gravensteengroep

Bedenking bij de Vlaamse feestdag (Jan Verheyen)

Meestal zijn we gewoon blij met feestdagen, omdat we ze associëren met een vakantiedag. Niet zelden hebben we geen idee wélke feestdag het is, laat staan waar die voor staat. 11 november, Wapenstilstand, daar kunnen we ons nog iets bij voorstellen, maar 15 augustus ? Onze-Lieve-Vrouw-Ter-Hemelopneming ? Daar is op YouTube of Instagram niets van te vinden, dus bestaat het eigenlijk zelfs niet. 11 juli is dus onze feestdag, de Vlaamse feestdag, we vieren dan een overwinning uit ons verleden, uit 1302 om precies te zijn, een slag aan de Groeningekouter die de geschiedenis is ingegaan als de Guldensporenslag. Historici hebben ondertussen enige nuances aangebracht – historici zijn, dat weet u, notoire party-poopers – met name dat die slag in essentie een feodaal geschil was dat de Vlaamse beweging zich in de loop van de geschiedenis heeft toegeëigend. Het is dus veeleer een symbool, en dat is goed, daar is niks mis mee.

Dat laat ons toe om even stil te staan bij wie we zijn, wat dat is, die Vlaamse gemeenschap, wat zo’n gemeenschap nog voorstelt, nog kan voorstellen, in een geglobaliseerde, snel veranderende wereld. Het staat ons toe na te denken welke rol we kunnen, moeten, mogen spelen in die wereld. Het is, vind ik, maar dat is natuurlijk persoonlijk, ook veeleer een gelegenheid om vooruit te kijken, eerder dan zich te wentelen in een verleden dat toch nooit meer terugkomt en een heden dat morgen al een verleden zal zijn. 1302, waarde genodigden, is lang geleden, héél erg lang geleden. Een groot deel van de strijd is gestreden, Vlaanderen is een op alle vlakken welvarende regio, onze voorvaders en vaders hebben zich bevrijd van hun diverse jukken. We zijn al heel lang geen tweederangsburgers meer in eigen land, we nemen niet meer onderdanig de pet af voor meneer de baron, meneer de notaris of meneer pastoor, we kijken niet meer naar Nederland of Frankrijk als cultureel baken, we hebben een rijke, levendige, van zelfvertrouwen blakende kunstensector. Tuymans, Fabre, De Bruyckere, Borremans halen recordprijzen op veilingen en hangen in gerenommeerde musea, de Vlaamse film heeft aansluiting gevonden met zijn publiek en is zelfs een kwaliteitsmerk geworden, in kelders van jeugdhuizen en lege garages wordt gerepeteerd door de dEUS-sen en Stan Van Samangs van morgen en, misschien wel meest opvallend want met de grootste onmiddellijke impact, zowel onze openbare als commerciële omroepen maken kwalitatief hoogstaande programma’s, niet in het minst qua fictie, die ons door veel grotere landen en taalgemeenschappen worden benijd. Wat dat betreft durf ik u zeggen : we boksen trots en zelfzeker boven ons gewicht, we spelen een paar divisies te hoog, ja, we leven boven onze stand.


Het is dus misschien tijd geworden om afscheid en afstand te nemen van het fameuze kaakslagflamingantisme, de helaas een beetje typische Vlaamse Calimero-houding, waarbij we ons net iets te graag wentelen in de rol van de tekortgedane, de verongelijkte, de onderdrukte. Het is namelijk daardoor dat we door een deel van de media en de intelligentsia nog steeds kunnen worden weggezet als kneuterige angsthaasjes, bang van alles en iedereen.


Dat is niet het Vlaanderen dat we willen zijn, dat is niet de Vlaming die we willen zijn, en dat is alleszins geen correcte weerspiegeling van het Vlaanderen en de Vlamingen die ik dagelijks zie.


Dat neemt natuurlijk niet weg dat we kritisch en alert moeten blijven, niet in het minst voor onze verkozenen des volks. Want ik kan, met u, helaas voorlopig alleen maar vaststellen dat de fameuze ‘kracht van verandering’, die at best al niet veel meer was dan een poging om de aberraties uit het verleden enigszins recht te trekken, onzacht is gebotst met de nog veel grotere kracht van de malafide, moedwillige inertie. Het meest zichtbare, het meest pijnlijke symbool hiervan is onze openbare vervoersmaatschappij, de NMBS, zo onderhand de meest gehate overheidsinstelling in wat toch een moordende competitie is. De lijst verantwoordelijken voor de huidige malaise bij de NMBS is lang, en niet zozeer te zoeken bij een significante minderheid er-de-kantjes-aflopende potverteerders in eigen rangen, dan wel bij, helaas en jawel, de politiek. Het zijn immers de vertegenwoordigers van zowat alle politieke families die in de loop der jaren de NMBS hebben mismeesterd door, niet gehinderd door budgettair realisme laat staan enige langetermijnvisie, de sociale vrede af te kopen door het opvrijen en letterlijk subsidiëren van de vakbonden (wat zo ongeveer hetzelfde is als het eigenhandig installeren van een virus op je computer), of het te gebruiken als een vehikel om overbetaalde en bepaald niet op competentie geselecteerde apparatsjiks te benoemen op overbodige, desnoods nieuw te creëren posten. De socialisten kan je dat niet eens kwalijk nemen ; het (wan)beheren van logge staatsbedrijven, bij voorkeur met Kameraden op strategische posten, is in hun geval een ideologische keuze. In die zin valt ook de spoorbonden weinig te verwijten, tenzij een extreme vorm van egoïsme en kortzichtigheid : zij kunnen zich inderdaad beroepen op ‘gemaakte afspraken’, ook al zijn die dan gemaakt door incompetente, malafide dan wel naïeve politici op kosten van de gemeenschap. Maar de vakbonden werken niet voor de gemeenschap, dat is onderhand wel pijnlijk duidelijk. Après nous le déluge, dàt is tegenwoordig meer hun motto. De taart is bijna op, maar aan rantsoeneren doen we niet, we schrokken het laatste stuk hier en nu naar binnen.


Verder hebben we ook kunnen vaststellen dat we niet geregeerd worden door krachtdadige, visionaire staatsmannen, maar door een bende angsthazerige pussies die het dun door de broek loopt bij elke confrontatie met een al dan niet door een vakbond vertegenwoordigde Boze Burger. Meest pijnlijke voorbeeld in deze categorie : de schier eindeloze martelgang van justitieminister Koen Geens in zijn onderhandelingen met de (Waalse en Brusselse) cipiers over hun politieke staking. Koen Geens heeft de reputatie een aimabel, pragmatisch en beschaafd man te zijn, eigenschappen die ongetwijfeld zeer geapprecieerd worden op de receptie na een fijn optreden van een middeleeuws strijkkwartet in Bozart, maar die eerder handicaps lijken als je beroepshalve moet omgaan met het tuig van de richel dat in het zuiden van het land per toeval aan de verkeerde deur van de gevangeniscel is beland. Zelfs de Vlaamse vakbonden lieten optekenen dat Geens “niet alleen een vinger, maar een hele hand en uiteindelijk zijn hele arm” had gegeven, terwijl qua lichaamsdelen een opgestoken middenvinger al dan niet in combinatie met een ontblote reet in deze veel toepasselijker ware geweest. Door het steeds weer toegeven aan eisen, hoe obviously absurd ook, geef je immers alleen maar zuurstof aan al die andere vakbonden, drukkingsgroepen, actiecomités en verzuurde egoïsten die allemaal zijn aangepraat dat vooral hùn beroep ondraaglijk zwaar is.


Dat is niet regeren, dat is ontwijken, ter plaatse trappelen, aarzelen, dat is het tegenovergestelde van ‘de kracht van verandering’.


Overigens : België is geen failed state zoals Soedan of Jemen of de gemiddelde Afrikaanse kleptocratie. Maar het is wel een stilstaand land. Letterlijk zelfs, want op het departement Mobiliteit is, zo heb ik het gevoel, de voornaamste activiteit het bijhouden van statistieken die aantonen hoeveel erger het elk jaar wordt.


Opvallend bij die grote stakingsgolven, we kunnen er moeilijk omheen, was hoe het enthousiasme spectaculair verschilde tussen het noorden en het zuiden van het land. Daardoor dreigde het communautaire spook, dat in het regeerakkoord door een forse geut Rohypnol niet zozeer in slaap was gewiegd dan wel in een diepe coma verzonken, weer te ontwaken, maar daar had niemand echt zin in. Begrijpelijk dat in de gegeven omstandigheden – het zijn moeilijke tijden – niemand van de coalitiepartners al te openlijk concludeerde dat dit land nog steeds uit twee heel aparte democratieën bestaat, maar ik neem aan wel opgeslagen for future reference.


Hoe dan ook, we kunnen alleen maar hopen dat de leden van deze regering die nog niet murw in de touwen hangen alsnog bereid zijn een tandje bij te steken, hun verantwoordelijkheid te nemen, en de dingen te doen vooruitgaan, het algemeen belang eindelijk voorrang te geven aan de ongeziene golf van grenzeloos egoïsme die door de straten marcheert – dan ook nog onder de vlag van ‘solidariteit’, werkelijk de schaamte voorbij. En misschien, héél misschien zijn er bij de vakbonden, ondanks het voorlopig overweldigende bewijs van het tegendeel, wél verstandige, pragmatische, vooruitziende mensen die begrijpen dat je de huidige aberraties, ongeacht door welke idioot ze ooit op papier zijn gezet, niet verdedigbaar zijn. Tenzij je natuurlijk ‘solidariteit’, een woord dat meer verkracht en bepoteld is dan Duitse vrouwen op nieuwjaarsnacht in Keulen, interpreteert als een vorm van kortzichtige zelfbediening, eerder dan als een noodzakelijke wissel op de toekomst.


Anderzijds, moet ik u toegeven, heb ik ook wel een beetje te doen met onze politici. Wat nog niet zo eens zo gek lang geleden een job met aanzien was, is de dag van vandaag voornamelijk aanleiding tot schimpscheuten, onverholen afkeer en een dagelijkse, niet aflatende stroom van ongenuanceerde, doorgaans in slecht Nederlands geformuleerde scheldpartijen op het internet, de open riool die rechtstreeks in verbinding staat met de onderbuik van de burgers.


Ik kan me probleemloos voorstellen dat veel van onze politici stiekem opgelucht waren na de smadelijke nederlaag van België tegen Wales, omdat ze wisten dat de karren met stront en mest die zij doorgaans over zich uitgekieperd krijgen, nu tijdelijk werden omgeleid naar Marc Wilmots.


Tot slot kunnen we, vrees ik, vandaag ook moeilijk heen om de Brexit omdat de discussie over ‘meer of minder Europa’ en de rol van de natiestaten en regio’s daarin, ook Vlaanderen uiteraard niet onberoerd laat. Wat me, los van de inhoudelijke debatten, heel erg opviel was de teleurstelling van een groot deel van de politieke klasse, een teleurstelling die snel irritatie en woede werd en zich zowaar vertaalde in openlijke schimpscheuten naar de Engelse kiezer, althans zij die voor de Brexit hadden gestemd. Halve zolen waren het, getatoeëerde neanderthalers die door opportunistische populisten op sleeptouw waren genomen en geen idee hadden waar ze eigenlijk voor stemden. De Zweedse ambassadeur in Engeland, ene Nicola Clause vergeleek de Brexit-kiezers en plein public met balorige kleuters die in hun broek plassen. “At first there’s a feeling of relief and for a few moments it’s nice and warm. Then it’s just cold and wet”. Dat is dus het beeld dat de politieke elite heeft van de kiezer : een klein kind dat ‘nee’ zegt en in zijn broek pist. Op den duur werd zelfs luidop en sans gêne het democratische principe van het referendum in vraag gesteld. “Misschien is democratie wel te belangrijk om aan de kiezers over te laten ?”.


Voor alle duidelijkheid : persoonlijk vind ik ook dat de Britten een vergissing hebben gemaakt, dat de grote vraagstukken van onze tijd – vluchtelingen, klimaat, fiscaliteit enz. – alleen kunnen worden aangepakt op een Europese schaal, like it or not. Maar ik vind daarom niet dat de mensen die daar anders over denken, en die objectief gezien, laten we wel wezen, best wel wat valabele redenen hebben om aan het functioneren van Europa te twijfelen, moeten worden weggezet als dwaas, manipuleerbaar kiesvee. Ze hebben, op z’n minst, Europa een niet onterechte wake-up call gegeven, en verdienen beter dan dédain en ordinair gescheld.


Democratie is immers absoluut. Het is niet de democratie die ten dienste staat van de tijdelijk verkozenen, maar omgekeerd. Je kan niet alleen voor democratie zijn, als je dat goed uitkomt. Idem voor verdraagzaamheid en vrijheid van meningsuiting en de gelijkheid tussen man en vrouw en de andere, duur bevochten waarden van de Verlichting. Ook die zijn absoluut, ook al betekent dat dat ook klootzakken recht van spreken hebben, dat je verdraagzaam moet zijn ook voor wie het niét met jou eens is, en dat religie – welke religie dan ook – ondergeschikt is aan democratisch gestemde wetten.


Laat dat dan misschien de opdracht zijn voor ons, Vlamingen. Dat we waken over die waarden, niet alleen bij ons, maar in Europa. Dat we duidelijk maken aan nieuwkomers dat ze welkom zijn maar dat wie lid wil worden van een club, de regels van die club moet aanvaarden. En ondertussen moeten we als kleine regio, als kleine taal –en cultuurgemeenschap blijven zoeken naar onze plaats in een veilig, verenigd Europa, niet vanuit angst en onzekerheid, maar met luide en zelfzekere stem, gesterkt door wie we zijn en waarvoor we bewezen hebben te staan : een creatieve, welvarende regio van zelfbewuste wereldburgers.


Ik dank u voor uw aandacht en ik wens u allen een fijne Vlaamse feestdag

 

 

Share this
delen

Onze leden

De Gravensteengroep is een informele groep die bestaat uit mensen die geregeld samenkomen om van gedachten te wisselen over de institutionele aspecten van het Belgische staatsbestel. Deze bijeenkomsten resulteren in teksten waarachter de hele groep zich kan scharen. De producten van dit collectief schrijverschap zijn dan ook ‘manifesten’ in de historische betekenis van het woord: het zijn groepsstandpunten, waaruit het persoonlijke element doorgaans weggefilterd werd. De werkende leden zijn dus manifestenschrijvende en -ondertekenende leden. U vindt hun namen en beknopte biografische notities hieronder. De lijst varieert met de tijd. Wie een politiek mandaat opneemt, gaat even aan de kant.

De leden van de Gravensteengroep


Ludo Abicht (Oostende, 1936) studeerde klassieke filologie voor de centrale examencommissie, Germanistiek in Gent en filosofie in Nijmegen en Tübingen. Doceerde drieëntwintig jaar lang filosofie en literatuur in Canada en de Verenigde Staten. Doctoreerde op de Praagse, Joods-Duitse auteur Paul Adler en blijft zich bezighouden met joodse cultuur en de problematiek van het Midden-Oosten. De oplossing die daar door progressieve Israëli’s wordt voorgesteld lijkt hem ook een zinvolle formule voor de oplossing van de Belgische democratische malaise: meer autonomie én respectvolle samenwerking van gelijkwaardige partners. Over Vlaanderen in de postmoderniteit schreef hij De herinnering is een vorm van hoop (1997). Bij Houtekiet verscheen in 2012 zijn essay Gewoon volk eerst. Waarom populistisch en gemeen geen scheldwoorden zijn.

 

Jan M.L. Bosmans (Kalmthout, 1955) is medisch specialist in de röntgendiagnostiek, doctor in de medische wetenschappen en kliniekhoofd Radiologie en Medische Beeldvorming in het UZ Gent. Hij was hoofdredacteur van de Artsenkrant, schreef twee boeken over gezondheid voor het grote publiek, en honderden medisch-wetenschappelijke en medisch-politieke artikelen. Zijn betrokkenheid bij de Gravensteengroep stoelt op de vaststelling dat de prioriteiten van de gezondheidszorg in Nederlandstalig en Franstalig België steeds verder van elkaar wegdrijven. Ook hier ligt de oplossing in maximale autonomie voor beide gemeenschappen.

 

Edi Clijsters (Bilzen, 1943) studeerde Germaanse filologie en politieke wetenschappen. Was als politoloog achtereenvolgens werkzaam aan het Peace Research Institute Oslo (1971-1973), de KU Leuven (1974-1980), het Europees Universitair Instituut te Firenze (1980-'83), en de Universität Mannheim (1984-1987). Van 1987 tot 1998 was hij journalist bij De Morgen, en van 2000 tot 2008 diplomatiek vertegenwoordiger van de Vlaamse regering in de Bondsrepubliek Duitsland. Vlaamse eisen van gelijkberechtiging zijn voor hem gewoon eisen van sociale rechtvaardigheid. Vandaar zijn ergernis over de intellectuele oneerlijkheid die dergelijke eisen over één kam scheert met bekrompenheid, egoïsme en extreemrechts.

 

Willy Courteaux (Aalst, 1924) was decennia lang als ‘Man in het venster’ en later ook ‘Dwarskijker’ bij het weekblad Humo een monument van de Vlaamse journalistiek. Daarenboven bezorgde hij van het volledige werk van William Shakespeare een vertaling die door critici wordt beschouwd als een standaardwerk; een herziene uitgave verscheen in 2007. Aangezien ‘rust roest’ begon hij na zijn pensionering in 1989 samen met classicus Bart Claes aan de vertaling van Euripides’ toneelwerk, die in 2005 verscheen. Hij was ook jarenlang medewerker van het Vlaams Marxistisch Tijdschrift. Van zijn opvatting dat Vlaamse en sociale eisen hoegenaamd niet tegenstrijdig hoeven te zijn, heeft hij nooit een geheim gemaakt.

 

Jo Decaluwe (Petegem, 1942) werd regisseur-dramaturg aan het Hoger Rijksinstituut voor Toneel & Cultuurspreiding (het ‘Rits’) te Brussel (1966). Ontving in 1969 de eerste prijs in de toneelspeelkunst aan het Koninklijk Muziekconservatorium te Gent. In 1995 werd hij meester in de dramatische kunsten aan de Erasmushogeschool, Brussel. Is sinds 1966 regisseur-acteur, en was van 1967 tot 2001 directeur van het Gentse Arca Theater. Was twintig jaar lang journalist bij BRT2 Omroep West-Vlaanderen. Doceerde aan de Erasmushogeschool, departement RITS te Brussel, en aan de Koninklijke Muziekconservatoria van Gent en Brussel. Is sinds 1989 directeur van het Gentse theater Tinnenpot.

 

Dirk Denoyelle (Roeselare, 1964) is burgerlijk ingenieur elektronica. Na een periode bij IMEC was hij actief als freelance journalist. Sedert 1991 is hij professioneel cabaretier. Hij verzorgt optredens voor bedrijven, in meerdere talen en in binnen- en buitenland. Begin 2009 trad hij toe tot het selecte clubje van LEGO van twaalf CertifiedProfessionals en is daarmee een van de dertien erkende LEGO kunstenaars in de wereld. Hij groeide op in Ukkel, en heeft er zowat alle aspecten van de Vlaamse zaak aan den lijve ondervonden. Omdat deze zaak niet uit handen mag gegeven worden aan extreemrechts, stond hij mee aan de wieg van de Gravensteengroep.

 

Luc van Doorslaer (Wilrijk, 1964) is hoofddocent en vice-decaan onderzoek aan de KU Leuven, Faculteit Letteren, campus Antwerpen. Hij werkte eerder als assistent aan de Universität Duisburg en de Universiteit Antwerpen. Zijn onderzoek spitst zich toe op de vertaalwetenschap en de journalism studies. Hij is ook medeoprichter van de Master Journalistiek van de KU Leuven in Antwerpen. Daarnaast heeft hij zelf ook een jarenlange praktijkervaring als journalist voor televisie. Hij werkte twaalf jaar lang voor de VRT, nadien ook voor VT4 en Sporting Telenet. Hij publiceert geregeld bijdragen in De Standaard over media-, taal- en sportgerelateerde onderwerpen.

 

Jan Van Duppen (Turnhout, 1953) werkt als huisarts in een achterstandswijk te Rotterdam. Als marxist-leninist geproletariseerd in asbest- en munitiefabrieken, als mijnwerker, tram- en buschauffeur. Doctor in de genees-, heel- en verloskunde. Heeft als huisarts de laagdrempelige gezondheidszorg te Turnhout georganiseerd. Als voormalig Vlaams volksvertegenwoordiger voor sp.a en gemeenschapssenator voor sp.a-Spirit in conflict met de populistische koers van een toornige partijleiding. Als huisarts moeten uitwijken naar de broeierig rafelende onderbuik van een wereldhaven. Gravensteenmanifesten zijn stapstenen waarop men kan steunen met de stemme om andere wijsjes achter de macht van een eendrachtige samenzang te herkennen.

 

Piet Van Eeckhaut (Aalst, 1939) is een Vlaams advocaat. Hij studeerde rechten en wijsbegeerte in Gent, waar hij zich ook vestigde. Hij werd bekend door enkele spraakmakende rechtszaken; in zijn loopbaan pleitte hij 102 assisenzaken. Hij was Schepen van Onderwijs en Toerisme in Gent. Van Eeckhaut was sinds 1984 fractieleider van de sp.a in de Oost-Vlaamse provincieraad. Van 1994 tot 2006 was hij provincieraadsvoorzitter. In 2006 werd hij als lijstduwer op de sp.a-lijst tegen zijn verwachting in opnieuw verkozen; hij heeft zijn zetel niet meer ingenomen. Was tien jaar voorzitter van de bestuurscommissie van het smak te Gent.

 

Karel Gacoms (Schaarbeek, 1955) woonde vijftig jaar in Brussel. Na zijn studies aan het atheneum van Etterbeek ging hij als 18-jarige werken in een non-ferrobedrijf in Vilvoorde, later bij een producent van verwarmingsketels, waar hij magazijnier werd. Hij werd er in 1979 bedrijfsafgevaardigde voor de socialistische metaalbond, en in 1986 regionaal secretaris. Het is in deze functie dat hij in 1997 nationale bekendheid zou krijgen als woordvoerder van de Renaultarbeiders bij de sluiting van de fabriek. Vandaag is hij provinciaal secretaris van ABVV-Metaal Vlaams-Brabant.

 

Paul Ghijsels (Aalst, 1939), licentiaat Germaanse filologie aan de UGent (1960). Studeerde in Münster en Uppsala. Was journalist bij de nieuwsdienst van de BRT en presentator van het informatief documentair televisieprogramma Van Pool tot Evenaar. Was van 1968 tot 1999 ambtenaar bij het ministerie van ontwikkelingssamenwerking. Actief in informatie over de nood aan samenwerking met Afrika, Zuid-Amerika en Azië. Vele volkeren slagen er vooralsnog niet in een onzalig verleden achter zich te laten. Ook onze toekomst is internationaal. De derde wereld bestaat niet.

 

Bart Maddens (Menen, 1963) studeerde Germaanse filologie en politieke wetenschappen, en is hoogleraar politicologie aan de KU Leuven. Sinds zijn studententijd is hij actief in de Vlaamse Beweging, onder meer als bestuurslid van KVHV-Leuven, als beheerder van het IJzerbedevaartcomité en als lid van de Werkgemeenschap Vlaanderen Morgen van Hugo Schiltz. Hij was secretaris van de Commissie voor Staatshervorming van het Vlaams Parlement (1995-1999). Hij is de auteur van Omfloerst Separatisme? (2009). Hij is vast medewerker van het maandblad Doorbraak en is al van bij de oprichting lid van de Gravensteengroep.

