niet altijd met hen eens.

 

Sommige commentatoren betreuren bijvoorbeeld het ‘verlies’ van de Ardennen (!) en beweren dat een autonoom Vlaanderen per definitie saai en conservatief zal zijn. Blijkbaar gaan deze belgicisten onze grenzen sluiten. Want waarom zou ik niet meer op bezoek gaan bij mijn Franstalige vrienden en familieleden in Wallonië? En als ik voorstel om in Benelux-verband meer te gaan samenwerken, verzekeren de belgicisten me onmiddellijk dat ze nooit ‘met die Hollanders’ zullen samenwerken … Wie laat hier eigenlijk psychologische en politieke ijzeren gordijnen neer? Het Belgische establishment wil blijkbaar geen inhoudelijke discussie aangaan.

 

Waarmee we ons weer bij het begin van deze tekst bevinden. En dat vind ik jammer, want in een echte democratische discussie zouden we het tenminste kunnen overeenkomen dat we van mening verschillen (agree to disagree). Zelfs dat blijkt in deze staat niet mogelijk.

 

Chris Michel