Democratie aan België opofferen? Le mal belge is en blijft een democratisch deficit

De Gravensteengroep heeft lange tijd niets van zich laten horen. Zijn strijd tegen het democratische deficit in het vergrendelde federale Belgische staatssysteem leek begraven. Was Vlaanderen ondertussen misschien ontgrendeld, zoals het boek van de groep beoogde (Land op de tweesprong. Manifesten ter ontgrendeling van Vlaanderen)? Helemaal niet. De rol van de Gravensteengroep is dus nog niet uitgespeeld. Sinds het ontstaan van de groep in 2008 is er immers nog niets wezenlijks veranderd aan een systeem dat blijft kampen met tekortkomingen die een volwaardige democratie onwaardig zijn. Zoals we al vreesden laat het Belgische staatssysteem zich niet zomaar aan de democratische vereisten aanpassen. De feiten tonen immers aan dat de onmogelijkheid om te veranderen ingebakken zit in dat staatssysteem zelf. Het is net om niet aan deze pessimistische gedachte toe te geven dat de Gravensteengroep zijn taak zal voortzetten.

 

 

Een pervers mechanisme

Vooral na de verkiezingen van 2014 is duidelijk geworden dat het Belgische democratische deficit hardnekkiger is dan gedacht. De blokkeringsminderheden en grendels, de minderheidsvertegenwoordigingen, de afwezigheid van stemrecht, het onevenwichtige stemmengewicht, de erfelijke monarchie die over politieke macht beschikt, het ondoorzichtige transfersysteem, het selectief gebruik van het territorialiteitsprincipe en de uitholling van het solidariteitsbegrip: geen van deze democratische tekortkomingen lijkt wegwerkbaar, om het even welke partij de lakens uitdeelt. Er speelt immers een pervers mechanisme. Want het risico bestaat dat democratische hervormingen wel eens het einde van de Belgische staat zouden kunnen inluiden. Voor de aanhangers van het Belgische status-quo moet dit tot elke prijs vermeden worden, ook als die prijs democratie heet. Vandaar dat dan meestal het separatisme-verwijt in stelling wordt gebracht.

Wie de democratie hoog in het vaandel draagt moet voor zichzelf uitmaken of het aanvaardbaar is dat democratische winst wordt afgeblokt enkel en alleen om het voortbestaan van een staat te vrijwaren. Blijft zo iemand het normaal vinden dat door de gegarandeerde vertegenwoordiging het verschil in stemmengewicht bij de verkiezingen tot meer dan 25% kan oplopen, afhankelijk van de deelstaat waar men toevallig woont? Dat door de blokkeringsmechanismen een minderheid van nauwelijks 15% van de stemplichtige bevolking elke verandering aan het staatssysteem kan tegenhouden? Dat burgers kunnen bestuurd worden door een regering die voor meer dan de helft bestaat uit vertegenwoordigers op wier macht zij geen enkele vat hebben? Dat een niet verkozen adellijke monarch erfelijke politieke macht bezit en een beslissende rol in de regeringsvorming blijft uitoefenen? Welke democraat kan hiermee met de hand op het hart akkoord gaan? Welke democraat kan, uit nationalistische vrees dat een staat zou ophouden te bestaan, het voortbestaan van zo’n gebrekkig staatssysteem verkiezen boven een volwaardige democratie? Het wordt tijd dat de democraten onder ons inzien dat het hardnekkig vasthouden aan het Belgische status-quo democratisch contraproductief is.

 

 

De drie rechten

In een volwaardige democratie genieten de burgers drie soorten rechten: burgerrechten, politieke rechten en sociale rechten. Er zit een hiërarchie in deze rechten. Het ene recht stoelt op het andere. De burgerrechten zijn het meest fundamenteel. De politieke rechten bouwen hierop, en de sociale rechten vinden hun basis in de politieke rechten. Geen billijke politieke rechten zonder volwaardige burgerrechten; geen billijke sociale rechten zonder volwaardige politieke rechten. Op het vlak van de burgerrechten — zoals die in de universele verklaring van de rechten van de mens geformuleerd zijn — scoort België behoorlijk goed. Het is aan de politieke rechten dat het mangelt. Dit betekent dat ook de sociale rechten binnen het huidige Belgische staatssysteem nooit volkomen legitiem kunnen zijn zolang er niets verandert aan de politieke structuur van het land. Wie sociale verbeteringen wil doorvoeren zonder eerst de politieke rechten te verbeteren spant het paard achter de wagen. Sociaaleconomische hervormingen zijn pas mogelijk op een democratisch verantwoorde onderbouw.

Het solidariteitsprincipe wordt gestuurd door de sociale rechten die binnen een staat gelden. De misvormde politieke rechten in het federale België leiden er dus toe dat het begrip solidariteit uitgehold en misbruikt wordt om het staatssysteem in stand te kunnen houden. De solidariteit (als onderdeel van onze sociale rechten) kan enkel ‘gered’ worden als de politieke rechten waar ze op stoelt verbeterd worden. En daar is een grondige hervorming van het staatssysteem voor nodig; een hervorming waarin het Belgische democratische deficit afdoend wordt weggewerkt.