 

Nelly Maes (Sinaai, 1941) startte haar loopbaan als lerares Nederlands en Geschiedenis. Zij was mandataris van de Volksunie vanaf 1970, en na de splitsing van deze partij in 2001, van Spirit. Zij was gemeenteraadslid en schepen van Sint-Niklaas. Tussen 1971 en 2004 zetelde ze in het Belgisch, het Vlaams en het Europees Parlement. Zij was tien jaar lang voorzitster van de Europese Vrije Alliantie. Vandaag is zij secretaris van het Algemeen Nederlands Verbond, en voorzitster van het Vlaams Vredesinstituut, een onafhankelijke onderzoeksinstelling bij het Vlaams Parlement. Zij sloot zich aan bij de Gravensteengroep als progressief flamingante en feministe. In 2013 verscheen Nelly’s biografie Ongebonden best. Nelly Maes, vrouw en Vlaams, van de hand van Alain Debbaut.

 

Chris Michel (Leuven, 1956) is tv journalist en documentairemaker in Centraal Afrika. Zijn reportages worden regelmatig op VRT Terzake en op NOS Nieuwsuur uitgezonden. Was twaalf jaar journalist bij het VTM Nieuws en het documentair programma Telefacts. Gespecialiseerd in binnenlandse politiek en in centraal Afrika. Hij begon zijn carrière als lesgever en beurshandelaar bij de Kredietbank. Na zijn overstap naar de media werkte hij mee aan televisieproducties over de hele wereld, voor VTM, VRT, vt4, 2be, Spaanse, Nederlandse en Portugese televisie- en radiostations. Hij was ook twee jaar woordvoerder van Geert Bourgeois, viceminister-president van de Vlaamse regering. Hij startte de Gravensteengroep omdat hij vindt dat men de politieke constructie België in vraag moet kunnen stellen zonder het verwijt te krijgen onsolidair of extremist te zijn.

 

Yves Panneels (Ninove, 1967) studeerde politieke wetenschappen aan de KU Leuven en behaalde een MA Oost-Europakunde. Nam tijdens het laatste gedeelte van zijn legerdienst deel aan een VN-operatie in Kroatië. Gewezen communicatiemanager van Sabena, Distrigas en Virgin Express en voormalig kabinetschef van de gouverneur van Antwerpen. Werkte mee aan het Politiek Zakboekje en schreef het Verkiezingszakboekje en Protocol Praktisch. Doceert aan de International School of Protocol and Diplomacy (Brussel). Lid van de raad van bestuur van Landbouwkrediet en Centea. In 2005 richtte hij een eigen communicatiebureau op en geeft hij advies inzake persrelaties en reputatiemanagement aan zowel kmo’s als grote internationale bedrijven.

 

Jean-Pierre Rondas (Gent, 1946) studeerde literatuur en filosofie aan de UGent, schreef over Tolkien en vertaalde uit Immanuel Kant. Vijf jaar leraar aan het Sint-Lievenscollege te Gent. Werd in 1980 producer bij de culturele programma’s van de VRT. Maakte daar tot januari 2011 op Radio 3 en Klara de veeltalige interviewprogramma’s Wereldbeeld en Rondas, over internationale cultuur en filosofie. Werkte over taal en natievorming in Israël/Palestina, Noord-Ierland, Zuid-Afrika, Québec en Schotland. Uitgeschreven interviews met filosofen verschenen in Rondas’ Wereldbeeldenboek (2006). Sinds 2007 was het voornamelijk de hervorming van de huidige Belgische staat (in Vlaamse zin) die zijn aandacht wegdroeg. In 2012 verscheen zijn boek De hulpelozen van de macht. Het federale graf van de Vlaamse regeringspartijen. Hij is voorzitter van de vzw Stem in ’t Kapittel, die het maandblad en de webstek Doorbraak uitgeeft. Hij werkt aan een boek over de argumenten van het belgicisme.

 

Hugo Stevens (Halle, 1952) is historicus, werkte gedurende twintig jaar als beroepsjournalist bij het dagblad Het Volk en maakte de ontzuiling van de dagbladwereld van nabij mee. Hij stelde vast dat de partijpolitieke bindingen van de kranten ingeruild werden voor één zuil – geld – en is er niet van overtuigd dat dit tot betere journalistiek heeft geleid. Sedertdien stelt hij zijn communicatieve vaardigheden ten dienste van de publieke sector. Zijn engagement voor de Gravensteengroep is gestoeld op de overtuiging dat zelfbeschikking voor elk volk een grondrecht is.

 

Jef Turf (Mechelen, 1932) werkte als doctor in de kernfysica bij het Interuniversitair Kernfysisch Instituut en bij het Koninklijk Meteorologisch Instituut. Van 1968 tot 1988 was hij Vlaams voorzitter van de Kommunistische Partij, en een van de drijvende krachten achter de federalisering ervan. In 1988 verliet hij de KP en werkte hij als freelance journalist. Turf is medestichter van het Frans Masereelfonds, het Instituut voor Marxistische Vorming (IMAVO) en van het Vlaams Marxistisch Tijdschrift. Samenwerken in pluralistisch verband voor een progressistisch, autonoom Vlaanderen is altijd zijn betrachting geweest. Dat is dan ook zijn vanzelfsprekende motivering voor deelname aan de Gravensteengroep. Bij Lannoo verschenen zijn Memoires. Van kernfysicus tot Vlaams communist (2012).

 

Frans-Jos Verdoodt (Moorsel, 1939) is academisch historicus en publicist. Doceerde aan verschillende hogescholen en universiteiten in Nederland en Vlaanderen. Schreef voornamelijk over Priester Daens en de Daensistische beweging. Stichter en thans voorzitter van het ADVN (Archief en Documentatiecentrum voor het Vlaams-Nationalisme) en redactiesecretaris van het tijdschrift Wetenschappelijke tijdingen. Dat hij behoort tot de Gravensteengroep houdt verband met zijn opvatting dat wetenschap en maatschappelijk engagement best complementair kunnen zijn. Zo niet vervreemdt de wetenschapper van zijn ‘werkvloer’.

 

Jan Verheyen (Temse, 1963) is een filmmaker die elf langspeelfilms regisseerde, waaronder Team Spirit, Alles Moet Weg (naar het boek van Tom Lanoye), Los (naar het boek van Tom Naegels), Dossier K. (het vervolg op De Zaak Alzheimer), en de romcom Zot van A. Zijn films waren goed voor meer dan drie miljoen bezoekers in de bioscoop alleen al. Hij is de auteur van twee boeken: Jan in Wonderland (een verzameling reis- en reportageverhalen) en Alles wat u eigenlijk moet weten over film volgens Jan Verheyen. In het seizoen 2012-2013 toert hij in de culturele centra met een nieuwe voorstelling, ‘Lights! Camera! Action! 100 jaar film in 100 minuten’, geïnspireerd op zijn boek. Sinds 2010 werkte Verheyen aan een langspeelfilm Het Vonnis waar hij instaat voor zowel de regie als het scenario. De film werd op 23 augustus 2013 vertoond op het filmfestival in Montreal.

 

Etienne Vermeersch (Sint Michiels, 1934) werd in 1967 hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit Gent. De essentie van zijn cursussen is terug te vinden in De rivier van Herakleitos – een eigenzinnige visie op de wijsbegeerte. Hij heeft vaak stelling genomen inzake maatschappelijke en ethische problemen, vooral op het gebied van bio-ethiek, milieufilosofie en cultuurfilosofie. Een van zijn bekendste werken is het milieufilosofisch essay De ogen van de Panda. Hij leverde een niet geringe bijdrage tot de legalisering van abortus en vooral van euthanasie in België. Zijn ideeën zijn uitmuntend vertolkt in het interviewboek van Dirk Verhofstadt, In gesprek met Etienne Vermeersch. Een zoektocht naar waarheid (2011).  Onder  redactie van Willy Weyns verscheen zopas Etienne Vermeersch – Provençaalse gesprekken (VUB Press, 2013).

 

 

 

SLAPENDE LEDEN


Tinneke Beeckman (slapend lid sinds september 2013) (Antwerpen, 1976) studeerde moraalwetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel, en een bijkomende master na master wijsbegeerte aan de Université Libre de Bruxelles. Ze is postdoctoraal onderzoekster bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek. Momenteel werkt ze over politieke filosofie in de Nieuwe Tijd (Spinoza, Machiavelli), alsook over hedendaagse thema’s (democratie, globalisering). Zichzelf politiek links beschouwen en een kritische blik op België werpen gaan voor haar samen: België lijdt onder een ontstellend democratisch deficit en biedt geen progressief project voor de toekomst. Deze positie lijkt haar in Vlaanderen te weinig openlijk vertegenwoordigd. In 2012 verscheen bij Pelckmans haar studie over Spinoza.

 

Eric Defoort (Ieper, 1943) was hoogleraar geschiedenis en universitair hoofdbibliothecaris aan de Katholieke Universiteit Brussel. Schreef over de invloed van Maurras in Franstalig België. Publiceerde meerdere historische en polemische werken (onder meer Het klauwen van de historicus, als antwoord op Marc Reynebeau’s Het klauwen van de leeuw). Was actief in het project ‘Het Sienjaal’ rond Maurits Coppieters en Nobert De Batselier. Hij was de laatste ondervoorzitter van de Volksunie, en mede-initiatiefnemer van de Oranjehofgroep waaruit later de N-VA zou ontstaan. Volgde Nelly Maes op als voorzitter van de Europese Vrije Alliantie, de Europese partij van democratische regionalisten en nationalisten. Is bestuurder van de VRT.

 

Magda Michielsens (1944) is doctor in de Moraalwetenschap (Universiteit Gent, 1973). Zij werkt over opvattingen over vrouwen in de filosofie, over feministische theorieën en over beeldvorming van vrouwen op televisie. Van 1980 tot 2001 doceerde ze aan de Universiteit van Nijmegen waarvan de laatste twaalf jaar bij het Centrum voor Vrouwenstudies aldaar. Van het einde van de jaren tachtig tot 2007 was zij ook hoogleraar Vrouwenstudies aan de Universiteit Antwerpen. Zij was gedurende een tiental jaren voorzitter van de Raad van Bestuur van RoSa. Zij schrijft regelmatig voor Het Vrije Woord en is actief lid van de werkgroep Vrijzinnige Vrouwen van het HVV. Ze noemt zichzelf ex-links.

 

Johan Swinnen (Tienen, 1954) is hoofddocent hedendaagse kunstgeschiedenis aan de VUB. Oprichter en voormalig directeur van HISK. Schreef over Henri Storck en Raoul Servais. Vandaag focust hij als fotograaf, kunsthistoricus en cultuurcriticus zijn academisch onderzoek op World Art Studies. Recente publicaties: De Kunst van het fotoarchief, Essentie Fotografie en de bundel Anders zichtbaar: zingeving en humanisering in de beeldcultuur. Onlangs verscheen van hem België in beeld: fotografie 1918-1968 over de fotografe Germaine Van Parys. Hij noemt zich een vrijzinnige Vlaming met veel aandacht voor het verdoken deel van de internationale dimensie in de huidige staatshervorming.

 

 

 

 

 

 

 

Democratie aan België opofferen? Le mal belge is en blijft een democratisch deficit

De Gravensteengroep heeft lange tijd niets van zich laten horen. Zijn strijd tegen het democratische deficit in het vergrendelde federale Belgische staatssysteem leek begraven. Was Vlaanderen ondertussen misschien ontgrendeld, zoals het boek van de groep beoogde (Land op de tweesprong. Manifesten ter ontgrendeling van Vlaanderen)? Helemaal niet. De rol van de Gravensteengroep is dus nog niet uitgespeeld. Sinds het ontstaan van de groep in 2008 is er immers nog niets wezenlijks veranderd aan een systeem dat blijft kampen met tekortkomingen die een volwaardige democratie onwaardig zijn. Zoals we al vreesden laat het Belgische staatssysteem zich niet zomaar aan de democratische vereisten aanpassen. De feiten tonen immers aan dat de onmogelijkheid om te veranderen ingebakken zit in dat staatssysteem zelf. Het is net om niet aan deze pessimistische gedachte toe te geven dat de Gravensteengroep zijn taak zal voortzetten.

 

 

Een pervers mechanisme

Vooral na de verkiezingen van 2014 is duidelijk geworden dat het Belgische democratische deficit hardnekkiger is dan gedacht. De blokkeringsminderheden en grendels, de minderheidsvertegenwoordigingen, de afwezigheid van stemrecht, het onevenwichtige stemmengewicht, de erfelijke monarchie die over politieke macht beschikt, het ondoorzichtige transfersysteem, het selectief gebruik van het territorialiteitsprincipe en de uitholling van het solidariteitsbegrip: geen van deze democratische tekortkomingen lijkt wegwerkbaar, om het even welke partij de lakens uitdeelt. Er speelt immers een pervers mechanisme. Want het risico bestaat dat democratische hervormingen wel eens het einde van de Belgische staat zouden kunnen inluiden. Voor de aanhangers van het Belgische status-quo moet dit tot elke prijs vermeden worden, ook als die prijs democratie heet. Vandaar dat dan meestal het separatisme-verwijt in stelling wordt gebracht.

Wie de democratie hoog in het vaandel draagt moet voor zichzelf uitmaken of het aanvaardbaar is dat democratische winst wordt afgeblokt enkel en alleen om het voortbestaan van een staat te vrijwaren. Blijft zo iemand het normaal vinden dat door de gegarandeerde vertegenwoordiging het verschil in stemmengewicht bij de verkiezingen tot meer dan 25% kan oplopen, afhankelijk van de deelstaat waar men toevallig woont? Dat door de blokkeringsmechanismen een minderheid van nauwelijks 15% van de stemplichtige bevolking elke verandering aan het staatssysteem kan tegenhouden? Dat burgers kunnen bestuurd worden door een regering die voor meer dan de helft bestaat uit vertegenwoordigers op wier macht zij geen enkele vat hebben? Dat een niet verkozen adellijke monarch erfelijke politieke macht bezit en een beslissende rol in de regeringsvorming blijft uitoefenen? Welke democraat kan hiermee met de hand op het hart akkoord gaan? Welke democraat kan, uit nationalistische vrees dat een staat zou ophouden te bestaan, het voortbestaan van zo’n gebrekkig staatssysteem verkiezen boven een volwaardige democratie? Het wordt tijd dat de democraten onder ons inzien dat het hardnekkig vasthouden aan het Belgische status-quo democratisch contraproductief is.

 

 

De drie rechten

In een volwaardige democratie genieten de burgers drie soorten rechten: burgerrechten, politieke rechten en sociale rechten. Er zit een hiërarchie in deze rechten. Het ene recht stoelt op het andere. De burgerrechten zijn het meest fundamenteel. De politieke rechten bouwen hierop, en de sociale rechten vinden hun basis in de politieke rechten. Geen billijke politieke rechten zonder volwaardige burgerrechten; geen billijke sociale rechten zonder volwaardige politieke rechten. Op het vlak van de burgerrechten — zoals die in de universele verklaring van de rechten van de mens geformuleerd zijn — scoort België behoorlijk goed. Het is aan de politieke rechten dat het mangelt. Dit betekent dat ook de sociale rechten binnen het huidige Belgische staatssysteem nooit volkomen legitiem kunnen zijn zolang er niets verandert aan de politieke structuur van het land. Wie sociale verbeteringen wil doorvoeren zonder eerst de politieke rechten te verbeteren spant het paard achter de wagen. Sociaaleconomische hervormingen zijn pas mogelijk op een democratisch verantwoorde onderbouw.

Het solidariteitsprincipe wordt gestuurd door de sociale rechten die binnen een staat gelden. De misvormde politieke rechten in het federale België leiden er dus toe dat het begrip solidariteit uitgehold en misbruikt wordt om het staatssysteem in stand te kunnen houden. De solidariteit (als onderdeel van onze sociale rechten) kan enkel ‘gered’ worden als de politieke rechten waar ze op stoelt verbeterd worden. En daar is een grondige hervorming van het staatssysteem voor nodig; een hervorming waarin het Belgische democratische deficit afdoend wordt weggewerkt.

 

 

Repli sur soi-même?

Niet de strijd om voor een volwaardigere democratie zoals die door de Gravensteengroep wordt gevoerd is ‘nationalistisch’ in de gebruikelijke pejoratieve betekenis van het woord; democratisme is immers niet hetzelfde als nationalisme. De belgicistische strijd voor het behoud van het hoogst ondemocratische Belgische staatssysteem uit vrees voor het verdwijnen van de staat is dat wel. Het wordt tijd dat dit wordt ingezien door iedereen die met de beste bedoelingen ‘niet in mijn naam’ en ‘beschaamd’ de ‘solidariteit redt’ en daardoor het weinig democratische Belgisch staatsbestel in stand houdt.

De democratische verzuchtingen zijn niet egoïstisch of in zichzelf gekeerd, integendeel. Pas nadat we in de eigen staat volwaardige politieke en sociale rechten hebben ingevoerd kunnen we op een geloofwaardige manier op internationaal niveau ijveren voor een politiek rechtvaardigere, socialere en meer solidaire wereld. Een democratische hervorming van het Belgische staatssysteem, zelfs als die het voortbestaan van België hypothekeert, is dan ook geen hinderpaal om ‘over de muur’ te kunnen kijken. Ze is er een noodzakelijke voorwaarde voor.

Zelfs indien de nodige hervormingen enkel mogelijk blijken als België gesplitst wordt, hoeft dat nog niet in een culturele verarming te resulteren. Vele culturele organisaties (van de filmindustrie tot de hedendaagse muziek) gaan in België nu al hun eigen weg en blijken daardoor beter in staat om zichzelf te ontplooien. De eigen cultuurgroep durven erkennen, niet verlegen te zijn om naast mens, wereldburger en Europeaan ook Vlaming, Waal of Brusselaar te zijn is geen teken van bekrompenheid, maar getuigt veeleer van bevrijding uit politiek-correcte boeien.

 

 

De hulpelozen van de democratie

Zelfs wanneer partijen die de politieke rechten grondig willen veranderen een groot gewicht krijgen in de Belgische politiek, blijken ze toch machteloos, om het even of ze nu ‘rechts’ of ‘links’ zijn. De zesde staatshervorming, die door sommigen nogal cynisch een ‘copernicaanse revolutie’ genoemd wordt, heeft nauwelijks verandering of verbetering van de politieke rechten gebracht en bleef daardoor beperkt tot wat gemorrel in de marge. Alle politieke partijen blijken op het gebied van politieke veranderingen ‘hulpelozen van de macht’ te zijn. Dat geldt voor de huidige regering net zo goed als voor de vorige. Waar de huidige regering wel van de vorige verschilt, is dat de minderheidsvertegenwoordiging van kamp is gewisseld. Een onrechtvaardigheid die de taalgrens is overgestoken, en die voor iedere democraat (ook in Vlaanderen) een doorn in het oog zou moeten zijn. Men zou verwachten dat hierdoor bij de Franstaligen hevig protest zou losbarsten, maar zij houden zich — mogelijk om strategische redenen — opvallend gedeisd. Vrezen zij dat hun protest ook in Wallonië de vraag naar een fundamentele verandering (en mogelijke opheffing) van het huidige Belgische staatssysteem zou kunnen aanwakkeren? Dat de geesten in Wallonië zouden kunnen rijpen voor een grondige democratische staatshervorming? Dat wat tot op de dag van vandaag wordt afgedaan als ‘de Vlaamse zaak’ eigenlijk niets anders blijkt te zijn dan ‘de democratische zaak’? Dat de zogezegde Vlaamse verzuchtingen geen vraag zijn naar rechten en privileges voor het eigen volk, maar voor een verbetering van de politieke rechten van alle burgers in deze staat?

 

Als democratische veranderingen aan het federale Belgische staatssysteem niet mogelijk zijn vanuit dat politieke systeem zelf, dan zullen ze vanuit de bevolking moeten komen, en dan is het een goede zaak als ook in het Franstalige landsgedeelte de geesten rijpen. Eerst moet een kritische massa ontstaan van mensen aan beide kanten van de taalgrens die durven in te zien dat democratische verzuchtingen geen zaak van links of rechts zijn, dat ze geen verband houden met asociaal en bekrompen op zichzelf terugplooien, maar dat ze net een noodzakelijke voorwaarde zijn om te komen tot rechtvaardige politieke en sociale rechten, tot internationalisering en tot volwaardige culturele ontplooiing. In deze zaak is de rol van de media, die veelal in een onbegrijpelijk politiek-correcte, behoudsgezinde kramp zitten, niet gering. Ook bij hen moet het besef groeien dat hun houding de democratische ontwikkeling van Vlaanderen, Wallonië en Brussel meer schaadt dan bevordert. Pas dan bestaat de kans dat ook bij de politieke klasse —wellicht de enige die echt baat heeft bij het in stand houden van het democratische deficit— de moed zal groeien om samen aan een omwenteling van het vergrendelde staatssysteem te werken.

 

Waarom ik wel over Oekraïne schrijf

Pierre Therie, kolonel Stafbrevethouder o.r., gewezen defensieattaché

Een persoonlijke en interessante beschouwing over de conflictsituatie tussen Rusland en Oekraïne, door de gewezen defensie-attaché en kolonel stafbevrethouder Pierre Therie.


Na een kwarteeuw (zowat dezelfde tijd als er verliep tussen WO I en WO II) zijn de grenzen van de Russische invloedssfeer verder teruggedrongen naar het Oosten. Dat Poetin en een deel van de Russische elite het daarmee lastig hebben zou door het conflict in Oekraïne voor iedereen duidelijk moeten zijn. Toch blijkt men zich daar in Europa onvoldoende van bewust en dat kan wel eens ernstige gevolgen hebben voor onze welvaart. Ondertussen is het wel duidelijk dat Oekraïne helemaal niet klaar is voor een lidmaatschap van de EU. Maar toch vinden onze Europese verkozenen dat wij hen ten volle moeten steunen in een conflict waarvoor ze zelf verantwoordelijk zijn. Zij hebben er zelfs een handelsoorlog met Rusland voor over. Wie een ‘oorlog’ begint moet wel op zijn minst weten welk eindresultaat hij hoopt te bereiken. Aan al die heldhaftige Europese politici daarom de eenvoudige vraag: wat wilt u bereiken?

Na een kwarteeuw blijkt dat niet iedereen het beëindigen van de Koude Oorlog heeft verteerd. Er is dan ook veel veranderd sinds de val van de Berlijnse Muur in november 1989.

 

In tegenstelling met het Palestijns-Israëlisch conflict waar we een overvloed aan (meestal) eenzijdige informatie kregen, wordt veel minder gesproken en geschreven over de burgeropstand in Oekraïne. Nochtans is dat conflict voor Europa en dus ook voor België minstens even gevaarlijk.

 

 


De naweeën van de Koude Oorlog

Na een kwarteeuw (zowat dezelfde tijd als er verliep tussen WO I en WO II) zijn de grenzen van de Russische invloedssfeer verder teruggedrongen naar het Oosten. Dat Poetin en een deel van de Russische elite het daarmee lastig hebben zou door het conflict in Oekraïne voor iedereen duidelijk moeten zijn. Toch blijkt men zich daar in Europa onvoldoende van bewust en dat kan wel eens ernstige gevolgen hebben voor onze welvaart.

