Het vijfde Gravensteenmanifest: Driemaal links is ook rechts

Politiek links in Vlaanderen smelt weg. Klopt het hart van de Vlamingen inderdaad rechts, zoals de recente publicatie, Rechts Vlaanderen van Henk de Smaele, beweert? Of is het eerder zo dat de kiezers zich niet meer herkennen in wat 'linkse partijen' hen te bieden hebben? De Gravensteengroep, bestaande uit leden met verschillende politieke en ideologische achtergronden, neigt naar het tweede antwoord.

Ten eerste stelt links geen structurele hervormingen meer voor, maar beperkt het zich tot een sociaal beleid. Links voert geen economische strijd meer. Ten tweede kiest links na de sterke opkomst van rechts in Vlaanderen voor de moraliserende reactie. Het morele oordeel vervangt analyse en onderzoek. Links hypothekeert hiermee zelf de mogelijkheid tot efficiënte politieke acties. Ten derde: ter compensatie van zijn slinkende kracht in Vlaanderen, teert links op de macht van de linkse partijen in Franstalig België.
Precies de weerstand van de Franstalige partijen tegen een democratische staatshervorming verhindert echter de efficiënte organisatie van een sociaal beleid. Dit beleid omvat de belangrijkste hefbomen voor een herverdeling van de welvaart, zoals fiscaliteit, sociale zekerheid en arbeidsmarktbeleid. 'Solidariteit' in België lijkt steeds meer op liefdadigheid, omdat de federale overheid geld verdeelt zonder structurele aansporing tot economische aanpassingen of tot politieke verantwoordelijkheid (onder meer door de Bijzondere Financieringswet 1989). Vlaams links biedt geen verzet, want het denkt in termen van de Belgische machtsstructuren. Zo gaat het echter voorbij aan de culturele en sociale strijd van zijn eigen verleden. De Rode Leeuwen zijn tricolore muizen geworden.

 

De linkse leegte

Linkse politici hebben de opmars van de (neo)-liberale politiek niet tegengehouden, integendeel: sinds het einde van de jaren 1980 hebben ze mee overheidsbedrijven geprivatiseerd, de pensioenen naar de beurs verplaatst, regelgeving en controle op de financiële markten afgebouwd (Schröder in Duitsland, Jospin in Frankrijk, het duo Blair-Brown in Groot-Brittannië, Clinton in de VS). In België tolereert links een onrechtvaardige fiscale politiek.

In deze context vormt 'solidariteit' niet langer de inzet voor een politiek-economische strijd ter verdediging van de zwakkeren. Die solidariteit garandeert zelfs geen billijke herverdeling meer. Links legitimeert de eigen inertie door te stellen dat het (neo)-liberalisme de enig overblijvende ideologie is waartegen het, ook op Europees vlak, bitter weinig vermag. Het bewijst lippendienst aan een slecht omschreven 'solidariteit', maar staat sprakeloos tegenover het onbeperkte streven naar winstmaximalisatie.
Het potentiële linkse electoraat haakt af, omdat deze voorgestelde 'solidariteit' hoofdzakelijk inspanningen vraagt van de traditioneel belangrijkste component van dat electoraat, namelijk de werkende bevolking. Opdat zij zonder morren zou bijdragen aan banken in crisis, aan schatkisten zonder bodem, en aan nieuwkomers in nood.
Links spitst zich intussen toe op het sociaal beleid. Daardoor verschuift zijn doelpubliek van de werknemers naar de sociaal hulpbehoevenden. Als deze laatste groep vandaag een linkse stem uitbrengt, dan doet ze dat om iets te behouden, niet om iets te veranderen. Tegenwoordig is er dan ook geen strijdend electoraat meer dat zich in een politieke partij verenigt. Er zijn slechts politieke partijen op zoek naar een electoraat.