 

 

Repli sur soi-même?

Niet de strijd om voor een volwaardigere democratie zoals die door de Gravensteengroep wordt gevoerd is ‘nationalistisch’ in de gebruikelijke pejoratieve betekenis van het woord; democratisme is immers niet hetzelfde als nationalisme. De belgicistische strijd voor het behoud van het hoogst ondemocratische Belgische staatssysteem uit vrees voor het verdwijnen van de staat is dat wel. Het wordt tijd dat dit wordt ingezien door iedereen die met de beste bedoelingen ‘niet in mijn naam’ en ‘beschaamd’ de ‘solidariteit redt’ en daardoor het weinig democratische Belgisch staatsbestel in stand houdt.

De democratische verzuchtingen zijn niet egoïstisch of in zichzelf gekeerd, integendeel. Pas nadat we in de eigen staat volwaardige politieke en sociale rechten hebben ingevoerd kunnen we op een geloofwaardige manier op internationaal niveau ijveren voor een politiek rechtvaardigere, socialere en meer solidaire wereld. Een democratische hervorming van het Belgische staatssysteem, zelfs als die het voortbestaan van België hypothekeert, is dan ook geen hinderpaal om ‘over de muur’ te kunnen kijken. Ze is er een noodzakelijke voorwaarde voor.

Zelfs indien de nodige hervormingen enkel mogelijk blijken als België gesplitst wordt, hoeft dat nog niet in een culturele verarming te resulteren. Vele culturele organisaties (van de filmindustrie tot de hedendaagse muziek) gaan in België nu al hun eigen weg en blijken daardoor beter in staat om zichzelf te ontplooien. De eigen cultuurgroep durven erkennen, niet verlegen te zijn om naast mens, wereldburger en Europeaan ook Vlaming, Waal of Brusselaar te zijn is geen teken van bekrompenheid, maar getuigt veeleer van bevrijding uit politiek-correcte boeien.

 

 

De hulpelozen van de democratie

Zelfs wanneer partijen die de politieke rechten grondig willen veranderen een groot gewicht krijgen in de Belgische politiek, blijken ze toch machteloos, om het even of ze nu ‘rechts’ of ‘links’ zijn. De zesde staatshervorming, die door sommigen nogal cynisch een ‘copernicaanse revolutie’ genoemd wordt, heeft nauwelijks verandering of verbetering van de politieke rechten gebracht en bleef daardoor beperkt tot wat gemorrel in de marge. Alle politieke partijen blijken op het gebied van politieke veranderingen ‘hulpelozen van de macht’ te zijn. Dat geldt voor de huidige regering net zo goed als voor de vorige. Waar de huidige regering wel van de vorige verschilt, is dat de minderheidsvertegenwoordiging van kamp is gewisseld. Een onrechtvaardigheid die de taalgrens is overgestoken, en die voor iedere democraat (ook in Vlaanderen) een doorn in het oog zou moeten zijn. Men zou verwachten dat hierdoor bij de Franstaligen hevig protest zou losbarsten, maar zij houden zich — mogelijk om strategische redenen — opvallend gedeisd. Vrezen zij dat hun protest ook in Wallonië de vraag naar een fundamentele verandering (en mogelijke opheffing) van het huidige Belgische staatssysteem zou kunnen aanwakkeren? Dat de geesten in Wallonië zouden kunnen rijpen voor een grondige democratische staatshervorming? Dat wat tot op de dag van vandaag wordt afgedaan als ‘de Vlaamse zaak’ eigenlijk niets anders blijkt te zijn dan ‘de democratische zaak’? Dat de zogezegde Vlaamse verzuchtingen geen vraag zijn naar rechten en privileges voor het eigen volk, maar voor een verbetering van de politieke rechten van alle burgers in deze staat?

 

Als democratische veranderingen aan het federale Belgische staatssysteem niet mogelijk zijn vanuit dat politieke systeem zelf, dan zullen ze vanuit de bevolking moeten komen, en dan is het een goede zaak als ook in het Franstalige landsgedeelte de geesten rijpen. Eerst moet een kritische massa ontstaan van mensen aan beide kanten van de taalgrens die durven in te zien dat democratische verzuchtingen geen zaak van links of rechts zijn, dat ze geen verband houden met asociaal en bekrompen op zichzelf terugplooien, maar dat ze net een noodzakelijke voorwaarde zijn om te komen tot rechtvaardige politieke en sociale rechten, tot internationalisering en tot volwaardige culturele ontplooiing. In deze zaak is de rol van de media, die veelal in een onbegrijpelijk politiek-correcte, behoudsgezinde kramp zitten, niet gering. Ook bij hen moet het besef groeien dat hun houding de democratische ontwikkeling van Vlaanderen, Wallonië en Brussel meer schaadt dan bevordert. Pas dan bestaat de kans dat ook bij de politieke klasse —wellicht de enige die echt baat heeft bij het in stand houden van het democratische deficit— de moed zal groeien om samen aan een omwenteling van het vergrendelde staatssysteem te werken.