 

In zijn overmoed heeft Europa gemeend dat het zomaar de vroegere Warschaupact landen kon inlijven. De val van de Berlijnse muur werd gevierd als een overwinning op het Sovjet-communisme. Een capitulatie van de Sovjet Unie waarvoor ze een prijs dienden te betalen: de ontmanteling van het Warschaupact (WP) en de versterking van de NAVO, het Transatlantisch bondgenootschap.

 

Van WO II wordt gezegd dat het een reactie was op de afstraffing van Duitsland door de onverzoenlijke eisen van de overwinnaars. Zal ooit geschreven worden dat de eenzijdige geostrategische beslissingen van de VS en de Europese landen de oorzaak zijn van een nieuwe ‘koude oorlog’ of eventueel nog erger, een derde gewapend conflict met Rusland?

 

Na de implosie van de Sovjet-Unie haasten de vroegere WP-landen (de Baltische staten, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije) zich om lid te worden van de NAVO. Dat was veruit de meest prioritaire wens, want de dreiging van een Russische dominantie werd ook na de val van de Muur als heel reëel ervaren. Dat was alvast de grote overtuiging van al mijn collega’s defensieattachés uit deze landen. Een lidmaatschap van de EU was voor hen veel minder dringend. Toen heb ik mijn Tsjechische collega geantwoord dat de NAVO inderdaad belangrijk was voor de veiligheid, maar dat de EU kon zorgen voor meer welvaart. Of de EU nog in staat is om ook voor Oekraïne meer welvaart te brengen is vandaag veel minder evident.

 

Deze door Rusland als imperialistisch ervaren politiek veroorzaakte ook lokaal veel ongenoegen. Dat er in de Russische grensgebieden, vooral in de Baltische staten en Oekraïne veel etnische Russen wonen, mocht geen hinderpaal zijn. De lokale banden met Rusland werden gemakshalve genegeerd en ook de ‘minorisering’ van de Russischtalige bevolking kon de euforie niet bederven. In Oekraïne was dat nochtans geen kleine minderheid, zo’n 40 % negeren is niet verstandig. De weigering om het Russisch als officiële taal te erkennen is niet alleen dom, het getuigt van minachting.

 

 


Een strategische keuze van de EU

Eind vorige eeuw botsten in de EU twee strategische visies. Aan de ene kant waren er de voorstanders van een verdieping van de Unie. Ze waren tegen een uitbreiding omdat dit de Unie zou doen verwateren. Aan de ander kant waren er de voorstanders van de uitbreiding. Een uitbreiding die perfect paste in hun visie dat Europa niet meer hoefde te zijn dan een economische unie met een zo groot mogelijke arbeids- en afzetmarkt.

 

Wij zouden niet voor niets Europa zijn mocht men daar geen compromis voor gevonden hebben. Uitbreiden én verdiepen tegelijk werd de nieuwe uitdaging. Na de invoering van de euro (Verdrag van Maastricht van 1992) kwam de uitbreiding er in 2004. Hoewel de euro reeds zorgde voor een EU met meerdere munten en dus minder ‘unie’, werden daar nog eens landen bij genomen die economisch bijlange nog niet op het peil stonden van de kernlanden. De recente financiële crisis drukte ons met de neus op de tekortkomingen van de huidige situatie. Het is duidelijk dat de bedenkers van dit dubbel spoor nog niet veel plezier beleefden aan hun voluntaristische keuze.

 

Welke rol de VS speelden in de besluitvorming tot uitbreiding van de EU is een ander onderwerp waar nog wel een en ander kan over geschreven worden. Ondertussen weten we wel dat de VS een (positieve) rol speelde in het tot stand komen van de EU. Niemand die twijfelt dat ze ook vandaag nog altijd ‘vanuit de coulissen’ meebeslissen over het reilen en zeilen in Europa. Dat geldt uiteraard ook voor de crisis in Oekraïne.



De doorgevoerde uitbreiding, met alle verantwoordelijkheden die in geval van crisis ermee gepaard gaan, was nogal hoog gegrepen voor een Europa dat er niet eens in slaagde om een hechte politieke unie te worden. Het was voor de realisatie van deze strategische keuze afhankelijk van de VS want het ontbreekt de EU aan twee cruciale machtsinstrumenten: een geloofwaardige (afschrikwekkende) defensie en natuurlijke rijkdommen, meer bepaald energiebronnen.

 

Zonder een noemenswaardige defensie - ondanks de niet verwaarloosbare nationale defensiebudgetten – en een grote afhankelijkheid van externe energiebronnen kan Europa geen kordate geopolitieke strategie ontwikkelen. Daarenboven hangt de EU zowel monetair als economisch ‘vast aan’ (sommigen zullen schrijven ‘af van’) de VS. Door deze onhaalbare strategische dubbelkeuze degradeerde de EU zichzelf tot een machteloze toeschouwer die wel voluntaristische boodschappen de wereld in stuurt maar daarmee enkel de eigen onmacht kan verdoezelen.

 

 


Polarisatie versus goed nabuurschap

De denigrerende manier waarop men Poetin in de VS en Europa afschildert staat in schril contrast met de wijze waarop Duitsland de voorbije decennia streefde naar goed nabuurschap met Rusland. Wellicht werd deze toenadering niet zo geapprecieerd door de VS en was dat de reden waarom men de telefoon van Angela Merkel afluisterde. Een verlies van (een deel van) zijn Europese bondgenoten zou het aanzien van de VS als wereldmacht nog verder doen afkalven.

 

In elk geval kan men niet zeggen dat Rusland echt op het gaspedaal duwde in het Oekraïense conflict. Met de talrijke etnische Russen die er wonen heeft het zelfs een valabel argument om bezorgd te zijn over het lot van deze onderdrukte bevolkingsgroep. De enige kordate maatregel, de annexatie van de Krim, was een volkomen normale reactie op de onlusten. Het volstaat om de geschiedenis van deze regio en het lot van de Krim-Tataren te lezen (hier). Rusland deed gewoon wat alle andere grootmachten in vergelijkbare omstandigheden zouden doen. Dat er op deze daad van agressie – want dat was het wel - slechts luid geblaf volgde, toonde aan dat zowel de VS als de EU beseften dat ze hierop moesten inbinden. Ook de VS zou dergelijke strategische positie nooit afstaan.

 

De vraag is of het conflict in Oekraïne een voldoende reden is om onze strategische keuze voor goed nabuurschap (de Duitse keuze) op te geven en te kiezen voor polarisatie (de VS keuze). Daarbij is het niet onbelangrijk te beseffen dat economische strafmaatregelen enkel twee van de drie partijen (de EU en Rusland) pijn zullen doen. De VS blijft grotendeels buiten schot, terwijl Duitsland, de voorstander van goed nabuurschap, nu het zwaarst zal getroffen worden. Wie neigingen heeft om hierin een afrekening te zien, kan wel enkele argumenten vinden.

 

In elk geval, zonder werkelijk een vuist te kunnen maken hebben we zelfs niet de keus om het politiek ‘hard’ te spelen. Wil de EU dat ooit kunnen moet het kiezen voor de uitbouw van een geloofwaardige defensie. Zonder deze inspanning is ons enig alternatief een goed nabuurschap waar we beiden, de EU en Rusland, bij winnen. De onderhandelingen over een handelsakkoord met de VS zullen ongetwijfeld duidelijk maken dat ook goede vrienden niet vallen voor onze ‘soft power’.

 

Ondertussen kunnen we alvast stoppen met klagen dat zowel vriend als vijand te weinig met ons rekening houden. Waarom zouden ze?

 

 


Oekraïne, een staat in ontbinding

Terwijl de media in België vooral focussen op de agressiviteit van Rusland en de rebellen, zijn er voldoende aanwijzingen dat ook het officiële Oekraïne in dit conflict mijlenver verwijderd staat van onze Europese waarden.

 

Toen Hitler in 1944 zijn Volkssturm oprichtte met mannen tussen 16 en 60 jaar was de hele wereld geschokt. Maar dat de Oekraïense regering vandaag precies hetzelfde doet en na de vijftigers nu ook zestigers oproept wekt zelfs de interesse niet van de westerse media.

 

Dat het Oekraïense leger zonder veel beperkingen klassieke artillerie inzet tegen steden waar de rebellen de macht over hebben, zorgt net zoals in andere conflicten waar men de mond wel van vol heeft, voor de dood van talrijke onschuldigen. Een vriend die vertrouwd is met de situatie ter plekke liet opmerken dat de vele honderdduizenden vluchtelingen (ook niet-Russen) voor 80 % de richting Rusland kozen en niet Kiev. Dat zegt veel over wat leeft onder de mensen in deze regio.

 

Een staat die zijn leger moet inzetten tegen zijn eigen bevolking is een staat in ontbinding.

 

Wanneer een Oekraïense journalist, Bogdan Burkovich op Hromadske.tv komt vertellen dat er in de pro-Russische Donbass regio teveel mensen wonen die onproductief zijn en dus mogen vermoord worden wegens ‘overbodig’, lezen we hierover heel weinig. Pro-Kiev bronnen beweren dat deze uitspraak een ‘gemonteerde leugen’ is. Dat zou dan wel heel vervelend zijn voor de VS en Nederland die via hun ambassade in Kiev deze zender Hromadske.tv financieel ondersteunen.

 

Waar Europa eveneens blind voor blijft zijn de bedenkelijke figuren die aan de macht zijn in Kiev. Het minste dat we kunnen zeggen is dat er nogal wat ‘louche’ figuren aan de touwtjes trekken in een land waarvan corruptie zowat het voornaamste handelsmerk is. Onder meer de Dnipropetrovsk Clan laat zich weinig gelegen aan de problemen van de gewone mensen. Ze hebben slechts één doel: zichzelf verrijken en daartoe alle belangrijke politieke functies onder hun controle brengen en houden.

 

Dat het land niet eens zijn energiebehoeften kan betalen hoewel ze het Russisch gas krijgen aan een vriendenprijsje zegt veel over de lamentabele toestand van de economie. Dat ze spuwen op de hand die hen goedkope energie levert, klinkt ook bij ons vertrouwd. Dat alles belet Europa niet om voor deze Oekraïense oligarchen de rode loper uit te rollen. Wellicht geloofden ze hun eigen oren niet toen Guy Verhofstadt en zijn Nederlandse collega, VVD’er Hans van Baalen, hen in Kiev allerlei beloftes deden. Prof. Luc De Vos bestempelde hun optreden in HLN als ‘onvolwassen’. Voor wie De Vos beter kent is dat een streng oordeel, dat ik deel.

 

Ondertussen is het wel duidelijk dat Oekraïne helemaal niet klaar is voor een lidmaatschap van de EU. Maar toch vinden onze Europese verkozenen dat wij hen ten volle moeten steunen in een conflict waarvoor ze zelf verantwoordelijk zijn. Onze ‘vertegenwoordigers’ hebben er zelfs een handelsoorlog met Rusland voor over. Of worden we daartoe gedwongen door de VS? Sommigen vinden een reden in het verleden en verwijzen naar de te grote toegeeflijkheid ten opzichte van Hitler indertijd. Mij lijkt dat fel overtrokken. Een escalatie van de economische sancties kan zelfs gevaarlijk zijn.

 

 


Kiezen voor de Duitse strategische visie

Wie een ‘oorlog’ begint moet op zijn minst weten welk eindresultaat hij hoopt te bereiken. Welnu, aan al die heldhaftige Europese politici heb ik daarover een eenvoudige vraag. Wat wilt u bereiken?

 

Dat Rusland de Krim teruggeeft? Forget it.
Dat Oekraïne zijn eigen bevolkingsgroepen respecteert in plaats van ze te willen vernederen? Prima, maar daarvoor moet men Rusland niet viseren maar Kiev.
Voorkomen dat Oekraïne uiteenvalt (uit schrik voor de eigen interne problemen)? Dat doe je niet door Kiev naar de mond te praten en ruzie te maken met Rusland.

 

Daarom mijn advies: doe helemaal niets. Op de eerste plaats omdat wij Oekraïne niets verschuldigd zijn. Vervolgens omdat Oekraïne eerst moet bewijzen dat ze onze steun waard zijn. En tenslotte, omdat we niet sterk genoeg zij om wat dan ook te forceren en dus altijd zullen verliezen naarmate het harder gespeeld wordt.

 

In het slechtste geval (of het beste naargelang de invalshoek) zal Oekraïne dan uiteenvallen in twee afzonderlijke staten. Zal de etnische discriminatie verdwijnen en kan in beide nieuwe staten gewerkt worden aan een welvarende toekomst. Wie het dan beter zal doen zullen we pas later weten, zoals dat ook het geval was met Tsjechië en Slowakije.

 

Voor mijn part is dat alvast een veel redelijker oplossing dan het zich amechtig vastklampen aan een staatsstructuur die zijn eigen burgers essentiële erkenning weigert en uiteindelijk als kanonnenvoer behandelt.

 

 

Download hier de PDF van deze bijdrage.

 

Share this
delen

Ludo Abicht heeft een nieuw boek over de Vlaamse Beweging uit (Pelckmans). Het heet Patriottisme kent geen grenzen, en het wordt voorgesteld op woensdag 17 september om 21.00 uur stipt in De Rode Zeven, Sint-Jansplein 7, 2060 Antwerpen. 

Edi Clijsters (lid van de Gravensteengroep) modereert het gesprek met auteur Ludo Abicht, gewezen Volksunie-kopstuk Willy Kuijpers en historicus en linkse activist Jan Dumolyn.

 

Voor meer informatie over het nieuwe boek van Ludo Abicht, klik hier.

 

Share this
delen

Ludo Abicht: Patriottisme kent geen grenzen (Pelckmans, 2014)

Het nieuwe boek van Ludo Abicht: Patriottisme kent geen grenzen.

Wees Europeaan en wereldburger,
om tegelijkertijd complexloos Vlaming te zijn


In de meeste landen gingen in de 19de en het begin van de 20ste eeuw het streven naar meer nationale of regionale autonomie en de internationalistisch georiënteerde sociale beweging hand in hand. In Vlaanderen zijn de Vlaamse beweging en de arbeidersstrijd al kort na de Eerste Wereldoorlog uit elkaar gegroeid. Ludo Abicht beschouwt dit als een fundamentele vergissing.


In zijn nieuwste boek Patriottisme kent geen grenzen pleit Abicht voor een solidariteit die niet alleen wereldwijd is en binnen een land alle inwoners zonder onderscheid omvat, maar die geen probleem heeft met de erkenning en verdediging van de eigen cultuur en tradities in een steeds meer geglobaliseerde en geüniformeerde wereld.

 

 

Ludo Abicht - Patriottisme kent geen grenzen

Share this
delen

Interview van Joël de Ceulaer met Jean-Pierre Rondas, in Knack van 11 juni 2014

Net voor de zomervakantie 2014 kwam Knack-journalist Joël de Ceulaer bij Jean-Pierre Rondas thuis voor een lang interview over de toestand van de Vlaamse Beweging in tijden van partijpolitiek succes. We mogen het op de Gravenstek plaatsen, want ook na de zomervakantie en tijdens de federale formatiegesprekken waarvan N-VA deel uitmaakt, blijft het interessant. 

'De PS heeft de dommeriken die nog geloven in de eenheid van het land voor voldongen feiten gesteld.' Jean-Pierre Rondas, oud-radiomaker en prominente stem in de Vlaamse Beweging, overschouwt het politieke slagveld. 'Bart De Wever zegt tegen zijn achterban: aanvaard België.'

 

'Of Bart De Wever in staat zal zijn om een federale regering te vormen?' Jean-Pierre Rondas laat een korte stilte vallen. 'Zou u die vraag niet beter omdraaien? Zullen de Franstaligen in staat zijn om een akkoord te sluiten met een Vlaming die iets wil? Hij kan dat, hij is bekwaam. Maar zijn zij dat ook? Kijk naar de onderhandelingen: PS en CDH hebben in Wallonië al een coalitie gesmeed. Bij ons wilde CD&V geen Vlaamse coalitie vormen voor de federale onderhandelingen, zoals De Wever voorstelde. Omdat ze op beide niveaus dezelfde coalitie willen. Omdat ze zogezegd voor de eenheid van het land zijn. (schamper) Terwijl de Franstaligen zich daar niets van aantrekken. Dat is toch ongelofelijk: de PS heeft de dommeriken die nog in de eenheid van het land geloven, voor voldongen feiten gesteld.'


'Kent u de wet van Rondas?' vraagt hij terwijl hij de koffie inschenkt. 'Vlamingen vertegenwoordigen in dit land zestig procent van de bevolking, we zijn goed voor zeventig procent van de belastingen en meer dan tachtig procent van de export. Maar om de Franstaligen te beschermen, geven we hen vijftig procent van de bevoegdheden. Toch blijven de Franstaligen ongerust, en om die onrust weg te nemen, willen zij zestig procent.' Hij grijnst. 'Dat is toch jammer, niet? Wij blijven die Franstaligen maar geruststellen, en toch lijken we daar maar niet in te slagen.'


Tot begin 2011 was Jean-Pierre Rondas een fenomeen bij de openbare omroep. Op Klara interviewde hij jarenlang de grote denkers uit binnen- en buitenland. Grondig, in de diepte, zonder veel compromissen. Het was radio op hoog niveau, voor de fijnproever. De laatste jaren heeft hij zich ontpopt tot een van de belangrijkste stemmen in de Vlaamse Beweging. Hij lag, samen met onder meer filosoof Etienne Vermeersch, mee aan de basis van de Gravensteengroep, een denktank die moet bewijzen dat 'Vlaams' geen synoniem is van 'rechts' of 'extreemrechts'. Daarnaast is hij voorzitter van de stichting Stem in 't Kapittel, die de website Doorbraak.be beheert: het digitale magazine waarvan N-VA-Kamerlid Peter De Roover tot voor kort politiek hoofdredacteur was.
Op een lijst stond hij niet en wil hij nooit staan ('Ik ben te oud voor de politiek'), maar hij toont zich wel een vurig pleitbezorger van de N-VA. 'Omdat die partij de enige is die iets wil doen aan de Belgische structuur', zegt hij. 'Dat volstaat al. Als je die structuur gewoon rustig uitlegt aan de mensen, stemmen ze nooit meer voor traditionele partijen. Neem nu het feit dat Franstalige partijen minder stemmen nodig hebben voor een zetel dan Vlaamse partijen. Het zoveelste bewijs dat we in twee democratieën leven.'

 

Is België niet één democratie?
JEAN-PIERRE RONDAS: Nee, want het Belgische systeem is volledig vergrendeld. Die zetelverdeling is een van de vele kleine radertjes in dat systeem. Dat stuit tegen de borst, omdat het een van de vele onevenwichten in de Belgische staat is: pariteiten, alarmbelprocedures, bijzondere meerderheden - allemaal regels om de gewone meerderheid aan banden te leggen en de minderheid te beschermen.

 

Is dat geen goede zaak?
RONDAS: Een zeer goede zaak. Ware het niet dat het in dit land zwaar overdreven is, zodat wij hier regeringen van minderheden kennen. En die bescherming dient maar één doel: het politieke comfort van de Franstaligen. Niet het sociale of het financiële comfort, want de bevolking lijdt daaronder. Van werkloosheid tot generatiearmoede: Brussel en Wallonië bengelen op alle parameters aan de staart van het Europese peloton. Het cliëntelisme van de PS heeft desastreuze gevolgen voor de bevolking.

 

U zegt dus, samen met Bart De Wever in zijn videoboodschap, dat u het beste voorhebt met de Franstaligen?
RONDAS: (fel) Maar natuurlijk. Het Vlaamse ongenoegen heeft niets te maken met de Franstaligen, maar met de instellingen, met het systeem. De onevenwichten in dat systeem brengen de eenheid van het land net in gevaar. Mensen pikken dat niet meer. Daarom stoort men zich nu aan die zetelverdeling, bijvoorbeeld.

 

Maar volgens uw collega Pieter Bauwens bij Doorbraak.be is er geen sprake van een Belgisch complot. Het is een neveneffect van een kiessysteem.
RONDAS: Het is geen complot, nee. Maar het leidt tot een enorme vertekening. De PS waant zich groot terwijl ze nog geen zestig procent heeft van de stemmen die N-VA haalde. Zo wordt de meerderheid structureel geminoriseerd.

 

Maar de Vlaamse meerderheid is niet de meerderheid waar het in een democratie om draait. Wat men klassiek onder een democratische meerderheid verstaat, moet bij verkiezingen opnieuw een minderheid kunnen worden. En dat kan bij ons niet, omdat het om een demografische meerderheid gaat.
RONDAS: Dat is juist. En zo maakt men van dit conflict dus een etnisch conflict. Een demografische minderheid kan nooit een meerderheid worden. En die moet beschermd worden. Maar leg me dan eens uit waarom sommigen, als het erop aankomt, dan toch weer allemaal Belgen zijn? Men is Belg als het goed uitkomt, maar als het erop aankomt, wordt de meerderheid geminoriseerd.

 

Maar het systeem werkt toch?
RONDAS: Het werkt niet. Een staat die zo veel grendels nodig heeft, is de moeite niet. Omdat men op die manier de consensus afdwingt. Als gevolg van al die grendels wordt het ene deel van deze staat geregeerd met de preferenties van het andere deel. Dat geldt trouwens niet alleen voor Vlaanderen, maar ook voor Wallonië. Stel dat er straks een federale regering-De Wever komt, en die voert besparingen door op een manier die de Franstaligen niet lusten: welnu, dan mogen zij ook verontwaardigd zijn.

 

Gelooft u dat Bart De Wever een kans heeft om een federale regering te vormen? De Vlaamsgezinde politicoloog Bart Maddens heeft al geschreven dat de historische kans verkeken is.
RONDAS: Maddens rekent met zetels en procenten.

 

Precies. De federale regeringspartijen hebben niet verloren. De N-VA is niet incontournable.
RONDAS: Ha, nu komen we tot de kern van de zaak. Incontournable: wat wil dat zeggen?

 

Dat ze niet zonder je kunnen.
RONDAS: Eigenlijk betekent het dat je te mijden bent.

 

Onvermijdelijk, veeleer.
RONDAS: (lacht) Te mijden, maar te groot, en dus: onvermijdelijk. Incontournable betekent: helaas kunnen we niet anders. In de aanloop naar de verkiezingen is daar veel over geschreven. Eerst was de N-VA incontournable bij 27 procent, dan bij 28, dan bij 30 - het zijn er 32 geworden, en nu zou de partij ineens niet incontournable zijn. Zoiets kun je alleen maar zeggen als je louter mathematisch denkt.

 

Maar de Vlaamse partijen die federaal bestuurden, hebben nu een meerderheid. In een democratie moet dat toch volstaan?
RONDAS: Als je redeneert vanuit een meerderheidssysteem wel, ja. Maar België heeft geen meerderheidssysteem. Wat men eigenlijk zegt, is: pas als de N-VA 51 procent heeft, moet ze absoluut mee besturen. Dat begrijp ik niet. Denk eens terug aan de socialistische teletubbies, tien jaar geleden: toen die met twee procent vooruitgingen, was iedereen daar van onder de indruk. Het maakte hen incontournable. Dat geldt nu zeker voor de N-VA. Wie niet vindt dat zij incontournable is, gelooft niet in het signaal van de kiezer.