Elke linkse beweging heeft een verankering in de bevolking nodig. Maar een eigen volksbeweging klinkt wel meteen verdacht voor links in Vlaanderen. Links houdt dan ook weinig rekening met de verzuchtingen van zijn traditionele electoraat uit angst voor de associatie met rechtse partijen. Met het kiezersvolk dat naar populistische partijen overloopt wil dit links niets te maken hebben. Wie van links identificeert zich immers nog met de arbeidsklasse? Niemand die in politieke zin macht heeft. Maar links denkt wel te kunnen overleven dankzij België... Zo draait de spiraal neerwaarts. Het klassieke electoraat van links kiest nu voor rechts. Wie overblijft op links kijkt naar België voor steun. België, schijnbaar de enige garantie dat rechts niet het hele politieke spectrum overneemt.

In werkelijkheid is het precies de Belgische constructie die haaks staat op een progressief project. Ondertussen lijkt Vlaams links enkel nog betekenisvol voor wie meegaat in de illusie dat België een soort non-identiteit biedt waarbinnen een louter sentimenteel voorgestelde 'solidariteit' mogelijk is. De rechtse partijen in Vlaanderen worden groter, want met zijn elitaire opstelling heeft dit links zichzelf de pas afgesneden om een volwaardige beweging te kunnen worden.
De linkse politieke actie wordt dan vervangen door het morele (voor)oordeel. Zo'n houding laat niet langer toe dat er nog kritische vragen worden gesteld bij de organisatie van de (federale) staat. Zelfs niet als die staat minder democratisch wordt en de ontwikkeling van de solidariteit steeds meer beperkt.

 

Vragen bij de Belgische organisatie van de "solidariteit"

Solidariteit op lange termijn verzekeren veronderstelt ingrijpende veranderingen aan de huidige status quo. Een systeem wordt pas solidair, geloofwaardig en aanvaardbaar wanneer het efficiënt, doorzichtig en met politieke verantwoordelijkheid wordt georganiseerd, wanneer het dus anders verloopt dan in België het geval is. Dit veronderstelt een duidelijke reorganisatie van de solidariteit tussen regio's, zonder de federale overheid als mistgordijn.
Geeft men met deze positie toe aan rechts in Vlaanderen? Neen, want een staatshervorming dient niet om de solidariteit af te schaffen, maar om haar mogelijk te maken als iets dat de liefdadigheid overstijgt. Een open pleidooi voor meer autonomie zou de linkse partijen in Vlaanderen juist kunnen versterken.
Zal een hervorming van de solidariteit de verarming van de bevolking in het zuiden van het land met zich meebrengen? Niet noodzakelijk. De duidelijkste verliezer van een structurele hervorming is de huidige Franstalige politieke elite, die aan invloed verliest naarmate ze verantwoordelijk wordt gesteld voor het door haar gevoerde beleid. Hoe kan dat een slechte zaak zijn voor de gewone burger?

De Belgische natiestaat verliest in elk geval op twee niveaus aan belang. Het politieke zwaartepunt verschuift naar de regio's en de economische markt kent steeds meer een Europese of zelfs globale integratie. Links heeft er dus alle belang bij de organisatie van deze veranderingen goed te begeleiden en op de evolutie te anticiperen. Indien links elk streven naar een staatshervorming, ook uit progressieve hoek, probeert te herleiden tot een voorbijgestreefd en 'egoïstisch' romantisch nationalisme, vervreemdt het verder van zijn bestaande en potentiële kiezersvolk, dat zich terecht vragen stelt bij de Belgische constructie. Belgisch links slaagt er niet in om het sociale en fiscale beleid transparant, efficiënt en met politieke verantwoordelijkheid te organiseren. Ondertussen strijdt links evenmin tegen het systeem dat de economische crisis veroorzaakte. De 'solidariteit' wordt gegijzeld door het partijpolitieke machtsspel. Ze leidt niet tot gelijkwaardigheid. Vlaams links implodeert dan ook door zijn voorkeur voor de oude Belgische machtsstructuren. Wie zich in Vlaanderen links voelt, blijft verweesd achter.

 

 

Klik hier voor de PDF-versie van het manifest.