 

Dat bestaat toch niet, het signaal van dé kiezer?
RONDAS: (sarcastisch) Nee, dat is waar. Het signaal van de kiezer bestaat niet. Vroeger wel, hoor. In de tijd van Steve Stevaert. Zijn overwinning was een enorm signaal van de kiezer. Vandaag telt dat niet meer. (lacht) U voelt toch dat het totaal contra-intuïtief zou zijn om de N-VA vandaag niet onmisbaar te noemen. Bart De Wever heeft zijn afspraak met de geschiedenis helemaal niet gemist. Dit was een landslide. Waar ter wereld kun je meer halen dan 33 procent? Bij Stalin vroeger, misschien. Maar vandaag?

 

Maar nogmaals: vindt u de winst van de traditionele partijen ook geen signaaltje van de kiezer? De federale regering wint zetels in Vlaanderen.
RONDAS: Dat de federale partijen gewonnen zouden hebben, is een mythe. De socialisten zijn om te beginnen opnieuw achteruitgegaan, zoals ze dat al jaren doen, in een eindeloze stoet van kleine procentjes minder. De CD&V heeft haar ambitie om 20 procent te halen helemaal niet waargemaakt. En Open VLD, tja, die partij heeft geprofiteerd van het Maggie-effect.

 

Dat mag toch?
RONDAS: (fijntjes) Dat mag, maar die extra stemmen komen wel van Vlaams Belang. Het is haar stevige asielbeleid waardoor haar partij wint. Als N-VA op grond van zo'n beleid stemmen zou halen, u zou nogal wat gehuil horen opstijgen. Als de traditionele partijen straks gewoon willen voortregeren met een tripartite, dan wens ik hen veel succes.

 

Zou de N-VA nog eens vijf jaar federale oppositie, zonder De Wever als voorzitter, kunnen overleven zonder kiezers te verliezen?
RONDAS: Dat weet ik niet. Maar dat doet er niet toe. Na de N-VA komt er gewoon iets anders. De traditionele partijen kunnen niet blijven voorbijgaan aan de Vlaamse grondstroom. U denkt toch niet dat het communautaire zal verdwijnen? Dan hebt u de geschiedenis van België toch niet goed gelezen, vrees ik. Zelfs na de grootste tegenslagen en vergissingen, komt die Vlaamse grondstroom terug.

 

Wat is dat precies, die grondstroom?
RONDAS: De Vlaamse Beweging. Dat is een stroom die nooit stilvalt. Denk aan de vergissing van de collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog: nauwelijks dertien jaar later, in 1958, stond Wilfried Martens op de barricades bij de Wereldtentoonstelling. Het ongenoegen van de Vlaamse Beweging zit al vervat in de bijlage bij De Leeuw van Vlaanderen van Hendrik Conscience. Hij somde toen al de grieven op die nog altijd herkenbaar zijn: een gebrek aan wederkerigheid, aan loyauteit en aan transparantie.

 

Maar is de Vlaamse strijd niet gestreden?
RONDAS: Nee, dat fundamentele ongenoegen in de structuur van de Belgische staat bestaat nog altijd. De grondstroom, die Vlaamse Beweging, komt op verschillende momenten in de geschiedenis op verschillende manieren tot uiting. In de strijd om een Vlaamse universiteit, in de jeugdbeweging van Maurits Coppieters... En vandaag in de N-VA. Die partij is de zoveelste geiser die opkomt uit de Vlaamse grondstroom.

 

De Wever stelt de eenheid van het land voorlopig niet meer ter discussie. Hij wil allereerst een sociaaleconomische regering. Verbaast u dat?
RONDAS: Nee, natuurlijk niet. Toen Siegfried Bracke zijn fameuze bocht nam in dat interview met De Standaard, sprak hij misschien voor zijn beurt, maar dat was natuurlijk afgesproken. De Wever is daar allang mee bezig. De Bracke-bocht was een De Wever-bocht. De Wever kent de Vlaamse Beweging. Hij is een historicus die de geschiedenis van het nationalisme kent. Hij wil nu in de eerste plaats België reorganiseren.

 

Zal hem dat in dank worden afgenomen? Als hij België mee bestuurt, moet hij aantonen dat het kan werken.
RONDAS: De partij van De Wever is vandaag de politieke vertaling van de Vlaamse Beweging. Maar die is heel ruim geworden. Wat zegt De Wever vandaag? Hij zegt tegen de Vlaamse Beweging: aanvaard België. Anders zou hij dat confederalisme nooit hebben voorgesteld. Hij zegt: leer leven met het Belgische feit. Maar hij zegt erbij: wij zullen dat Belgische feit op zo’n manier reorganiseren dat het aanvaardbaar is voor Vlaanderen. Enfin, dat zegt hij niet heel erg duidelijk, niet met die woorden, maar hij zégt het wel.

 

Maar hij is toch een Vlaams-nationalist, die een onafhankelijk Vlaanderen wil?
RONDAS: Dat is de definitie van een nationalist: die wil dat de staat en de natie samenvallen. Of toch zo veel mogelijk. Daarom heeft hij dat streven naar zelfbeschikking, dat met een lelijk woord separatisme heet, verruimd naar het confederalisme. De Wever heeft tenminste een project voor België. Hij is de enige met een project voor België 2.0.

 

Zal de partij een regeerakkoord zonder harde communautaire afspraken goedkeuren?
RONDAS: Ik denk dat de leden en militanten van de N-VA enorm veel vertrouwen hebben in De Wever. En vergeet niet dat die partij gemaakt is om de macht uit te oefenen. Wat zou ze anders doen? Die partij is bijzonder realistisch wat betreft de machtsverwerving. Realistisch genoeg om te weten dat je daarvoor compromissen moet sluiten.

 

Iets anders: hoe groot is de vreugde in de Vlaamse Beweging dat de N-VA het Vlaams Belang heeft drooggelegd? Vindt u dat goed nieuws?
RONDAS: (glimlacht) Ja. Ik moet nu denken aan La Strada, de beroemde film van Federico Fellini. Anthony Quinn speelt daarin een rondreizende circusartiest die zijn blote borst omgordt met ketenen die hij laat barsten om te tonen hoe sterk hij is. Op het einde van zijn leven kan hij niets meer, maar draagt hij nog altijd die ketenen op zijn borst. Dat personage, dat is Filip Dewinter. Alles kwijt, en nog altijd hameren op dezelfde spijker.

 

Heeft het Vlaams Blok, later Vlaams Belang, de Vlaamse Beweging schade toegebracht?
RONDAS: Zeker. Die partij heeft de Vlaamse Beweging gekaapt. Met als gevolg dat een kwart van de Vlamingen ineens geen volwaardige burgers meer waren. De kiezers van die partij werden beschouwd als on-burgers, met wie geen rekening moest worden gehouden. Dat kan toch niet.

 

Was u tegen het cordon sanitaire? Had men die partij mee moeten laten besturen?
RONDAS: Dat lijkt ondenkbaar, maar ik vind dat men het had moeten proberen. Een straathond zoals Dewinter kun je natuurlijk geen bestuursfunctie aanbieden, maar met Gerolf Annemans of Frank Vanhecke had dat wel gekund. Enfin, ik geef vaak lezingen, en ik zie regelmatig dat het publiek bestaat uit ex-Belangkiezers. Ik leg dan aan die mensen uit dat die partij verloren heeft omdat ze moreel niet in orde was. Die mensen begrijpen dat ook. Ze hebben hun stemgedrag trouwens gewijzigd, dat is wel duidelijk.

 

Ook in sommige media bestond lange tijd een cordon tegen Vlaams Belangers. Op uw website Doorbraak.be komen mensen zoals Gerolf Annemans wel aan bod.
RONDAS: Ja, ze mogen stukken insturen. De vrijheid van meningsuiting is voor ons zeer belangrijk. (Zingt) Die Gedanken sind frei, kein Jäger kann sie erschießen.

 

Heeft de Vlaamse pers het Blok destijds verkeerd behandeld?
RONDAS: De media hebben een heleboel gedachten die door het Blok te grof werden verwoord, samen met de grove verwoording in de vuilnisemmer gekieperd. En op die manier kiezers uitgesloten van het maatschappelijke debat. Dat vind ik ongehoord.

 

Is het ook niet ongehoord dat het beleid nooit echt iets heeft gedaan aan de problemen van minderheden? Terwijl er zo veel achterstand is op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld.
RONDAS: Wel, daar gaat de N-VA eindelijk iets aan doen. Het Belgische systeem heeft die achterstand in de hand gewerkt, door de ogen te sluiten voor de problemen die grote migratiegolven meebrengen. Men heeft nooit een remedie gezocht om de problemen aan te pakken. Kijk naar het onderwijs, naar de arbeidsmarkt: het Belgische systeem werkt niet voor die mensen. In een land met de hoogste belastingdruk van heel Europa zou de sociale return veel groter moeten zijn.

 

Is de N-VA sociaal genoeg?
RONDAS: De Wever is een zogenaamde compassionate conservative, een conservatief met mededogen. In dat opzicht is hij de erfgenaam van priester Daens, die het flamingantisme ook mooi vermengde met het sociale.

 

Dat zou je niet zeggen, als je de critici hoort.
RONDAS: Ach. Sinds De Wever burgemeester is van Antwerpen, heeft men al veel dramaatjes opgevoerd in de kranten, om te bewijzen dat dit een kille, asociale stad zou geworden zijn. Maar daar klopt natuurlijk niets van. Elk van die dramaatjes is ondertussen gededramatiseerd. De N-VA is helemaal niet hard of asociaal.

 

De Wever is toch een fan van de Britse psychiater Theodore Dalrymple, die vindt dat het je eigen verantwoordelijkheid is als je mislukt in het leven?
RONDAS: Ik denk dat De Wever kritiek heeft op de manier waarop de welvaartsstaat hier is georganiseerd. Door decennialang socialistisch beleid is die welvaartsstaat flink over the top gegaan: het is te gemakkelijk om niet te werken, om jezelf in dat systeem te installeren. Terwijl het duidelijk is dat we dat systeem niet kunnen bekostigen als het niet wordt veranderd. En de socialisten zullen nooit in staat zijn om dat te doen.

 

Zelf beweren ze de welvaartsstaat te willen redden.
RONDAS: Terwijl ze weten dat het niet mogelijk is op de manier die zij voorstellen.

 

Hebt u niet altijd sympathie gehad voor links?
RONDAS: Absoluut. Ik kom een beetje uit die hoek. Ik ben een 68'er, daar is niets aan te doen. Ik studeerde in Gent toen Paul Goossens daar de revolutie kwam prediken.

 

En u deed mee?
RONDAS: Iederéén deed mee, dat was bijzonder leuk allemaal. Die sfeer en die beweging hebben ook heel wat losgemaakt. Ik vind ook vandaag dat de Vlaamse Beweging behoefte heeft aan linkse inbreng. En omgekeerd heeft links behoefte aan de erkenning van de Vlaamse democratische ruimte. Anders is links in Vlaanderen ten dode opgeschreven. Zolang de SP.A moet overleven bij de gratie van de PS, zal het hier niet lukken.

 

Zou u in een onafhankelijk Vlaanderen links stemmen?
RONDAS: Ik vind het in elk geval een schande dat links er vandaag zo bekaaid afkomt in Vlaanderen. En dat de PVDA de kiesdrempel niet haalt, nog zo'n onrechtvaardigheid van ons kiessysteem. Maar dan moet de SP.A, net zoals de andere traditionele partijen, haar ideologie opnieuw ontdekken. Vandaag is de ideologie van die partijen verwaterd tot onherkenbaarheid en het beheer van de staat. Zij dragen het compromis in zich.

 

Wat is er mis met een compromis?
RONDAS: Een compromis is iets voor na de verkiezingen, niet iets waarmee je naar de verkiezingen trekt. Dat hebben de traditionele partijen blijkbaar nooit begrepen.

 


DOOR JOËL DE CEULAER
© 2014 Roularta Media Group

 

Download hier de PDF versie van deze bijdrage.

 

Share this
delen

Vragen van een lezende arbeider over homeopathie

(naar aanleiding van de Vlaamse regeringsvorming en de aanloop naar de federale Kamikaze-coalitie) – door Jean-Pierre Rondas

Er is een Vlaamse regering gevormd, bestaande uit N-VA, CD&V en in extremis ook OpenVLD. Op basis daarvan willen deze partijen ‘zich gezamenlijk presenteren’ aan de tafel van de federale regeringsonderhandelingen. Voor de Franstalige liberalen van MR betekent deze constructie inderdaad een kamikaze-opdracht: ze vertegenwoordigen slechts een vijfde van de Franstalige bevolking, en zouden toch als enige Franstalige partij in de regering zetelen. Maar deze kamikaze heeft ook federalistische en confederalistische kantjes. Wat het confederalisme betreft: wat wil N-VA eigenlijk bereiken in deze regeringen? Of laat de partij zich zo homeopathisch verdunnen dat er van deze emanatie van de Vlaamse beweging niet veel overblijft? 

Bij de verrassende mededeling dat de Vlaamse coalitie rond is en dat de aangekondigde federale kamikazecoalitie in de steigers staat (‘niets is wat het lijkt’) moest ik toch denken aan die hilarische foto waarop Bart De Wever, Peter De Rover, Jan Jambon en nog een partijgenoot-volksvertegenwoordiger in de Kamer zitten te kaarten. De dag nadien werd door het N-VA communicatiebureau geseind dat de voorzitter ook gewonnen had. In the end, The Wever wins. Ook nu weer. Hij heeft zijn figuurlijke boek tricolore kaarten uit zijn aktentas gehaald, en er samen met CD&V en Open VLD en MR een spelletje Belgisch kleurenwiezen mee gespeeld, en tenslotte voorspelbaar gewonnen. De verliezers heeft hij zover gekregen dat ze een van zijn meest tot de verbeelding sprekende voorstellen van vorig jaar graag wilden aanvaarden. Wat was toen de inzet? Dat hij had aangekondigd dat hij het liefst niet als N-VA, maar vanuit een Vlaamse regering met de Franstalige kandidaten voor een federale regering zou onderhandelen. De formulering is een paar keer afgezwakt, eerst was het not done voor Kris Peeters, dan weer was het een horreur voor Gwendolyn Rutten, maar nu zal het toch gebeuren: de Vlaamse partijen trekken ‘als Vlaamse regeringspartijen’ naar de federale onderhandelingstafel. Historisch eigenlijk. Nooit gezien in de Belgische staat. Een confederalistische stap.


Ondertussen valt ook op dat de Vlaamse coalitie een soort calque geworden is van De Wevers eigenste, Antwerpse coalitie: N-VA met CD&V en Open VLD. Niet moeilijk zal men zeggen, dit is gewoon een tweede van straks drie coalities zonder socialisten. Maar toch: sterk spel, temeer als men bedenkt dat hij op weg is een federale regering te vormen bestaande uit de Vlaamse Entente en de Belgische As. Qué? Wel, de ‘Entente’ van CD&V en N-VA enerzijds, en de ‘As’ van CD&V en MR anderzijds, waarover in de aanloop naar de verkiezingen zoveel sprake was. Symbolisch misschien, maar opnieuw: sterk spel, waarin de tegenstrevers tot medestanders zijn gemaneuvreerd.
Het wordt dus een kamikaze federale regering, omdat de MR zich als een kamikaze gedraagt. Niet als een ‘goddelijke wind’ (de letterlijke vertaling van dit Japanse woord) maar als een zelfmoordleger, omdat de liberalen van Charles Michel en Didier Reynders het aandurven als enige Franstalige partij in een door Vlamingen overheerste coalitie te stappen. Men durft er niet veel van te zeggen: Di Rupo niet, omdat hijzelf vrolijk heeft geregeerd met een Vlaamse minderheidsregering (een regering waarvan de Vlaamse vleugel geen meerderheid heeft bij de Vlaamse volksvertegenwoordigers in de Kamer). Liberalen zoals van Quickenborne, Rutten of Vanhengel niet omdat ze voor de verkiezingen vonden dat er gerust opnieuw een Vlaamse minderheidsregering mocht gevormd worden. En CD&V niet omdat deze partij zich die fantastische slogan van Yves Leterme herinnert, dat hij diegenen die het zouden aandurven met een Vlaamse minderheid te regeren, zou achtervolgen te land en ter zee en van De Panne tot Opgrimbie. Men herinnert zich nog de zin, maar niet meer naar aanleiding waarvan hij werd uitgesproken. Hierbij dus.


En precies dit zouden we nu van de Franstaligen verlangen, dat ze zich zouden neerleggen bij een veel eclatanter minderheid dan dat ene zeteltje dat de Vlamingen tekort kwamen? Zowel vertegenwoordigers van de Franstalige werkgevers als van de socialistische vakbond hebben erop gewezen dat de Franstaligen in zo’n regering niet ‘vertegenwoordigd’ zouden zijn. Dat is wat ze willen: representatie, een soort afspiegeling van de bevolking. Voeg daaraan toe het permanente gevoel van vernedering, minorisering, gebrek aan respect waaronder Walen en Brusselaars lijden, en het resultaat is een brisante mix. Niet dat er onmiddellijk een nieuwe André Renard zal opstaan, daarvoor zijn de voorwaarden niet vervuld. Maar Laurette Onkelinx is zich wel al aan het warmlopen voor een hete oppositie. Daarenboven zijn van haar al ettelijke uitspraken bekend waarin ze ronduit dreigt met ‘de straat’, een ‘straat’ waarvoor ze geen verantwoordelijkheid neemt, want ze zal ‘de mensen’ niet kunnen tegenhouden.


In dit licht gezien is het begrijpelijk dat de term kamikazecoalitie in Wallonië in zwang is geraakt. Het is ook moedig van MR om eraan te beginnen. Maar tegelijkertijd wordt de deelname van MR aan zo’n regering een recept voor het einde van België. Wat dan weer zou passen in een NVA-strategie om de Franstaligen zodanig met de consequenties van ‘België’ te confronteren dat ze er zelf genoeg van krijgen. Waarom? Dat heeft te maken met het verschil tussen federalisme en confederalisme.


Zo’n kamikaze-coalitie is immers een uiting van federalisme pur sang. De deelstaten vormen hun regering, het federale niveau ook, en omdat we toch met zijn allen Belg zijn maakt het niet uit door hoeveel Waalse of Vlaamse volksvertegenwoordigers de federale regering wordt gesteund, als ze maar een meerderheid heeft. Aandringen op een min of meer evenwichtige ‘representatie’ van Vlamingen of Franstaligen in de regeringsmeerderheid daarentegen (en dus de kamikaze van MR bestrijden) geeft blijk van een confederalistische houding. Maar het is wel duidelijk dat het federalisme door zo’n kamikaze tot het uiterste zal getest worden. Van Vlaamse kant aandringen op de kamikaze-coalitie betekent dus het hele bestel ex absurdo naar confederalisme laten evolueren. Terwijl FGTB (het Franstalige ABVV) door de kamikaze alleen nog maar te bestrijden, vanzelf in de richting confederalisme evolueert. Dat beseffen ze daar wel, maar voorlopig durven ze België nog niet expliciet in vraag te stellen. Dat komt nog wel.


We zullen snel zien hoe absurd een regering er zal uitzien waar het verplichte en trouwens oververtegenwoordigde Franstalige deel uit zeven ministers van een en dezelfde partij zal bestaan, een partij die niet eens tien percent van de hele Belgische bevolking vertegenwoordigt. Als men het evidente en intuïtief juiste ‘confederalistische’ element van een (weliswaar niet verplichte) meerderheidsvertegenwoordiging van Franstaligen of Vlamingen uit het Belgische pakket haalt, dan zou men evengoed andere, wel verplichte confederalistische elementen kunnen neutraliseren die niet evident zijn of zelfs contra-intuïtief. Een paritaire regering bijvoorbeeld, of de alarmbellen, of de overdaad aan vereiste bijzondere meerderheden, of de betonneringen, of de vele andere pariteiten en speciale regelingen die maken dat het democratische deficit in deze staat groter is dan elders in Europa. Kan N-VA zich met die grendels verzoenen, zelfs als die verzoening de prijs is voor een regering zonder socialisten? Of kan men dan toch in België iets veranderen doordat men langs deze grendels heen laveert? De tijd zal het uitwijzen, maar persoonlijk vrees ik ervoor: grendels blijven grendels.


Toch zou het kunnen dat zich hier een echte paradigmawissel voltrekt, die vooral tot uiting komt in de zinsnede dat de Vlaamse regeringspartijen zich ‘samen zouden aanbieden op het federale vlak’ (alhoewel tijdens de persconferentie vandaag 22 juli de formulering van Gwendolyn Rutten toch even anders luidde dan die van Bart De Wever).


Anderzijds is de vraag niet alleen of ze zichzelf gaan presenteren, maar wat ze gaan presenteren – en daarvan weten we niets. Wel weten we dat de inhoud afhankelijk is van de posities die de verschillende partijen tegenover elkaar innemen. Daarover is al veel gespeculeerd, maar laten we ons hier even beperken tot de positie van N-VA. Deze partij zal in deze regering omringd zijn door partijen die niet alleen in de meest extreme bewoordingen het communautaire deel van haar programma hebben uitgespuwd, maar gelijk de hele partij zelf, wat ze ook zegde of deed. De houding van Lütgen is hier helemaal niet uitzonderlijk; ze is alleen wat consequenter. Reynders: ‘Nous, c’est sans la N-VA’. Charles Michel: ‘nul komma nul vertrouwen in N-VA’. ‘N-VA heeft geen Franstalige partners’. Diezelfde Charles Michel liet ook weten dat hij nationalisme haatte uit de grond van zijn hart. We mogen toch veronderstellen dat deze mensen daar toch iets van zullen gemeend hebben? Voorzitter Beke van CD&V laat verstaan dat hij nog altijd een sterker Vlaanderen in een sterker land wil (net zoals Gwendolyn Rutten heeft hij op de persconferentie gewoon zijn campagneslogans herhaald). Een sterker land, daarmee bedoelt Beke ‘België versterken’. Zal N-VA België mee helpen versterken?


N-VA wil regeren, zoveel is duidelijk. Maar regeren om wat te doen? Of zal het eraan toegaan zoals overal elders in de Europese democratieën? Een kiesprogramma, dat wel, maar daarna gewoon regeren om te doen wat moet? Eenmaal aan de macht regeert men, en dat is het dan (zie de PvdA in Nederland). Om aan de macht te komen heeft N-VA zich al een paar keer homeopathisch verdund: voor de verkiezingen (de zogenaamde Bracke-bocht), dan tijdens de onderhandelingen voor de Vlaamse regering, en uiteraard nu nog een keer tijdens de onderhandelingen voor de federale regering. In de homeopathie kan men blijven verdunnen, maar geldt dat ook voor een politieke partij? Aan de Sp.a zien we wat er dan gebeurt.


Daarom toch, tot slot, enkele concrete vraagjes aan N-VA. Hoe zit het met de nog niet gerealiseerde punten van de aloude Vlaamse resoluties zoals eigen fiscaliteit en eigen sociale zekerheid? Gaan we daar nog voor, of nemen we de zegswijze van Groen en OpenVLD over, ‘het is absoluut genoeg geweest’? Hoe zit het met de nare kantjes (de kiezeltjes) van die zesde staatshervorming zelf? Worden die er bijgenomen, of anders gevraagd: zal er een verschil zijn tussen een uitvoering van die ‘zesde’ met of zonder N-VA en zo ja, welk? Hoe wordt er omgegaan met de 26 samenwerkingsakkoorden? Worden het allemaal ‘Meises’, ik bedoel, regelingen zoals voor de ‘gesplitste’ Plantentuin van Meise – wordt dit het droevige voorbeeld? Hoe zit het met de federale kieskring, waarvan de studie door de zesde staatshervorming werd besteld? Blijft het neen? Behoort de BMR (Brussels Metropolitan Region, nu Communauté Urbaine) tot die samenwerkingsakkoorden en heeft N-VA zich tijdens vorige besprekingen niet al laten verleiden om daar heel ‘redelijk’ in te zijn? Is het niet evident dat N-VA ofwel qua federale kieskring ofwel qua Communauté urbaine, ofwel qua beide heel inschikkelijk zal moeten zijn? Kortom, klopt het dat Vlaanderen-in-België hier stappen achteruit zal zetten die latere stappen vooruit onmogelijk zullen maken?

 

De Wever is een winner. Tactisch wint hij en kleurenwiezen kan hij (ik denk toch dat het dit spelletje was). Maar deze Fragen eines lesenden Arbeiters vragen om opheldering. Daarover bestaat niet de minste duidelijkheid. Maar ik vertrouw erop dat we de antwoorden al snel op deze stek zullen kunnen lezen.

 

Download hier de PDF van deze bijdrage.

 

 

Share this
delen

Dankwoord van Nelly Maes bij de uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw, in het stadhuis te Sint-Niklaas op 28 juni 2014

Pleidooi voor verbreding en verdieping van de Vlaamse Beweging

Nelly Maes schreef een interessant pleidooi voor verbreding en verdieping van de Vlaamse Beweging. Het gaat om een tekst die ze uitsprak als dankwoord bij de uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw. In feite is ze de eerste Vlaamse Leeuwin in deze Orde: geen enkele andere vrouw prijkt op het palmares sinds 1971, toen deze onderscheiding voor het eerst werd verleend. Ze is wel het vierde lid van de Gravensteengroep die de plaquette mee naar huis mocht nemen, na Ludo Abicht (1998), Frans-Jos Verdoodt (2008) en Jean-Pierre Rondas (2011). Waarom ze de orde krijgt staat op ongeveer elke bladzijde van haar autobiografie Ongebonden best (Pelckmans).

Beste vrienden,
Dames en heren,

 

De opname in de Orde van de Vlaamse Leeuw maakt me gelukkig en trots. Niet alleen omwille van de redenen die voor deze toekenning werden vermeld en de pluralistische geest in de procedure ervan, maar ook omwille van het belang van mijn voorgangers.
Ik dank voorzitter Matthias Storme voor de mooie woorden in zijn laudatio.
Maar vooral ben ik dankbaar voor de Vlaamse Beweging met haar culturele dimensie, die de richting bepaalde die ik in mijn leven zou inslaan.

 

Over deze culturele dimensie wil ik het hier met u hebben. Ze is immers diep verbonden met onze identiteit als persoon en onze identiteit als gemeenschap. Ze omvat tal van componenten: de eigen taal, de eigen waarden en overtuigingen, onze visie op de historische evolutie, de verbondenheid met de streek, haar cultureel erfgoed en haar natuurschoon, onze relatie met andere volkeren en culturen, onze visie op de toekomst: dat alles maakt deel uit van die culturele dimensie. Dat alles vinden we ook terug in het werk van onze kunstenaars, schrijvers, dichters en musici. De strijd voor zelfbeschikking overstijgt daardoor het zuiver materiële.

 

Cultuur geeft een gevoel van eigenwaarde aan wie gediscrimineerd en geminacht wordt. ‘Geus’ en ‘brigand’ werden eretitels, en het ‘sale flamin’ doet ons glimlachen en kan ons niet meer kwetsen, ook al was dit de bedoeling. Cultuur geeft dus ook weerbaarheid aan minderheden. Zijn we in deze geglobaliseerde wereld niet allemaal minderheden? Daarvan moeten we ons bewust zijn in onze contacten met medemensen die van elders komen, die etnisch verschillen, en die een andere cultuur als achtergrond hebben. Op reis zoeken we deze verschillen immers ook enthousiast op, uit nostalgie naar de zogenaamde authenticiteit …

 

Ook de idee van Vlaanderen als staat in Europa wortelt in deze culturele dimensie. Anton van Wilderode verwoordde de belofte die Europa inhoudt als volgt:

 

De wereld die wij willen is Europa
uit zoveel eeuwen ongeduld verzameld
en toegezegd aan wie geen wanhoop kennen.

 

Daarin past een onvergrendeld Vlaanderen, een ongekooide meerderheid in een België dat langzaam oplost of confederaal wordt. Maar de culturele dimensie is ook de bron van de droom van een vrije en rechtvaardige samenleving waarin elk mens, niet enkel in Vlaanderen maar in heel de wereld in waardigheid kan leven in de gemeenschap waarin hij of zij geboren wordt of leeft.

 

De filosofen van het federalisme leerden het ons: wij leven in kringen. Als democratische burgers dragen we de onmiddellijke verantwoordelijkheid voor de kring van de Vlaamse gemeenschap. Binnen deze kring willen we het welzijn van alle burgers mogelijk maken, en aan deze kring willen we de rechtmatige plaats in Europa bezorgen. Daarom kiezen wij via de politieke partijen de vertegenwoordigers die dat in de dagdagelijkse praktijk waar moeten maken. Het was mijn passie om mee te werken aan de erkenning en de uitbouw van deze eigen kring, maar ook aan de sociaaleconomische en culturele invulling ervan, en aan de inbedding ervan in Europa en de wereld. Daarom koos ik voor de Volksunie.

 

In de jaren zestig moesten wij het doen met een minderheid van bewuste Vlamingen, in coalities met partijen die het unitaire België prefereerden als belangrijkste kring, boven Vlaanderen of tegen Vlaanderen.
Vooraleer de ‘Vlaamse volkskracht’ (Lodewijk De Raet) zich politiek kon manifesteren werd de Vlaamse meerderheid vergrendeld door de Grendelgrondwet van 1970-1971. Met die handicap sleepten we doorheen vijf Belgische staatshervormingen een eigen Vlaams Parlement en een eigen Vlaamse regering uit de brand.
Maar het werk is niet af. De zesde staatshervorming kwam er zonder ons en grotendeels tegen de Vlaamsgezinden. Daarenboven moet ze nog uitgevoerd worden. Dat wordt opnieuw een gevecht voor elke kruimel bevoegdheid, een gevecht om de Vlamingen zeggenschap te geven over wat zij zelf bijdragen aan het Belgisch BNP.

 

De grote mechanismen van de macht, namelijk het innen van de belastingen, en de herverdeling van de Belgische rijkdom die grotendeels tot stand wordt gebracht door Vlaamse werkkracht, door Vlaamse ondernemingen en door export van uit Vlaanderen, dat blijft allemaal blijft federaal en blijft dus buiten de invloedssfeer van het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering. Hoe de toekomstige federale regering er uit zal zien doet er hier niet toe, want een zevende staatshervorming komt er de volgende vijf jaar niet.

 

Intussen neemt de armoede toe en verliezen we arbeidsplaatsen en marktaandeel. De kar van het Vlaams trekpaard wordt overladen en raakt achterop, niet alleen ten nadele van Vlaanderen maar ook van de staat België. Er is dus een stevige Vlaams politieke strategie nodig met echte Vlaamse partijen: niet enkel Vlaams centrumrechtsen maar ook Vlaamsbewuste linksen en groenen die Vlaanderen zien als hun res publica.

 

Daarom pleit ik hier voor een Copernicaanse revolutie in de geesten van alle partijen die zich aan de Vlaamse kiezers voorstellen. Vlaanderen is meer dan een kiesomschrijving, de Vlamingen zijn meer dan consumenten van de welvaartstaat.
Ook de banken, de economische machten, de sociale partners, het patronaat en de vakbonden moeten zich bewust worden van de veranderingen, niet enkel in de Belgische instellingen maar in heel Europa en de wereld. De wereld is geglobaliseerd en wij moeten er als Vlaamse gemeenschap onze plaats in vinden door onze creativiteit, onze werkkracht en onze hersens in te zetten.
Onze gemeenschap is niet meer die homogeen Vlaams sprekende meerderheid in België die ijvert voor werk in eigen steek en die zelfbestuur wil veroveren op een arrogant, unitair en door Franstaligen beheerst België. De uitdagingen van vandaag zijn veel complexer.

 

Zo wordt het Nederlands nog altijd bedreigd, maar in tegenstelling tot vroeger niet enkel door arrogante Franstaligen in Brussel en de Rand. Het Nederlands als standaardtaal moet verdedigd worden, niet alleen in Europa maar ook in Vlaanderen. Nederlands als bindmiddel in onze multiculturele samenleving met anderstaligen, als emancipatiemiddel en als sleutel voor de toekomst van onze jongeren. Nederlands als instrument voor de vlotte samenwerking met Nederland en als lingua franca voor de Lage Landen.
Maar de Vlamingen verwachten veel meer dan de broodnodige institutionele veranderingen en de verdediging van taal en territorium alleen. Zij verwachten ook een antwoord op de vele veranderingen bij sommigen verwachtingen en ambities en dromen verwekken, maar bij anderen ook verontwaardiging en angst.

 

Dit antwoord kan niet enkel door institutionele veranderingen ingelost worden.
Voor Vlaams-nationalisten is een doorgedreven confederalisme of onafhankelijkheid inderdaad een eerste prioriteit. Maar kan de Vlaamse Beweging zich verengen tot die keuze? Aan dat Vlaanderen moet een maatschappelijke en culturele invulling gegeven worden. Die kan centrumrechts zijn maar voor anderen of in andere omstandigheden zal dat centrum-links zijn of rechts of links.

 

De Vlaamse Beweging heeft diverse facetten gekend: er waren mannen en vrouwen actief, kunstenaars, wetenschappers, economen en sociale hervormers, pastoors en vrijzinnigen, onderwijzers, arbeiders en boeren van rechts tot links. Wat betekent Vlaamse Beweging voor ecologisch of sociaal bewogen mensen? Wat belet hen voor haar open te staan? Is streven naar een groener Vlaanderen geen droom van ons allen? Wat is een rechtvaardig Vlaanderen voor de alleenstaande moeder, de weggesnoeide kassierster, voor de jonge Mohammed, de kleine gepensioneerde of de failliete drukker?

 

Ik pleit voor Vlaams-bewuste partijen ook als zij sociaal bewogen of ecologisch gemotiveerd zijn. Ik mis Rode en Groene Leeuwen. Het mogen ook panda's zijn, maar dan met een leeuwenhart.

 

 

Download hier deze bijdrage in PDF.

 

Share this
delen

Over Vlaanderen – een 11 juli-toespraak van Jan Verheyen

Filmregisseur Jan Verheyen is nog altijd verbaasd over het agressieve belgicisme van al te vele Vlaamse cultuurdragers, academici en mediamensen. Hij kijkt naar wat ze doen en luistert naar wat ze zeggen, en vindt slechts een discours vol van interne contradicties en slechte wil. Hoe spreken deze mensen eigenlijk over de gemiddelde Vlaming? Hoe tonen ze hem? Welke racisme-gerelateerde opvattingen en misdrijven schrijven ze hem toe? Niet te verwonderen dat diezelfde gemiddelde Vlaming zich van deze ‘elite’ afkeert en overgaat tot de orde van de dag.
Jan Verheyen sprak deze feestrede uit in Brugge, Turnhout, Zottegem en Sint-Pieters-Leeuw.

Wij, de Rode Duivels
Is het u ook opgevallen hoeveel mensen de laatste weken zo trots waren? Trots om Belg te zijn. Het ging natuurlijk niet om een plotse uitbraak van diepgewortelde patriottistische gevoelens, een soort belgicistisch variant van het Ebola-virus, nee, het was een geval van massahysterie waar allicht menig aspirant-socioloog en psycholoog binnenkort op zal promoveren, massahysterie veroorzaakt door de prestaties van de Rode Duivels op het WK Voetbal in Brazilië. Daar heeft u vast en zeker iets over gelezen of gehoord, recentelijk. Ik zeg nu 'de' Rode Duivels maar eigenlijk moet het zijn 'onze' Rode Duivels. Het zijn 'de' Rode Duivels als ze, zoals de afgelopen twee decennia, meanderend in de middelmatigheid een sluimerend mediabestaan leiden.


Maar sinds de wonderlijke wedergeboorte onder Wilmots zijn het weer 'onze' Rode Duivels en zijn we er 'trots' op. Dat is massahysterie maar ook een vorm van collectivisme, een gevoel van verenigd zijn. Het succes van 'onze' Rode Duivels straalt af op ons allemaal en op de natie — België dus. En dat creëert een gevoel van nationale trots, chauvinisme, nog eens versterkt door het feit dat landen als België maar ook bv. Costa Rica, Algerije of Columbia, landen die zelden of nooit een item zijn op CNN tenzij bij uitzonderlijke rampspoed, voor één keer een positieve hoofdrol opeisen op het internationale toneel.


Soms is de identificatie zelfs totaal: 'we' hebben goed gespeeld, hoor je dan zo'n met obesitas flirtende vijftiger roepen, terwijl hij in een te strak T-shirt in een polonaise slingert, een literblik Jupiler in de ene hand, een opblaasbare maar al lichtjes slap hangende drietand in de andere, het gezicht slordig rood/geel/zwart geverfd en met een Fellaini-pruik scheef op de kalende schedel. U kent vast het spreekwoord: succes heeft vele vaders, falen is een wees.


Al even voorspelbaar zijn de opiniestukken in kranten waarin het sportieve succes van de Rode Duivels en het feit dat een aantal van de spelers zowaar zinnen kan vormen in de beide landstalen onmiddellijk wordt gezien als een symbool van het 'nieuwe', frisse, moderne, speelse, veelkleurige België, een opgeluchte 'yes, we can', een 'we zijn toch goed bezig', een voluntaristische op-de-borst-klopperij. Ook daar bestaan termen voor, ik noem er een paar: projectie, wishful thinking, recuperatie. Het mag dan ook geenszins verbazen dat het regeringsvliegtuig overuren klopte om de doorgaans voetbalschuwe excellenties naar Brazilië te vliegen om zich daar te gaan wentelen in de volksgunst. Brood en spelen, nietwaar, en blijkt nu dat zelfs spelen alleen al volstaan.


Want ondertussen zwalpt dit land gezapig verder, tijdelijk verenigd door Koning Voetbal, maar in de realiteit nog altijd hopeloos verscheurd en in een diepe identiteitscrisis. De breuklijnen zijn legio: ze lopen tussen het noorden en het zuiden, tussen arm en rijk, tussen ondernemers en ambtenaren, en ook meer en meer tussen de zogenaamde high culture en de low culture. Het zijn vaak pijnlijke tegenstellingen, en met name in het culturele veld vaak onbegrijpelijke tegenstellingen, althans voor mij.

 

 

Niet in wiens naam?
Het eerste luide, krachtige signaal kwam er op 21 januari 2011 in de nasleep van de verkiezingen van 2010 tijdens de lange, moeizame regeringsvorming. Het werd uitgezonden vanuit de KVS in Brussel, waar enige tientallen cultuurdragers het podium beklommen om daar onder de slogan 'Niet in onze naam' een hoogst onduidelijk discours te brengen. Ze claimden, en dat was wel slim, nadrukkelijk de begrippen 'verdraagzaamheid' en 'solidariteit', hier en daar struikelde zelfs iemand over het moeilijke woord 'kosmopolitisch', en insinueerden in één moeite door dat die begrippen haaks stonden op nationalisme, ergo ook op Vlaams-nationalisme en, waarom niet, nu we toch bezig zijn, Vlaams tout court.


De gemiddelde Vlaming is immers een naar volkse vulgariteit neigende, in te krappe trainingspakken geprangde, uit zijn neus vretende, angstvallig door de gordijnen van zijn lelijke fermette loerende kneuterige angsthaas - zoals we die ook geportretteerd zagen in bv. 'Duts' en 'De Ronde' en als typetje in nogal wat andere fictie- en humorprogramma's. Het zijn interessante archetypes van hoe de intellectuele elite, onze eigen gauche caviar, de Vlaming ziet.


Ik herinner me dat dat die bonte avond in de KVS door de media werd gecoverd als een evenement van het grootste belang, en het dient gezegd: dat was een enorme opsteker voor de deelnemende artiesten. Het was tenslotte toch al een hele tijd geleden dat iets dat zich op een podium afspeelde enige maatschappelijke relevantie leek te hebben — de laatste keer was, als ik het goed heb, de opvoering van 'De Stomme van Portici' in de Munt op 25 augustus 1830. Dat leidde onvermijdelijk tot hybris en een ware tsunami aan opiniestukken over de weerzinwekkende perversiteit van nationalisme, Vlaams-nationalisme en Vlaams, en hoe klein de stap wel is van vendelzwaaien naar uitroeiingskampen - ja, geen cliché werd geschuwd. Zelfs ik dacht toen: laten we dan toch maar zo snel mogelijk een regering vormen, want als ik nog één opiniestuk moet lezen van een theatermaker die meer opinies heeft dan dat er mensen in zijn zaal zitten, ga ik gillen.
En allemaal ook maar pleiten voor een compromis, want dat bleek in deze dus het hoogste goed te zijn. L'histoire se repète, wat dat betreft, want 2014 begint meer en meer op een slechte remake van 2011 te lijken. Raar, vind ik dat, want het grootste compliment dat je kunstenaars kunt geven is net dat ze eigenzinnig zijn, dat ze wars van toegevingen aan smaak, toegankelijkheid, commercie vooral 'hun eigen ding doen'. Ik daag u uit één positieve recensie over een kunstwerk of een artiest te vinden waarin de woorden 'eigenzinnig' en/of 'compromisloos' niet voorkomen. En net die mensen trokken toen de straat op om van hun leiders te eisen wat ze zelf doorgaans met amper verholen minachting verfoeien: een compromis — begrijpe wie begrijpen kan. Eigenzinnigheid is dus in elk geval weer iets heel anders dan consequentie.

 

 

De benepen Vlaming
Maar het blijft fascinerend, dat absolute schrikbeeld voor het adjectief 'Vlaams' in de culturele sferen. Als zelfs pakweg Arno zich in interviews nadrukkelijk positioneert als belgicist en wel eens aanschuift voor een bouchée à la reine in Laken, mag je aannemen dat dezer dagen het zich outen als Vlaming - of daar gewoon al niet beschaamd voor zijn - het equivalent is van het uit de kast komen van Will Ferdy in de jaren stillekens. Overigens heeft het nog niet eens te maken met het al eerder beschreven begrip 'trots'. Het volstaat om in Vlaanderen geboren te worden om Vlaming te zijn. Daar is, net als verjaren, geen verdienste aan. Het enige wat je moet doen om te verjaren is op de dag van je verjaardag ’s ochtends levend wakker worden.


Het is een feitelijkheid. Vanwaar dan toch die drang van onze culturele en artistieke intelligentsia om dat bij voorkeur te negeren of, liever nog, beschaamd te verloochenen. Ik vermoed, het is maar een theorie, dat het nog altijd voor een groot deel te maken heeft met het collectieve trauma dat links heeft opgelopen op Zwarte Zondag, en de vele Zwarte Zondagen daarna. Het begrip 'Vlaams', zelfs het op zich neutrale adjectief 'Vlaams' was plots bezoedeld, gekaapt als het ware door uiterst rechts. En vanuit een bijna Pavloviaanse reflex - rechts is fout, dus Vlaams is fout – en uit angst om uit de politiek-correcte kerk te worden gebannen, rende onze elitairen in blinde paniek de andere kant uit alwaar zij zich - bien etonnés de se retrouver ensemble - aanschurkten tegen de monarchie.


Waar in normale landen de artistieke wereld bijna per definitie kritisch staat tegenover kerk en staat, is ze hier verworden tot de schoothond van de meest antidemocratische instelling die er bestaat: het koningshuis, het laatste symbool van de erfelijke macht. Overigens vermoed ik dat het hier niet zozeer om een krachtig politiek statement gaat - de gemiddelde culturo is doorgaans alleen met politiek bezig als er een nieuwe subsidieronde aankomt - , dan wel een soort groepsgedrag waarvan het politieke gewicht niet hoger moet worden ingeschat dan de bereidheid opiniestukken en petities te ondertekenen waar de juiste namen al onderstaan, met andere woorden: als Tom Lanoye al heeft getekend. Het is in essentie zoals met sport of zoals met het stammengevoel in de oertijd: de meeste mensen willen nu eenmaal ergens deel van uitmaken, strength by numbers, het geborgen gevoel van tot een groep te behoren die hetzelfde denkt als jij, of eventueel zelfs voor jou denkt.


Ik heb dat met lede ogen zien gebeuren, omdat het volgens mij niet klopt: ik zie namelijk niet in waarom je niet Vlaams én verdraagzaam én solidair kan zijn én open naar de wereld, drie eigenschappen waarvan het alleenrecht nu arrogant wordt geclaimd door de leden van de politiek-correcte kerk. Aanmatigende onzin die ondertussen wel zo diep is doorgedrongen in het maatschappelijk discours dat het voor waarheid wordt aangenomen. Immers, als je iets maar lang genoeg en luid genoeg roept, en daarvoor ook een aantal welwillende media ter beschikking hebt, wordt het op den duur inderdaad ook voor waar aangenomen.

 


De rechtse Vlaming?
Welnu, ik wens dat hier te betwisten. De gemiddelde Vlaming is geen racist. De gemiddelde Vlaming heeft empathie en tekent petities en is zelfs bereid om op te stappen in een stille betoging als het perfect geïntegreerde vluchtelingengezin in zijn dorp waarvan de kinderen op de school van zijn kinderen zitten en de ouders deel zijn gaan uitmaken van het dorps -of wijkweefsel na drie jaar plots wordt uitgewezen. Maar de gemiddelde Vlaming verfoeit expliciet, georganiseerd profitariaat. En geef hem eens ongelijk.


De gemiddelde Vlaming is niet conservatief in de betekenis van bang en reactionair en ter plaatse trappelend. De gemiddelde Vlaming wil net vooruit, wil werken, de toekomst van hemzelf en de generaties na hem veilig stellen. Het lijken mij eerder zij die zich zo graag 'progressief' noemen die zich aanvlijen tegen de inertie, die om de haverklap met verworven rechten schermen en desnoods het hele land lam leggen omdat ze godbetert hun verlofdagen niet gepland krijgen. Die wel heel hard roepen hoe progressief ze zijn maar in de praktijk keihard het egoïstische 'après nous le déluge' toepassen. En het is dat dat de gemiddelde Vlaming degouteert. En geef hem eens ongelijk. En misschien is de gemiddelde Vlaming wel een beetje bang, ja. Bang omdat zijn toekomst en de toekomst van zijn kinderen dreigt gehypothekeerd te worden, letterlijk bijna, door een laf beleid. Daar is de gemiddelde Vlaming bang voor. En geef hem godverdomme eens ongelijk.

 

 

Alles met onze goedkeuring
En we stonden erbij en we keken ernaar en we hebben het keer op keer laten gebeuren. We hebben toegestaan dat wanhopige mensen die op een foute partij stemden werden weggezet als verzuurde zeikerds, als mestkevers, terwijl de meesten gewoon een signaal uitstuurden, smeekten dat ook eens naar hen, naar hun noden zou worden geluisterd.


We hebben toegestaan dat dit absurde land zoveel regeringen creëerde dat het de facto onbestuurbaar is geworden. We hebben in Brussel iemand rondlopen die zichzelf, zonder er zelf bij in lachen uit te barsten, minister-president noemt. Er is een Brusselse minister van mobiliteit. Serieus. Er zijn steden van tien miljoen inwoners die bestuurd worden, en goéd bestuurd worden, door een burgemeester. Brussel heeft een regering met een minister-president, een schepencollege met een burgemeester, en 19 gemeenten met nog een hele zwik gezagsdragers. Ze moeten daar het Congressenpaleis afhuren als moet worden vergaderd over langs welke kant van de weg de pmd-zak moet worden buitengezet.


Karl-Heinz Lambert, een sympathieke mens, daar niet van, en iemand die ik absoluut, zeker weten, de barbecue zou toevertrouwen bij de jaarlijkse benefiet voor de plaatselijke voetbalploeg, is jarenlang minister-president geweest van de Duitstalige deelregering, hij is nu opgevolgd door Oliver Paasch. Hij beschikt over een viceminister president en twee ministers en legt verantwoording af aan 25 parlementsleden. De Duitstalige gemeenschap in dit land telt ongeveer 60.000 mensen. Met alle respect, maar dat is een dorp.
We hebben toegestaan dat we aan de absolute wereldtop staan qua files, en wat doen we? We zuchten en we staan een halfuur vroeger op. We hebben toegestaan dat justitie een tandeloze tijger is geworden, dat het migratiebeleid decennialang een chaos is geweest waar we nog generaties lang de gevolgen van zullen dragen, dat ons sociale systeem waar we zo trots op zijn en waar we niet weinig aan bijdragen is uitgehold en geplunderd en dat wie daar iets aan wil doen wordt uitgescholden als harteloos en asociaal.


We hebben ook toegestaan dat onze ondernemers en zelfstandigen met de nek worden aangekeken, gewantrouwd, beknot, dat het begrip 'de brave hardwerkende Vlaming' niet langer de eretitel is die het zou moeten zijn, iets dat respect en bewondering afdwingt, nee, het wordt geringschattend en spottend, smalend uitgesproken, het is net geen scheldwoord geworden.


We hebben toegestaan dat veel uitingen van Vlaamse cultuur worden beschimpt, gekleineerd, genegeerd of actief gesaboteerd, en of dat nu gebeurt door de smaakpolitie, de muziekmaffia, of welke andere zelfuitgeroepen groep poortbewakers ook, het is misplaatst en unfair, intellectueel oneerlijk en getuigt van een pover zelfbeeld.

 

 

Politiek correct en onverdraagzaam
Een andere interessante vaststelling is dat die jammere breuklijn zich cultureel vertaalt in een aanscherping van de veronderstelde tegenstellingen tussen de zogenaamde high culture en de low culture. Grof gesteld komt het erop neer dat wie zingt in het Engels en/of wel eens in een rokerige club in een voorstad van Londen performt, meer au sérieux zal worden genomen dan de kloefkapper die in het Vlaams optreedt. 'I Iove you' is geloofwaardiger dan 'Ik zie u graag', dat fenomeen.


Idem voor theater waar je toch alleen maar kan vaststellen dat het repertoiretheater bijvoorbeeld op een paar decennia tijd moedwillig is uitgeroeid, en het alternatieve - wat, voor alle duidelijkheid, nodig is en zuurstof levert aan een creatieve sector - de norm is geworden. Idem voor film, waar een prijs op een festival waar je voorheen nog nooit van had gehoord in appreciatie zwaarder weegt dan hoge bezoekcijfers in eigen land. Ik citeer in dit verband graag een Vlaamse filmmaker die in een radio-interview beleefd werd gevraagd of het niet teleurstellend was dat er ondanks al die prijzen zo weinig mensen naar de film waren komen kijken. Ze zei: 'Dat kan me niet zoveel schelen. Al komen er maar duizend mensen kijken, zolang het maar de juiste mensen zijn'.


Sta me toe dit te illustreren met een persoonlijke anekdote die ik gretig koester: in het begin van deze toen nog met hoop en gretigheid ingezette nieuwe eeuw, het moet in 2001 geweest zijn of daaromtrent, werd ik door de lezers van het weekblad Knack, onderafdeling Knack Focus, uitgeroepen tot Man van het Jaar in de categorie Cultuur. Het was het jaar van mijn film Team Spirit, met bijna 400.000 bezoekers een eclatant populair succes - de 'juiste' mensen waren, vrees ik, thuis gebleven - dus u kan zich wellicht de identiteitscrisis binnen de redactie van Knack Focus voorstellen. Bij de uitreiking werd ik in het laudatio op subtiele wijze geschoffeerd en het jaar daarna werd het reglement aangepast: om dit soort uitschuivers te vermijden zouden voortaan de lezers niet langer worden geraadpleegd. De verschillende redacties zouden voortaan zélf nomineren en uit die genomineerden ook zélf de laureaat kiezen. Democratie, de stem van het volk, allemaal goed en wel maar we moeten daar ook niet in overdrijven, nietwaar.


Er zijn nochtans, geachte luisteraars, geen verschillende soorten verdraagzaamheid. Je bent verdraagzaam, of je bent het niet. Je kan niet alleen verdraagzaam zijn voor wie tot de eigen club behoort, en de rest herleiden tot lompe karikaturen. Ik denk ook niet dat iemand tégen 'solidariteit' is, alleen lijkt het me stilaan toch wel duidelijk dat je dat begrip moet definiëren en vooral organiseren. Want als je dat niet doet, stuikt het mooie systeem dat die solidariteit moet garanderen, in elkaar. En kunnen we niet meer solidair zijn omdat we niets meer hébben om het nobele principe van solidariteit in concrete daden om te zetten.


En ik geloof ook dat Vlamingen evenveel recht hebben op het uiten van hun eigen cultuur als pakweg Denen, Ieren, Portugezen, Corsicanen of Basken. Ik vind dat vanzelfsprekend, en ik vind zelfs dat dat los staat van trots of chauvinisme of nationalisme. Het is simpelweg een deel van wie we zijn. Het is de geschiedenis waar we deel van uitmaken. Het is de taal die we spreken. Ik ben dus Vlaams, verdraagzaam, solidair en open voor de wereld en ik hoop van u hetzelfde. Ik wens u nog een prettige Vlaamse feestdag toe en een geweldige zomer.

 


(Jan Verheyen bracht deze 11 juli-toespraak in Turnhout, Zottegem, Brugge en Sint-Pieters-Leeuw)
Download hier de PDF van deze bijdrage

 

 

 

Share this
delen

De vergeten linkeroever – door Joris van de Casteele

Ooit werd de Gravensteengroep opgericht, niet alleen omwille van enkele principes die ons voor de geest stonden, maar ook vanuit de nare ervaring van de praktische uitsluiting van alledag. Wie zich in de culturele sector als Vlaamsgezind manifesteert, wordt al snel uit de normale circuits uitgesloten, en dat was ook de persoonlijke ervaring van enkele stichters van de groep. Veelal worden deze ervaringen uit schaamte verzwegen. Geschreven getuigenissen over dit fenomeen zijn dan ook zeldzaam. Hier is er eentje uit de zorgsector. En inderdaad: de auteursnaam is een pseudoniem. Naam en adres bij de redactie bekend, zoals men dat pleegt te omschrijven. Des te interessanter ook.

Ik werk als man al heel mijn carrière in de sociale sector. Op dit moment functioneer ik als staflid in een hulpverleningsorganisatie voor mensen met psychische problemen. Mijn team is zoals gewoonlijk voor de 'zachte sector', overwegend vrouwelijk. Dat is altijd zo geweest. Eigenschappen die doorgaans als vrouwelijker worden beschouwd, zijn hier dominant: empathie, sociaalvoelendheid, ruimdenkendheid. Het is de norm en als er al 'concurrentie' is onder collega's in niet-winstgevende organisaties, dan is het vooral daarop. Je kunt gerust zeggen dat men die waarden vooral als politiek links oriënteert.

 

Mijn politieke opvattingen zijn niet eenzijdig links. Wel voluit op ethische thema's, niet op sociaal-economische. Ik heb in feite een genuanceerd en eerder pragmatisch dan ideologisch oordeel over wat in Vlaanderen en België moet gebeuren. Politieke partijen zijn voor mij dan ook niet meer dan een voertuig naar een doel. Of nog minder respectvol geformuleerd: ze zijn slechts een wegwerpmiddel voor een betere samenleving. Ik analyseer dus met elke verkiezing opnieuw de programma's en verkoop mijn hart nooit aan een partij. Ik hou van een zo rationeel mogelijke benadering van de politieke veranderingsprocessen.

 

Ik schrijf dit stuk omdat ik me zeer alleen voel staan op de 'Linkeroever'. Een collega zei enkele jaren geleden in vol team: 'Ik zou nooit in een stad kunnen wonen waarvan Bart De Wever burgemeester is'. Ze kreeg alleen maar instemming. Men stemt hier vrijwel allemaal Groen of Sp.a. Ze staan allemaal op de mooie, warme, sociale linkeroever waar iedereen erbij hoort. Waar geen conflict maar oplossing gezocht wordt. Waar mensen voor mensen zorgen. Harmonie alom. Ik weet zeker dat mijn huidige stem voor N-VA (die volgende keer evengoed naar een andere partij kan gaan), totaal taboe is hier. Ik zou een kneuterige, arrogante, asociale rotzak zijn. Want 'Vlaams' staat hier voor bekrompen, kleinburgerlijk, beetje haatdragend. Vlaanderen verkiezen boven België is hier zeker 'not done'. En dat is een erg emotionele keuze. Dat hun angst voor het einde van België even nationalistisch vasthouden is (aan een land i.p.v. aan een volk) beseffen zij niet. Al laat romantisch flamingantisme me even koud, mijn oordeel is dat we dringend naar een veel grotere autonomie moeten omdat de Latijnse cultuur in Franstalig België andere keuzes blijft maken dan de noordelijke Vlaamse.

 

Wat ik mij afvraag, is waar de verzoening zit van ethisch progressief en Vlaams geëmancipeerd. De schimmige staatshervormingen van de traditionele partijen zijn ruim onvoldoende. Er is geen rationeel argument voor de eindeloze transfers van noord naar zuid zonder toekomst. De PS belemmert de Vlaamse groei al jaren. Toch lijkt dat mijn collega's van de Linkeroever nooit te bereiken. Uiteraard zijn linkse stemmen even legitiem, maar ik stel vast dat er zelfs geen twijfel is. Dat wat rechts of nationalistisch is, per definitie 'fout' is. Dus: waar blijft het charmeoffensief van de verdedigers van de Vlaamse eisen naar de Linkeroever? Wie steekt zijn nek uit om ook die kiezers te overtuigen?

 

Mijn collega's argumenteren niet met rationele argumenten maar houden aan de emotionele. Ze laten altijd 'de menselijke kant' voorop staan maar foute systemen en structuren is hun ding niet. Even was er nog sympathie voor De Wever zolang hij grappig in de Slimste Mens zat. Toen het ernst werd kreeg de bangmakerij van de traditionele partijen vrij spel.

 

Ik reken op groeperingen als de Gravensteengroep om contact te zoeken met de grote massa. Om het eenzijdige links-rechts politiek handelen om te zetten in verantwoord-onverantwoord politiek handelen. De pijlen moeten niet alleen op FDF, koningshuis, PS,.. gericht worden. Het offensief is nodig naar de Linkeroever om een ruimer front te krijgen in Vlaanderen. Zodat Groen- en Sp.a-kiezers bij hun respectievelijke partijen aandringen op meer Vlaamse frontvorming, in het voordeel van alle Vlamingen. Zolang dat niet gebeurt, krijgen Vlaams-nationalistische partijen geen kans. Ze blijven verstoken van regeringsdeelname omdat het maatschappelijk draagvlak voor meer Vlaamse autonomie, te veel een zaak van de Rechteroever is. Veel water moet nog naar de zee gaan vooraleer de wakkere Vlaming echt opstaat.

 

Share this
delen

Wat heet ideologische verblinding? (Door Bart Haers)

Men weet dat de Vooruitgroep is ontstaan als een reactie tegen de posities die de Gravensteengroep heeft ingenomen aangaande de structuur en de organisatie van de Belgische staat. Twee jaar nadat de Gravensteengroep zijn manifesten bundelde in het boek Land op de tweesprong heeft nu ook de Vooruitgroep een aantal teksten gebundeld (Wereldvreemd in Vlaanderen). Aanleiding voor Werner Trio om een vertegenwoordiger van elke groep in zijn programma Trio op Klara (17 mei 2014) uit te nodigen. De tegenstellingen tussen de opvattingen van Jean-Pierre Rondas en Eric Corijn bleken duidelijk. Er was Corijn veel aan gelegen om aan te tonen dat de GG slechts ‘pseudoprogressief’ kon zijn en dat het Vlaamse ‘volk’ (dat anders niet eens bestaat) niet anders dan ‘rechts’ kan stemmen, om de eenvoudige reden dat dit volk ‘antistedelijk’ is. Bart Haers luisterde mee en postte toen volgende brief aan Eric Corijn.

Brief

Aan de heer Erik Corijn
Volksverachter & voormalig leninist

 

Brugge, 18 mei 2014

 

Geachte heer Eric Corijn,

 

Het betreft uw onvermogen te begrijpen dat er sinds 1917, sinds 1948, sinds 1989 iets veranderd is in deze wereld en dat mensen de katholieke kerk heus niet hebben verruild voor een andere en al zeker niet voor die van ontgoochelde marxisten.

 

Klinkt wat hard misschien, maar toen ik u gisteren bezig hoorde op Klara, in gesprek met Werner Trio en Jean-Pierre Rondas, kwam een artikel van u terug in mijn gedachten, namelijk toen u schreef dat men de verkiezingen beter kon afschaffen, want mensen kunnen toch niet rationeel oordelen. Met uw welnemen, vind ik dat maar goed ook, want één keer zo’n avontuur van een democratisch verworven almacht - juist, ik heb het over Adolf Hitler - mag wel voldoende zijn als waarschuwing. Maar goed, u zal het niet eens zijn met Jacques A.A. van Doorn die een uitgebreide analyse te boek stelde, dat links er zich maar beter voor hoeden kan al te zeer tegen de menselijke aard in te gaan (in zijn boek Duits socialisme. Het falen van de sociaal-democratie, 2007). Immers, Van Doorn bevond op grond van zijn onderzoek naar het falen van de vooroorlogse SPD dat een van de problemen voor de partij was dat ze het nationaal gevoel van de achterban niet goed wist te kanaliseren, omdat men bleef zweren bij de mythe van de Vaterlandslose Gesellen. Na Wereldoorlog I, toen iedereen zich vertwijfeld afvroeg hoe het verder moest, hadden Ebert en anderen geen antwoord in huis, omdat ze dan wel Duitsland mochten, moesten besturen, maar het vaderlandgevoel niet konden of wilden uitspelen. Anderen konden dus dat probleem handig uitspelen.

 

Het tweede probleem, aldus Jacques van Doorn? De betekenis van geschoolde arbeid, arbeidsvreugde (dan denk ik spontaan aan Hendrik de Man - maar men hecht ten onrechte te zeer aan zijn besmette verleden, dat toen nog in de toekomst lag) en vooral het gegeven dat mensen trots uit hun kunde en vaardigheid konden putten. De gelijkheid die de SPD predikte stoorde arbeiders al vroeger, maar na WO I bleek het volgens Jacques van Doorn veel delicater dit te negeren, omdat arbeiders toen door de moeilijkheden zelfs op hun verdiensten niet meer konden voortbouwen. Misschien moeten we eraan toevoegen dat Van Doorn inzag dat die twee elementen al voor de ramp van 1914 - 1918 en van Versailles meespeelden, maar dat ze toen relatief minder zwaar wogen, want er was voor de arbeiders geen alternatief in het imperiale Duitsland. Eenmaal de macht verworven was, begonnen nu net die problemen op te spelen en dan was er nog eens de niet eindigende crisis. Pas in 1925, zeven jaar na de oorlog kon de internationale gemeenschap de Duitse economie enige ademruimte geven.

 

Wat er aan de hand was en in feite nog aan de orde is? Dat theoretici van links zelden rekening houden met hoe mensen tegen de dingen aankijken en ook hoe ze die aanvoelen. Ik vermoed niet dat u, geachte heer Corijn, die meent dat burgers niet rationeel kunnen stemmen, met gevoelens van mensen zo heel veel rekening zal houden maar dat betekent ook dat hen alleen met utopische vergezichten kan mobiliseren, al twijfel ik daar aan. De naïviteit van velen in Europa is er na 1989 helemaal aan. Of denkt u echt dat mensen vergeten zijn de arbeidersopstand in Berlijn, in 1953? Voor de goede orde, in 1918, op 9 november kwamen mensen in Berlijn, bourgeois en arbeiders om de regering die sinds kort de macht in handen had gespeeld gekregen vanwege de heren Hindenburg en Ludendorff, te steunen, zoals ook Sebastian Haffner dat noteerde, maar de SPD-regering vreesde nog meer wanorde en veegde de betogers van straat, arbeiders, bedienden, kleine ondernemers.

 

Maar goed, anno 2014 is het moeilijk nog onvoorwaardelijk te geloven in wat de linkerzijde in de aanbieding heeft. Ach, natuurlijk gelooft niemand dat het Vlaams Belang, Wilders en anderen wel iets van betekenis kunnen realiseren, behalve zij die voor hen kiezen. Maar u vond dat Jean-Pierre Rondas zich niet meer links kan noemen. Vanuit PVDA+ komen boekjes over de werkelijkheid omtrent Bart de Wever en de N-VA. Voor ik dat kapittel onder de aandacht breng, toch nog dit: zoals u uit mijn blog kan afleiden, heb ik wel degelijk interesse voor mensen die zeker niet rechts te noemen zijn, van Ludo Abicht over Jacques van Doorn tot Jose Saramago, die op zeker moment besloot dat de utopische aspecten van het communisme en socialisme, dat zoveel zinloos bloedvergieten heeft veroorzaakt, best achterwege konden blijven. Richard Sennett of Martha Nussbaum, Tony Judt en Boris Cyrulnik, het zijn alle auteurs die zichzelf de zaak der arbeiders hebben aangetrokken. Maar alle hebben zij blijk gegeven van voortschrijdend inzicht en dat is heel wat.

 

Nu krijgen we dus van u en uw medestanders vaak het verwijt te horen dat Bart de Wever conservatief zou zijn, dat hij bovendien gevaarlijk dicht bij het gedachtegoed van eigen volk eerst zou staan en uiteraard, dat mochten we gisteren vernemen, dat Vlamingen Brussel willen koloniseren. als ik mij niet vergis heeft de voormalige rector van de VUB, mevrouw Els Witte vroeger al vraagtekens bij uw benadering, omdat ze ook wel begrijpt dat u de Vlamingen in Brussel in feite als minderwaardig beschouwt. En daar sluit u dus aan bij de visie van de SPD van Ebert, want u meent dat niet alleen de Brusselse Vlamingen te dom zijn om te helpen donderen, maar meer nog, dat Vlamingen in het algemeen reddeloos geborneerd en redeloos verankerd rond de eigen kerktoren door het leven gaan. En toch ontmoet ik altijd weer mensen die een of meer jaar buitengaats hebben geleefd, gewerkt of gestudeerd of gewoon metterwoon buiten de grenzen van Vlaanderen leven. Maar zij komen hier graag nog eens terug. Ik hoef hier dus de opwerpingen van de heer Rondas niet te herhalen, dat uw houding niet alleen negatief en afwijzend, zelfs ronduit beledigend moet heten, maar ook nog eens ver bezijden de waarheid. Want Vlamingen mijnheer de professor, hebben sinds 1870 vrij snel het agrarische leven achter zich gelaten, maar hebben, vaak om praktische redenen voor een woonst buiten de stad gekozen, wat niet wilde zeggen dat ze buiten de stad stonden en afwijzend, zoals velen met u geloven. Wim Verelst beschreef dat al uitvoerig en uitbundig in zijn boek "Trots en Schaamte van de Vlaming" (1992), waarbij hij, u en medestanders het laten uitschijnen dat in Vlaanderen de steden onbereikbaar ver van elkaar lagen.

 

Ik wou het dus over uw visie op het nationalisme, Bart de Wever en het neoliberalisme hebben, maar eindelijk zegt u daar maar weinig over. U vindt anno 2014 dat de Vlaming de stad niet kent, dat er maar een stad die naam waardig is en dat zou Brussel zijn. Mijn waarde heer Corijn, Amsterdam, zo ver en toch zo nabij, Köln, Parijs en Londen zijn nabij en er is merkwaardig genoeg geen sprake in uw portret van boerken Haers van internet en andere communicatiemiddelen. Uw visie is, zoals Rondas uitdrukkelijk stelde zeer negatief en onbeschaamd, u sprak van slechte planning en ruimtelijke ordening. U sprak van onbegrip en ach...

 

On en a marre, monsieur Corijn,
on en a fini de vos idées retardées d'un siècle
on sait que la société n'est pas parfaite, mais on a cessé de croire, monsieur Corijn, que quelque messie que ce soit pourrait nous convaincre d'abandonner notre liberté d'errer pour choisir le paradis communiste. Ou bien: Wenn weise Männer nicht irrten, mussten narren verzweifeln.

 

Alle pedandeterie achterwege latend, uw houding ten aanzien van medemensen die u alleen kent uit wetenschappelijk onderzoek, waarvan u zegt dat het objectieve analyses zijn, wat in de sociologie toch altijd met de nodige omzichtigheid gesteld moet worden, omdat de onderzoeker en diens eigen overtuigingen ook altijd wel ergens mee de interpretatie van de data bepalen, blijft wat mij betreft schokkend. Hier moet zelfs de nar zich de haren uit het hoofd trekken. Maar goed, sinds Jan Wouters, wiens taalvaardigheid ik zeer bewonderde, stelde dat wie een beetje nadacht wel bij links moest uitkomen, ben ik op mijn hoede voor mensen die menen dat alleen aan de linkerzijde heil voor de mensheid te vinden zou zijn. Neen, het is niet zo, want te veel mensen, zoals Vasili Grosman hebben laten zien waar de vergissing van het communisme altijd weer bij uitkomt: men offert individuele vrijheid op. En men verheft zichzelf boven het gepeupel.

 

Enfin, het zal u duidelijk zijn dat wij van u nog geen doordachte inzichten meer verwachten. Gelukkig zijn er, zoals u uit de brief kon merken wel andere bronnen om wijsheid te putten, maar ik heb een zeker vermoeden dat u het niet heeft voor mensen als Martha Nussbaum, Richard Sennett en dat u het vooral op de heupen krijgt van historici die uw inzichten op de korrel nemen. Of medesociologen die eens de geschiedenis ernstig gaan doorvorsen om hun inzichten te toetsen. Oh ja, ik heb nog vergeten te vermelden dat René Cuperus, Nederlandse PVDA ook nagedacht heeft over wat dat betekenen kan: kosmopolitisme. En dan nog iets, vele mensen die wij bewonderen omdat ze wereldburger waren, hadden geen andere keuze, zoals Josef Roth, Stefan Zweig, Frans Masereel en anderen. Maar wellicht past dat niet in uw model.

 

Het ga u anders verder naar wens in de ivoren toren. Want menen dat alleen socialisme en communisme tot waarachtige solidariteit kunnen leiden, kan nog weinig mensen van goede wil overtuigen. Want hoe vaak neemt u nu eindelijk 'fraternité' welgemeend in de mond?

 


Bart Haers

 

Download hier deze bijdrage in PDF. 

 

Share this
delen

Nationalisme of democratisme - Bart Vanhecke

Wie zich — zoals de leden van de Gravensteengroep — kritisch durft uit te spreken over het huidige Belgische staatssysteem, en wie betwijfelt dat België als staat ooit ten gronde zal kunnen veranderen en daarom durft te stellen dat België wellicht beter zou verdwijnen, wordt meer dan eens als nationalist gebrandmerkt. Gebrandmerkt inderdaad, want ‘nationalisme is een sluipend gif dat langzaam maar zeker de rede uitschakelt en de emoties doet oplaaien’, ‘nationalisme is gevaarlijk’, of erger nog: ‘nationalisme is oorlog’. Kortom, nationalisme is alles wat een weldenkend mens ‘niet kan aanvaarden’ en waartegen hij of zij ‘tot de laatste snik zal blijven vechten’ zodat het ons niet langer ‘in het verderf’ kan storten.

 

Ben ik — omdat ik deel uitmaak van de Gravensteengroep — werkelijk aangetast door een sluipend gif dat mijn rede uitschakelt? Zijn mijn ideeën echt zo gevaarlijk dat ze ons in het verderf van de oorlog zullen storten? Ben ik wis en waarachtig aangetast door dit verwerpelijke nationalisme? Deze aantijgingen lijken me ernstig genoeg om de vraag te stellen wat het begrip ‘nationalisme’ kan betekenen en of mijn overtuigingen in dat plaatje passen.

Herhaaldelijk reeds wees de Gravensteengroep op het feit dat het huidige Belgische staatssysteem kampt met een ontzettend democratisch deficit; een deficit dat enkel kan weggewerkt worden wanneer dat staatssysteem grondig wordt hervormd, bijvoorbeeld door de invoering van het confederalisme. Bij velen groeit stilaan echter de overtuiging dat die hervorming onmogelijk is binnen het vergrendelde Belgische staatssysteem, net als gevolg van de aard van dat staatssysteem. Een patstelling met andere woorden, die wellicht alleen op te lossen is nadat België als staat ophoudt te bestaan.

 

Ik beschouw mezelf als een pragmatisch democraat die het geloof verloren heeft dat het binnen een Belgische context mogelijk is om te evolueren naar een volwaardige democratie, en die de onafhankelijkheid van Vlaanderen als het praktisch meest werkbare alternatief ziet om het plekje op de aardbol waar wij samenleven een aanvaardbaar democratisch gehalte te geven. Maakt dat van mij een Vlaams-nationalist? Ik denk het niet.

 

Hoewel mijn pragmatisch democratisch standpunt en het Vlaams-nationalisme beide resulteren in een onafhankelijk Vlaanderen verschillen ze erg van elkaar. In de uitgebreidere versie van mijn essay (dat u hier kan lezen in pdf-formaat) bespreek ik hoe het nationalisme het bestaan of ontstaan van een welbepaalde staat als uitgangspunt heeft. Wie bijvoorbeeld beweert dat in België een republiek een onmogelijke staatvorm is omdat een president het land niet zou kunnen samenhouden, redeneert vanuit de Belgisch-nationalistische premisse dat het voortbestaan van België voorrang heeft op het democratische gehalte ervan. Anderzijds is het standpunt dat België moet ophouden te bestaan omdat Vlaanderen, om welke reden dan ook, een onafhankelijke staat moet worden uiteraard Vlaams-nationalistisch, maar dit laatste uitgangspunt staat niet noodzakelijk het democratische gehalte van de onafhankelijke Vlaamse staat in de weg. Waar het Belgisch-nationalisme niet te rijmen valt met het democratisme, is een democratisch Vlaams-nationalisme wel mogelijk.

Share this
delen

Corijn, Eric en Saey, Pieter, Wereldvreemd in Vlaanderen. Bakens voor een progressieve politiek - Ludo Abicht (mei 2014)

Na het Gravensteenboek (Land op de tweesprong) nu het Vooruitboek (Wereldvreemd in Vlaanderen)


Toen in 2008 het eerste manifest van de Gravensteengroep verscheen kwam er bijna onmiddellijk weerwerk van een groep academici die zich de Vooruitgroep noemde en die de principes bestreed die door ons werden ontvouwd. Nu, twee jaar na het verschijnen van het Gravensteenboek, is bij EPO ook een ‘Vooruitgroepboek’ verschenen. Het verschil tussen beide boeken is dat waar de GG zijn manifesten bundelde, de Vooruitgroep dat helemaal niet doet. We kunnen dus jammer genoeg geen kennis nemen van de evolutie in de gedachten en de standpunten van deze groep – een evolutie die er wel degelijk was. Aanvankelijk ging de Vooruitgroep bijvoorbeeld tot op zekere hoogte mee met het territorialiteitsprincipe dat volgens ons de structuur en de organisatie van België zou moeten bepalen. In dit boek hebben de redacteuren ervan dit pad volledig verlaten ten voordele van een theorie van de kosmopolitische stedelijkheid, die ze dan (in navolging van Eric Corijn) vooral in Brussel belichaamd zien. Ludo Abicht las het boek voor ons.

Omdat de Gravensteengroep in dit boek van de Vooruitgroep 25 maal vermeld wordt én omdat Eric Corijn in de inleiding correct schrijft dat de Vooruitgroep ontstaan is als reactie op de Gravensteengroep moet deze publicatie op de eerste plaats op de Gravenstek besproken worden, en dat om twee uiteenlopende maar met elkaar verbonden redenen.


De eerste reden is negatief, omdat de ontmaskering van de Gravensteengroep veel te weinig geargumenteerd is om een echte discussie toe te laten: het gaat om een onbewezen ideologisch gevaarlijke stelling, met name dat “het Vlaams-nationalisme niet anders kan zijn dan neoliberaal en conservatief”, een dubieuze semantische verschuiving van het begrip “solidariteit” in het tweede Gravensteenmanifest en de volgende teksten (“er staat niet wat er staat”) en een goedkope verwijzing naar het feit dat één actief lid van de Gravensteengroep een tijd lang als bestuurslid van de Brusselse KVS gefungeerd heeft, aangesteld door de Vlaamse Regering “op voordracht van de NV-A”, alsof daarmee een hechte band tussen die partij en de Gravensteengroep zou bewezen zijn. Uiteraard gaat het hier niet om de persoon en vermeende politieke voorkeur van Jean-Pierre Rondas, die niet langer in de groep zou kunnen zitten indien hij echt actief zou zijn in de NV-A, de sp-a of de PVDA+ , maar om de gesuggereerde band tussen de Gravensteengroep, de NV-A en het Vlaams Belang, quod erat demonstrandum, maar nooit overtuigend gebeurde.


We mogen ons daar terecht aan ergeren, en ook aan de regelmatig opduikende ludieke verwijzing naar kerktoren en parochie, naar het landelijke en dus conservatieve Vlaanderen (blz. 256) tegenover het kosmopolitische, op de hele wereld gericht Brussel én natuurlijk ook aan de kerngedachte, dat een autonoom Vlaanderen essentialistisch veroordeeld is, conservatief, rechts en zelfs uiterst rechts te worden, nét die stelling waartegen de Gravensteengroep destijds werd opgericht. Maar dan gaan we onterecht voorbij aan de positieve reden, waarom we dit werk willen bespreken, want we mogen of moeten het niet eens zijn met hun antwoorden, maar we kunnen als zelfverklaarde progressieve, in ieder geval “niet rechtse” groep, de door de auteurs gestelde vragen niet ontwijken. Waarmee bedoeld wordt dat een enigszins democratisch en geïnformeerd flamingant (omdat de veelduidige term “nationalist” hier bijna uitsluitend en onjuist als “etnisch”, zeg maar racistisch nationalist begrepen wordt, is hij voor ons in deze context onbruikbaar) het voor meer dan 90 % met de analyses en stellingen in dit boek eens moet zijn, onder meer wat de kritiek op de globalisering, de huidige Europese structuur en politiek, de reële bedreiging van het milieu, de tekortkomingen van het Vlaamse onderwijs en de gebrekkige democratische routine betreft. Meer nog: wat een aantal auteurs hier schrijven is, enerzijds, een herhaling van in linkse kringen reeds algemeen aanvaarde beschrijvingen van en kritieken op het huidige bestel en, anderzijds, een nuttige verfijning van veel van de argumenten, bijvoorbeeld in de hoofdstukken over de Europese unie en de zogenaamde “groene economie”. Waarmee ik wil zeggen dat op al deze terreinen de bal ronduit in het kamp van de Gravensteengroep ligt en we ons moeten afvragen, waarom we op al die cruciale terreinen niet met de Vooruitgroep en andere kritische bewegingen en organisaties moeten samenwerken. Indien de leden en sympathisanten van de Gravensteengroep zich alleen maar zouden ergeren aan de nogal neerbuigende polemische toon van dit boek om zich binnen het eigen ongelijk achter de transen van het Gravensteen te verschansen zouden we een belangrijke kans op een gesprek over cruciale punten voor de toekomst van Vlaanderen en Europajammerlijk aan ons laten voorbijgaan, en die luxe hebben we heus niet. Hoeft het gezegd dat dit vanzelfsprekend ook geldt voor onze achtbare opponenten en potentiële discussiepartners van de Vooruitgroep?

 

Corijn, Eric en Saey, Pieter, Wereldvreemd in Vlaanderen. Bakens voor een progressieve politiek, Epo, Berchem, 2014, 279 blz. ISBN 978 94 91297 96 0

 

Download deze bijdrage in PDF

Share this
delen

Waarover zijn wij het eens? Open brief aan mijn geachte medeburgers - Herman Deweerdt (mei 2014)

Als er in dit land niets moet veranderen, dan is er veel keuze

Vorige week vonden de inwoners van Varsenare bij Jabbeke een lange tekst in hun bus, met een gedetailleerde analyse van de toestand van de staat België en met een overzicht van het N-VA-programma dat deze staat wil hervormen. De tekst is van de hand van de ‘Varsenaar’ Herman Deweerdt, die we kennen als specialist in de financiestromen en de transfers van Vlaanderen naar Franstalig België, als voorstander van een Vlaamse sociale zekerheid en als medewerker van Doorbraak.

België leeft al meer dan zestig jaar boven zijn stand

- Vanaf 1951 hebben alle Belgische regeringen meer geld uitgegeven dan ze ontvingen aan belastingen en sociale bijdragen. Dit kon alleen door ieder jaar geld te lenen en er bovendien veel interest op te betalen. Zo is de overheidsschuld gegroeid van ruim 7 miljard euro in 1951 (ongeveer 50 miljard in euro’s van vandaag) tot 387 miljard op het einde van 2013. Of een schuld van gemiddeld 34.705 euro per inwoner.

- In Europa is dit de tweede hoogste schuld per inwoner, na Ierland en voor Italië. Dit is niet allen de schuld van Di Rupo maar van alle regeringen sedert 1951.

 

 

Ontsporing en blokkering vanaf 2008

- In de laatste tien jaar is het begrotingstekort vanaf 2008-2009 terug sterk beginnen stijgen. De oorzaken waren enerzijds minder inkomsten door de economische recessie en anderzijds meer uitgaven voor de vergrijzing, vooral gezondheidszorg en pensioenen. Zaken die al tien jaar voordien waren voorspeld.

- In die periode had men ingrijpende maatregelen moeten nemen. Op vier jaar hadden we vier regeringen: Verhofstadt III, Leterme I, Van Rompuy en Leterme II. Alle vier bestaande uit: CD&V/CDH, Open VLD/MR en de PS. Daar is de ontsporing en blokkering begonnen. Met mevrouw Milquet (madame “non”) in de hoofdrol. Maar zij niet alleen. Alle Franstalige partijen waren het er roerend over eens dat zij geen enkele staatshervorming zouden aanvaarden die aan Wallonië één euro zou kosten. Integendeel, Brussel moest meer geld krijgen.

- Di Rupo I, bestaande uit dezelfde partijen + de SP.A, is er ook niet in geslaagd om ingrijpende maatregelen te nemen. Niettegenstaande de adviezen van Europa, het IMF en de OESO.

  • Veel maatregelen zullen slechts een kortstondig effect hebben. Ook de terugbetalingen van Fortis en KBC, bovendien met winst voor de overheid, zijn eenmalig. 
  • Veel muizenstapjes waren het maximum. Een rij maatregelen op het gebied van brugpensioen, vervroegd pensioen en pensionering hebben alles samen een gunstig effect van slechts 0,1 % op de kosten van de vergrijzing. Nog vijftig dergelijke regeringen en we zijn er bijna. 
  • De aanpak van de fiscale en sociale fraude verdient veel meer lof. 
  • Het grootste falen is het gebrek aan maatregelen om de concurrentiekracht te herstellen. In het regeerakkoord was slechts voorzien om een conferentie te houden met de sociale partners. Toen het probleem uiteindelijk ter sprake kwam, werd men het niet eens over de grootte van onze loonhandicap: 3 % of 25 %. Voor de socialisten is dit ook geen echt probleem voor de mensen. 

 

- Di Rupo beweert 23 miljard bespaard te hebben. Dit is 2.000 euro per inwoner of 8.000 euro per gemiddeld gezin. Hebt U dat ergens gevoeld? Natuurlijk niet want t.o.v. 2009 zijn de overheidsuitgaven in 2013 met 26 miljard gestegen; de fiscale ontvangsten, inbegrepen de sociale bijdragen, zijn met 29 miljard gestegen. Een tip: plan dit jaar om uw dak te vernieuwen voor 20.000 euro en doe het dan niet. Deze besparing mag U in een potje steken. Als u ieder jaar een nieuw dak voorziet en niet uitvoert, kunt U na tien jaar een nieuw huis kopen.

- Deze regering heeft wel het begrotingstekort van 14 miljard in 2010, na een lichte stijging in 2011 en 2012, teruggebracht naar een tekort van 10 miljard in 2013.

- De begroting van de nieuwe regering zal extra belast worden met ten minste 17 miljard wegens de stijgende kosten van de vergrijzing.

 

 

 

De zesde staatshervorming. Voor de Vlamingen de slechtste ooit

- Het kiesarrondissement BHV wordt niet gesplitst in de zes faciliteitengemeenten.

- Het gerechtelijk arrondissement Brussel, dat vandaag de 35 gemeenten van Halle-Vilvoorde omvat, blijft volledig behouden. Zelfs met uitbreiding van de rechten voor de Franstaligen.

- Door de hervorming bij Justitie komt er één gerechtelijk arrondissement per provincie. Maar dus niet in de provincie Vlaams Brabant. Er komen er wel twee in de provincie Henegouwen.

- Het bedrag van de overgedragen bevoegdheden (18 miljard) is niet gering maar bedraagt nog geen drie vierden van de uitgaven voor onderwijs.

- Het gaat vooral over zeer veel kleine bevoegdheden die meestal met haken en ogen verbonden blijven met het federale niveau. Dit zal leiden tot eeuwigdurende discussies.

- De regering Di Rupo was zelf niet in staat om echt te besparen. Maar het bedrag dat overgedragen wordt naar Gewesten en Gemeenschappen is wel met 12,5 % verminderd. Met nog extra verlies voor het Vlaams Onderwijs en winst voor het Franstalige. De fiscale uitgaven (o.a. de woonbonus) is zelfs met 40 % verminderd. De Gewesten moeten voortaan een groter deel van de pensioenen van hun ambtenaren betalen. Op zich zeer terecht. Maar van de bedragen die de federale overheid tot hiertoe hiervoor betaalde, wordt geen cent overgedragen. Wees dus niet verbaasd als er nu al gesproken wordt over het verminderen van de kinderbijslagen en het afschaffen van de woonbonus voor nieuwe aanvragen. Dit is nog maar het begin.

- Ook in de toekomst zullen deze overgedragen bedragen niet aangepast worden aan de welvaart maar slechts aan 82,5 % ervan.

- Volgens een gezamenlijke studie van de universiteiten van Namen en Brussel zullen vooral de Vlamingen de rekening betalen: ”La Flandre, grande perdante de la sixième réforme de l’Etat.” Vanaf 2016 verliezen de Vlamingen jaarlijks 1,7 miljard extra door deze staatshervorming. Met dank aan Di Rupo en zijn Vlaamse koorknapen. Dit stond enkele maanden geleden in La Libre Belgique. Ook in uw krant?

 

 

Het vervolg (nog zes bladzijden) leest u in deze pdf.

 

Share this
delen

Van De Panne tot Opgrimbie (deel 8)

Een indignado over vijf jaar Vlaamse federale minderheid (2008-2013). Een reeks van acht essays, door Osceola

Toen er anno 2007 sprake was van een Belgische federale regering zonder Vlaamse parlementaire meerderheid (het regime begon immers de noodzaak daarvan in te zien), toen sprak Yves Leterme de onsterfelijke woorden: ‘Dat zullen we bevechten te land, ter zee en in de lucht, van De Panne tot Opgrimbie’. Waarna er precies zo’n regering werd geïnstalleerd. Osceola wil niet dat Vlaanderen dit vergeet. (Deze reeks verscheen in een eerste versie in de zomer van 2013 op de webstek van Doorbraak).

 

In deze achtste en laatste aflevering probeert Osceola een synthese te maken van zijn algemeen pessimisme over de minderwaardige plaats van de Vlaamse meerderheid in de staat België, en anderzijds zijn ene sprankeltje optimisme over de Vlaamse balorigheid. De Vlaming is een mens die wacht. En hij verliest al zijn matchen met elf tegen tien. Al goed dat we deze serie kunnen lezen met op de achtergrond de muziek uit Osceola’s prille jeugd die hij hier met gulle hand over de bladzijden heeft uitgestrooid …

Deel 8: En de Vlaming? Hij betaalde voort

 

It's not / What you thought
When you first began it
By now you know / It's not going to stop
'Til you wise up / (So just … give up)
Aimee Mann, Wise up, 1999

 


En de gewone Vlaming in dit alles? De Guido Pallemans van de rekening? De vergrendelde, de geminoriseerde, de gekleineerde, de gemilquetiseerde? Hij die de macht beu is omdat hij ze nog nooit ook maar in enige mate in zijn vingertoppen gevoeld heeft? Hij kneep zijn neus dicht en betaalde voort. En hij verwachtte niets meer van de macht. (Lord Salisbury tegen Queen Victoria: ‘Change? Why change? Things are bad enough as they are’.)

 


Landen die Cry freedom heten, de Vlaming heeft er ooit wel eens van gehoord. Hij denkt wel eens No peace without justice. (En No pasarán, tot hij zijn taalgrens verder lekgeschoten zag worden door Eric Van Rompuy’s zuivere BHV-splitsing.) Maar hij verzet zich enkel in stilte. Hij is geen revolutionair, geen dromer. Hij is eerder praktisch ingesteld en sluist zijn spaargeld dat hem nog rest na de Grote Bankoverval van 2008 weg van de Di Rupo-taksen. En hij gaat ondergronds. Zoals zijn ouders en voorouders in feite altijd gedaan hebben; zij hebben politiek nooit anders bekeken dan de voortzetting van oorlog met andere middelen. A la guerre comme à la guerre, Franstalig cynisme dat de Vlaming wel kan pruimen.

 


Wat voorafging: De mens is een dier dat lacht, maar de Vlaming is een mens die wacht. In de loopgraven van ’14-’18 op bevelen die hij niet begreep. Sinds het ontstaan van de NMBS op een trein die maar niet komt. En sinds de invoering van het stemrecht op de volgende buslading zonen en dochters van politici die ‘verandering’ zeggen. Hij weet ondertussen dat er drie zekerheden zijn in het leven: death, taxes & politicians. ‘Un Decroo, Declerck, Van Peel … peuvent en cacher d’autres’.

 


Bij de vorige verkiezingen ging een op de tien stemgerechtigden niet stemmen maar toch worden alle zitjes ingenomen. Zoek de fout. (Fientje Moerman: yes you can. Doe het, sta op en laat je zitje leeg.) De Vlaming is het wachten beu. Het beu toeschouwer te zijn van de eigen irrelevantie. De trompettist die heel de ‘Jos Bosmans-show’ lang likkebaardend zijn lippen natmaakte, beseft dat hij nooit aan spelen zal toekomen. (Ik geef toe, het schitterende Leugenpaleis, dat is eigenlijk ook iets van de VRT.)

 


Parlementszetels worden nog altijd met zekerheid gevuld, bij voorkeur met weldoorvoede zonen-en-dochters-van. Maar er zal een ‘Zevende Dag’ komen dat de stoelen in de buurt van het behangpapier leeg zullen blijven. Wegens alle beschikbare Vlaamse applausvee opgebruikt. (All together now: ‘I am somebody’.)

 


Pijnlijke sketch uit de serie In de Gloria (VRT) van rond de eeuwwisseling: wereldkampioenschap paintball ergens in een bos. België is ingedeeld bij Frankrijk. Frankrijk zegt tegen de Belgen ‘wachten’. Het wachten van de Belgen bleek op Godot te zijn. Toen ze finaal werden neergekogeld, hadden ze nog steeds geen schot gelost.

 


De Vlaming wacht, zonder dat hij nog iets verwacht.

 

 


(Een land van wachtenden is) geen land voor watjes

De Vlaming krijgt e-mails van de minderheidspolitici, die – radeloos like cats on a hot tin roof – vriend (!) met hem willen worden op Facebook. Hij ziet de minderheidspolitici op het nieuws, als ze doen alsof ze hem vertegenwoordigen (‘tout va très bien’) op Europese toppen en begrafenissen van buitenlandse presidenten. Hij ziet ze op het nieuws – iets te gebruind teruggekeerd van hun Provençaalse zomer – naar belangrijk lijkende vergaderingen stappen. (Op de achtergrond steeds weer die ellendige hallucinante snelweg midden door Brussel, genaamd Wetstraat, litteken-op-litteken.) De minderheidsministers dragen steeds dikker wordende stapels papieren in hun armen – metafoor voor ‘verantwoordelijkheid nemen’. Als professionele verantwoordelijkheidnemers zijn ze de goede raad van nietsnut-manager-pretender David Brent uit The Office indachtig: ‘Always walk with a document in your hands’.

 


Desondanks neemt de gewone Vlaming zich voor zich de volgende keer in het stemhokje nog baloriger te gedragen dan dat hij de voorbije twintig jaar al gedaan heeft (al is de karavaan met ministers telkens gewoon doorgereden). En hij degradeert als uitsmijter de politiek tot ultieme taboe, tot morele no-go area. ‘Basta. Snap het nu. Ga nu eindelijk allemaal weg,’ zei Beppe Grillo na zijn verkiezingsoverwinning tegen de verzamelde Italiaanse politieke klasse.

 


België is geen land voor zij die week zijn van hart. Gevoelige kijkers wegzappen asjeblieft.

 


Heel veel beleidsmakertjes maar geen beleid. Heel veel ambtenaren maar slonzige dienstverlening. Heel veel belastingen maar nog altijd begrotingstekorten, schuld en 15% armen. Zeer veel politici maar geen democratie. Stemplicht maar een parlement vol opvolgers dat toch niks te zeggen heeft. Zoek de zeven fouten.

 


Kunt u mij de weg naar de uitgang vertellen meneer? ‘Ce pays ne tient pas la route’.

 


‘Ander onderwerp graag’. (Of ander land. Mentale migratie. Nederland 2, BBC2, ZDF, het zijn ook oplossingen just a click away.) Niet anti-politiek, maar a-politiek in zijn puurste vorm, uit zelfbescherming. Kwestie van what begs belief uit de leefwereld te bannen. Privatisering als oplossing. Geen Provisional IRA, ETA Militar of Umkhonto we Sizwe beginnen, maar gewoon zwijgen over politiek. (Al lang geen kranten meer lezen. Hoogstens nog krantenkoppen, alleen maar om met je moeder te kunnen hoofdschudden: ‘Wat moeten ze altijd schrijven?’) Als je je in Vlaanderen deze dagen politiek druk maakt, ben je niet goed bij je hoofd, of heb je dringend nood aan een hobby.

 


(In Nederland daarentegen is politiek goed, is politiek nodig, en is – ik zeg maar wat, tijdens een praatje in de kroeg – partij kiezen normaal. ‘Maar jongen, ga dan in Nederland wonen…’, zucht de loftsocialist. Hij is altijd al van mening geweest dat een Vlaming dankbaar moet zijn dat hij niet in Zimbabwe ‘is uitgekomen’.)

 

 


Een hardnekkig ongeluk

Op de vraag ‘Where ya from?’ stamelt de Vlaming uiteindelijk toch maar de onuitspreekbare waarheid ‘Belgium’. Hij herpakt zich en begint uit arren moede te praten over bier, chocolade, en hardrijdende koks die in Vlaanderen wereldberoemd zijn. En gelukkig, gelukkig, op de valreep na twintig jaar weer over de nationale (sic) voetbalploeg. Come and see in 2014: kunnen elf intens verwende miljonairs België redden? (We hebben het niet over het koningshuis, dat andere ‘verbindende’ element.)

 


De Vlaming weet het wel, de belachelijkheid van zijn B-woord begint al bij het volkslied (sic). Tijdens een voetbalinterland klinkt het – zeker vergeleken met het ontroerende Wilhelmus en het sjieke God save the Queen – als haastig-in-elkaar-geflanst-op-bevel-van-een-Centraal-Amerikaans-operettedictatuurtje. (‘Snel! We hebben iets nodig dat op een hymne lijkt’.) België met de B van Bananenkoninkrijk, als slechte grap die een eigen leven is gaan leiden. Hardnekkig accident op het parcours van de geschiedenis. De patiënt wil maar niet sterven.

 


Paul Magnette slooft zich in zijn columns in regimekrant De Standaard uit om Belgen in het buitenland opnieuw zonder schaamte de Brabançonne te doen zingen (Eh oui een nieuwe koning en een nieuwe voetbalploeg). Maar Magnettes dagdromen zijn om één of andere reden volledig aan de Vlaming voorbijgegaan.

 


Is de stille wraak van de Vlaming – koud opgediend in het stemhokje – eerder een soort zelfbescherming? Een soort zelfbescherming typisch voor de ultieme loser, vers geplukt uit de romans van Brusselmans (De man die werk vond) of de voorstellingen van Wim Helsen (Het uur van de prutser)? Zelfbescherming tegen het verliezen van het laatste greintje zelfrespect dat je nog hebt?

 


Als voetbalspeler in een caféploegje maakte ik het ook wel eens mee: met elf tegen tien, en nog verliezen. ‘Vlaanderen is de enige meerderheid die een minderheid is’, schreef Derk-Jan Eppink ooit. Een mep op je muil krijgen en er nog één gaan vragen. Als kind begreep ik dat al niet, dat de goede Jezus – als een echte CD&V-er – zijn rechterwang aanbood zodra hij een klets op zijn linkerwang had gekregen. (Om niet om te vallen als in een stripverhaal?)

 


De Vlaming verliest al zijn matchen met elf tegen tien. En volgend weekend moet hij wéér aan de bak in een competitie waarom hij nooit gevraagd heeft. Troostelozer kan de weg door het donker naar huis nauwelijks nog zijn.

 


De Vlaming is zijn hele leven al rijp voor de psychiater.

 


Good times for a change
See the life I've had
Can make a good man bad
So for once in my life
Let me get what I want
Lord knows, it would be the first time
The Smiths, 1984, Please please please let me get what I want

 

(De auteur is moe van België)

 

Download hier de PDF van deze bijdrage

 

Voor de liefhebbers van Osceola hebben we de acht delen van zijn diatribe ‘Van De Panne tot Opgrimbie’ samengevoegd in één handig word- en pdf-document. Men dele het voort!

 

Share this
delen

Niet vies van stemadvies

Een platformtekst van de Gravensteengroep (verschenen in De Tijd van 14 mei 2014)

Zou het Belgische communautaire probleem nu echt uit de kiescampagne verdwenen zijn, zoals de pers ons probeert te doen geloven? Op het eerste gezicht wel. De traditionele partijen willen liever niet geconfronteerd worden met de resultaten van hun regeringsdeelname, want precies op het communautaire vlak zijn deze resultaten desastreus. Dus houden ze zich, samen met twee van de drie kwaliteitskranten, aan de stelling dat het communautaire niet bestaat. Het stelt immers niets meer voor dan een kwaadaardige hersenschim van de nationalisten. Maar ook in de tactiek van de nationalisten wordt het communautaire onder het tapijt geveegd, om een andere reden: zij vinden het nu eventjes niet opportuun om er teveel de nadruk op te leggen.


In feite zijn ze zich natuurlijk allemaal bewust van dat ene probleem dat ze niet meer durven uitspreken (tenzij in de negatieve termen van separatisme): de onoverbrugbaar geworden tweespalt in de Belgische staat.


Precies wat beide opponenten niet meer expliciet wensen te vermelden, zet de Gravensteengroep nog eens op een rijtje: de belangrijkste aspecten van het Belgische institutionele negatief. Om dan met een stemadvies te komen, voor noch min noch meer dan de democratie.

Vaak vragen sympathisanten de Gravensteengroep (GG) om stemadvies. Voor een burgerinitiatief van progressieve en niet-partijgebonden Vlamingen is dat een heikele zaak. Toch geven we graag een inhoudelijk stemadvies: niet voor een partij maar voor de verwezenlijking van Vlaamse, democratische en sociale eisen. Wat moet volgens de Gravensteengroep de keuze van de kiezer bepalen? Het antwoord is simpel: de democratie zelf.


Het democratisch deficit van de zogenaamd federale staat België is even schrijnend als dat van het zogenaamd confederale Europa. Alleen Vlaamse autonomie kan dit deficit verhelpen. Het Vlaanderen dat we ons verbeelden zal op democratische wijze tot stand komen; maar dit vooronderstelt een regionalisering in Europa en een ontgrendeling van Vlaanderen in België. Het is op deze institutionele aspecten dat de GG nu de nadruk wil leggen.

 

Welk Europa?
Het ontbreekt de EU aan een democratische basis bij de Europese bevolking. Dit tekort kan niet verholpen worden door verkiezingen voor een Europees parlement dat ondergeschikt is aan het gemarchandeer van de grote natiestaten. Slechts een Europa van de regio’s kan meer democratie en binding met de bevolking garanderen. Toch probeert de EU het streven naar meer autonomie (in Catalonië, Schotland en Vlaanderen) tegen te gaan met dreigementen over het lidmaatschap van de Unie of van de Eurozone. Dit gaat in tegen twee grondgedachten van de Europese eenmaking: subsidiariteit en eenheid in verscheidenheid.

 


Welk België?
Het achtste manifest van de GG heeft aangetoond dat de zesde staatshervorming een façadehervorming is met één voordeel voor de Vlamingen tegenover tientallen nadelen. Van autonomie kan slechts sprake zijn wanneer de deelstaten in België bindende afspraken maken over territorium, bevoegdheden en financiën.

 

  1. De zesde staatshervorming heeft de territoriale integriteit van Vlaanderen aangetast. Als sluitstuk van de onzalige faciliteitenidee werden de zes faciliteitengemeenten rond Brussel uit Vlaanderen losgemaakt en verbrusseld tot een apart kieskanton. Nieuwe vormen van verbrusseling, zoals het idee van een Brussels Metropolitan Region, mogen geen kans krijgen. 
  2. De zesde staatshervorming heeft de bevoegdheden van de deelstaten niet helder willen aflijnen. Transparant en efficiënt bestuur blijft aldus onmogelijk. Overeenkomstig de Vlaamse Resoluties van 1999 wil de GG homogene bevoegdheidspakketten voor Vlaanderen.
  3. De geldstromen van Vlaanderen naar Wallonië en Brussel blijven gehandhaafd zonder dat daar enige resultaatverbintenis of een realistische tijdslimiet tegenover staat. Zowel de financieringswet als de transfers moeten worden heronderhandeld. 
  4. De GG wil het dotatiemechanisme omkeren. Voor een transparant functionerende federale staat hoeft zoiets geen bedreiging te zijn: in de Bondsrepubliek Duitsland bestaat deze werkwijze al tientallen jaren. De deelstaten moeten het overgrote deel van de belastingen innen, en dan de overeengekomen percentages doorstorten naar de federale overheid.
  5. De verzelfstandiging van de Vlaamse fiscaliteit houdt daarom nog geen afbouw van de solidariteit met Brussel en Wallonië in. Ook Waalse economen erkennen dat de huidige herverdelingsmechanismen deze regio’s niet vooruithelpen. Autonomie zal ons toelaten transparante afspraken te maken op basis van reciprociteit, politieke loyauteit en resultaatsverbintenissen.
  6. De regeling voor Brussel doorstaat geen enkele redelijke toets. De oneigenlijke opdeling van het gerechtelijk arrondissement BHV is alleen bedoeld als compensatie voor de electorale opsplitsing van het kiesarrondissement BHV en zal ongetwijfeld aanleiding geven tot nieuwe betwistingen. Van een hervorming van de Brusselse instellingen is geen sprake. Het Brussels micro-nationalisme duldt van Vlaanderen geen inmenging, maar eist en krijgt wel Vlaamse subsidies. Een nieuwe organisatie van de Vlaamse Gemeenschapsbevoegdheden in Brussel dringt zich op.

 

Het stemadvies van de Gravensteengroep luidt dan ook als volgt:
Om de Vlaamse democratische en sociale eisen politiek gestalte te geven moet de zesde staatshervorming met haar versnippering van bevoegdheden teruggeschroefd worden. Alle hervormingen waarvoor dit land staat dienen uit te gaan van artikel 35 van de Grondwet, dat stelt dat alle bevoegdheden aan de deelstaten toekomen en slechts de afgesproken uitzonderingen aan de centrale staat. Iedere overdracht van bevoegdheden van Vlaanderen naar België of Europa moet een sociale en democratische meerwaarde betekenen. Stem dus voor politici van om het even welke democratische partij die deze doelstellingen actief nastreven.

 

 

Woordvoerders voor dit standpunt van de Gravensteengroep: Edi Clijsters en Jean-Pierre Rondas

Dit stemadvies wordt gegeven door Etienne Vermeersch, Jan Verheyen, Frans-Jos Verdoodt, Bart Vanhecke, Jef Turf, Hugo Stevens, Jean-Pierre Rondas, Yves Panneels, Chris Michel, L.J.Martens, Nelly Maes, Bart Maddens, Paul Ghijsels, Luc Van Doorslaer, Dirk Denoyelle, Jo Decaluwe, Edi Clijsters, Jan Bosmans en Ludo Abicht.

 

Download dit standpunt in PDF formaat.

Share this
delen

Voor Reynders is Kris Peeters een ‘confederalist’ - Ivan Lesage (22 april 2014)

Hoe zat dat nu weer met Kris Peeters samenwerkingsfederalisme?


Ooit, jaren geleden, beweerde Kris Peeters dat hij een akkoord tussen de Vlaamse Gemeenschap en de Franstalige Gemeenschap (ondertussen Fédération Wallo-Brux) op zak had. De volgende dag ontkende de betrokken Franse Gemeenschap alles. Zij wisten van niets. Peeters bedoeling was toch alleen maar om het kartel van CD&V met N-VA doen ontploffen en daarbij als begeleiding een beetje Vlaamse muziek te spelen.


Zijn les niet geleerd, hamert Kris Peeters de laatste twee jaar op het heilzame samenwerkingsfederalisme dat zo hemelsbreed verschilt van het vechtfederalisme dat, zegt hij, door de N-VA wordt voorgestaan.


Maar wat koopt Peeters daar nu voor? Samenwerking met de Franstaligen? Geenszins. Opnieuw weten zij van niets. Een mooie vorm van het gewenste samenwerkingsfederalisme zou erin kunnen bestaan dat Vlamingen samen met de Franstaligen naar de vergaderingen van de EU trekken, opdat zowel Vlamingen als Franstaligen op het Europese forum hun eigen bevoegdheden zouden kunnen verdedigen. Zo wil het trouwens de Grondwet.


Niets daarvan, zeggen de Franstaligen met Reynders op kop, want zoiets willen getuigt van een confederalistische logica. Nou sommes demandeurs de rien.

En Peeters buigt het copernicaanse hoofd.

 

Een bijdrage van observator Ivan Lesage

Geen aandacht in Vlaamse pers voor jongste rel rond buitenlands beleid.
Kris Peeters had voor Vlaanderen een sterkere positie in het Europees beleid van België opgeëist. En die eis vindt Reynders blijkbaar ongehoord.

 

Geen enkele Vlaamse krant die het opmerkte, behalve dan De Tijd in een piepklein stukje. Maar de onderhandelingen over een herziening van de wijze waarop in België het Europees beleid tot stand komt, zijn geflopt. Zelfs De Tijd had geen oog meer voor het vervolg van dat verhaal, met de uitleg van Reynders in de Libre dat alle schuld voor de mislukking bij Kris Peeters ligt. Die eist volgens de Franstalige kranten dat Vlaanderen in de Belgische delegatie voor de Europese Raad – die van staats- en regeringsleiders – zou vertegenwoordigd zijn. ‘Zoiets is niet gezien in heel Europa’, aldus Reynders. Waarbij die feestelijk voorbijgaat aan het feit dat België al lang een speciaal geval is. Ondanks alle hoerageroep van de voorbije maanden over de Zesde Staatshervorming zijn de Belgische deelstaten dus niet eens drie plaatsen in die delegatie van enkele tientallen koppen waard – want uit zoveel raadgevers mag die delegatie bestaan. Koning Filip zal er eens zijn redevoering voor 21 juli van vorig jaar op moeten nalezen. Fout zat hij, met zijn inschatting van de verschuiving van het institutionele zwaartepunt in het land.

 

Een storm in een glas water? In het kader van het hoogste overlegorgaan voor het bepalen van het Belgisch buitenlands beleid, de Interministeriële Conferentie voor het Buitenlands Beleid, startten de federale overheid en de 'gefedereerde entiteiten' een hele tijd geleden gesprekken op over de organisatie van het Europees beleid. Dat gebeurde mee op vraag van de Vlaamse regering, maar ook met instemming van federale diplomaten die de nood aan aanpassingen en betere afspraken onderschreven. Niks fout mee, zou je denken. De bepaling van dat Europees beleid steunt op een overeenkomst tussen de onderdelen van de Belgische staat uit 1994. Dat die moet aangepast worden, ook aan de fameuze Zesde Staatshervorming, lijkt vanzelfsprekend.

 

In de Vierde Staatshervorming, die in de jaren '90 van België een federaal land maakte, was bedongen dat de Gewesten en Gemeenschappen de volle verantwoordelijkheid dragen voor alle materies waarvoor ze ook binnenlands de verantwoordelijkheid dragen. Dat werd gebald in het Latijnse adagium in foro interno, in foro externo. Neo-unitaristen zien in dit stukje grondwet intussen het Paard van Troje. Want de logica gebiedt dat elke nieuwe machtsoverdracht richting deelstaten automatisch ook resulteert in de parallelle verschuiving van externe bevoegdheden. Laat dat nu uiteraard behoudende krachten binnen de federale overheid een doorn in het oog zijn, want is het buitenlands beleid niet zowat hun dernier carré? Wat zitten die Vlamingen daar verder te neuzen?

 

Het minste dat je van de Zesde Staatshervorming kunt zeggen is dat ze een brokkelig geheel is. Er worden nogal wat middelen overgeheveld, maar van homogenisering van bevoegdheden, en dus een kans op de oude Vlaamse verzuchting van een beter bestuur - - valt niet veel te merken. Hoe dan ook drong Vlaanderen al lang op een herziening van het bestofte akkoord aan. Ook de Europese Unie zelf is de voorbije twintig jaar beduidend ingrijpender geworden. Beslissingen die de staats- en regeringsleiders in hun Europese Raad, of die de gewone ministers in de Raad van de Europese Unie vellen, hebben verregaande gevolgen voor de Vlaamse deelstaat. Om maar een zaak aan te halen: de hoogte van het Vlaamse budget, maar ook dat van onze provincies en grotere steden, wordt heden ten dage in belangrijke mate door de EU bepaald, in het kader van het sterkere toezicht van Europa op de lidstaten. Een van die maatregelen om de Unie in haar geheel, en de euro in het bijzonder, overeind te houden. Europese ambtenaren bepalen in niet geringe mate de grootte van het speelveld van de toekomstige Vlaamse regering – hoe autonoom die zich binnen België ook kan opstellen.

 

Consequent met het in de grondwet verankerde, hierboven beschreven principe, stelde de Vlaamse regering voor de onderhandelingen over het Europees beleid dan ook een reeks duidelijke eisen voorop. La Libre en Le Soir konden er de hand op leggen, al was er bepaald geen geheim mee gemoeid. Kris Peeters had de grote lijnen ervan al in zijn 11 juli-redevoering van 2012 vastgelegd. Vlaanderen vroeg gewoon meer inspraak bij het vastleggen van het Europees beleid, ook in cadans met allerlei institutionele verschuivingen binnen de Unie zelf. Volgens de Franstalige kranten wilde de Vlaamse regering aldus meer inzage in de winkel van de Europese Raad, maar vroeg ze vooral ook een grotere zeg in de Ecofin – de Raad Economische en Financiële Zaken, die een soort supervergadering is geworden, waar de besluitvorming van de Europese Raad wordt voorbereid. Vlaanderen eist ook dat federale diplomaten niet langer doorwegen in wat België op Europees niveau inzake havens en binnenscheepvaart vertelt, of inzake werk.

 

Allemaal heel billijk, gericht op een betere samenwerking tussen het Vlaamse en het federale niveau eigenlijk. Geen confederalisme maar het “coöperatief federalisme” dat de CD&V sinds de federale periode van Yves Leterme verkondigt. Maar niet zo volgens Reynders, de FOD Buitenlandse Zaken en – vermoedelijk – de bonzen in de andere federale ministeries dus. Die leggen daarmee meteen het voor hen zo verfoeilijke parallellisme tussen binnen- en buitenlandse bevoegdheden naast zich neer – iets wat zeker een harde kern onder de federale diplomaten nooit gepruimd heeft, overigens. En de Walen? Volgens de twee Franstalige bladen stonden die er bij en keken ze er naar – consignes van het kabinet-Di Rupo, kun je raden.

 

Al bij al dus een behoorlijk essentieel item – belangrijker voor de toekomst van het land dan het onnozele spelletje punten-uitdelen aan politici waar een krant als De Standaard haar lezers mee paait, of sterker nog: de neuzen- of cuberdons-oorlog in Gent, waar dagenlang aandacht naar ging. Vlamingen zijn het decennia gewoon dat in de grondwet verankerde principes in hun richting geen garantie geven op naleving. Als de toekomstige Vlaamse regering, en de Vlamingen in de federale regering, niet uit hun doppen kijken, zou ook het Vlaams buitenlands beleid de komende jaren wel eens verder onder druk komen te staan. Reynders is in deze niet aan zijn proefstuk. De zaak over zijn “economische raadgevers” – een aanfluiting van de bevoegdheid van de Gewesten over de buitenlandse handel - loopt nog altijd voor de Raad van State.

 

Download hier de PDF van dit artikel

Share this
delen

Het gat in de hand: over dotatieverstrekkers en shopaholics - Osceola (april 2014)

Heeft al dat staatshervormen Vlaanderen nu een beter begrotingsbeleid opgeleverd?

Derde aflevering: Wafelijzers – het probleem van het gemeenschappelijk fonds

 

Hier is Osceola weer. Hij weet dat België proberen te begrijpen soms is als uitglijden over een bananenschil: het kan de gezondheid ernstige schade toebrengen. Hoe komt het, vraagt hij zich af, dat Vlaanderen – tot jolijt van zijn linkse kunstminnende elite – ook na een halve eeuw staatshervormen nog altijd zo jammerlijk lijkt op het Belgique à Papa waarvan het willens nillens het adolescente kind is? Zoals een nooit volwassen geworden kroonprins?
Vlaanderen (en trouwens de andere Belgische G&G, Gewesten & Gemeenschappen): in feite al lang zo jong niet meer, maar nog altijd verslaafd aan de softdrugs van de dotaties.
Het antwoord is dat België helemaal geen gedecentraliseerd land is. Het is eerder zoals een gezin uit een sitcom waarin cynische pubers keer op keer de – geen wonder bijna lege – portemonnee van hun wilszwakke vader kapen. Aan de pubers kent men de ouders, en het zwakke België heeft zwakke deelstaten gebaard. Dat was naar alle waarschijnlijkheid ook de bedoeling. België is géén federale staat. En ook N-VA spreekt zich niet uit tegen dit unitaire dotatiesysteem.

 

Derde aflevering: het probleem van het gemeenschappelijk fonds, dat de wafelijzermentaliteit genereert, en dat de Franstaligen toelaat een spelletje te spelen met Vlaanderen.

Derde aflevering: Wafelijzers of het probleem van het gemeenschappelijk fonds (Common pool problem)

Tenminste aan Vlaamse kant was een van de motivaties voor begrotingsdecentralisatie in België – eerder dan het brengen van meer economische groei, het dada van De Grauwe – het oplossen van een veel prangender probleem: het Belgische ‘common pool problem’ – om opnieuw een term uit het begrotingsfederalisme te gebruiken. Unitair begrotingsbeleid kwam in België al te vaak neer op het betere ellebogenwerk in een Sovjet-supermarkt kort na openingstijd: ‘first come, first served’. Of om een meer actuele beeldspraak te gebruiken: op een ontbijtbuffet in een Egyptisch vakantie-resort vol Russen: hoe sneller je je bord leeg hebt, hoe groter je kans op een refill. Om al te scheve verdelingseffecten hiervan te vermijden koos men voor een Belgische oplossing: iedereen een refill, bord leeg of niet.

 

Een van de redenen dat we België in de 21ste eeuw begrotingsmatig nog altijd zinvol kunnen vergelijken met die andere begrotingsramp genaamd Italië is de wafelijzermentaliteit van het unitaire begrotingsbeleid van de jaren 60 en 70. Om maar één voorbeeld te geven: ‘we weten dat in een stadje als Antwerpen een metro totale onzin is, maar als wij hem niet bouwen, bouwen de Walen er twee’.

 

Welnu, met de keuze om de decentralisatie van België te financieren met dotaties en niet met belastingautonomie kwam het ‘common pool problem’ terug van nooit weggeweest. Het veelkoppige monster duikt deze keer op in de vorm van boterzachte begrotingen van individuele Belgische overheden. En je raadt het niet: met het common pool problem is ook het Belgische wafelijzer terug van nooit weggeweest. Immers, als de Franse Gemeenschap als ‘usual suspect’ weer eens een herfinanciering vroeg, dan kreeg die die natuurlijk pas als de Vlaamse Gemeenschap ook mocht aanschuiven. Dotatiefinanciering als permanente concretisering van het Belgische motto ‘de lat keer op keer zo laag leggen dat zelfs de allerzwakste erover kan’ (ooit mooi verwoord door een toen nog beloftevol West-Vlaams politicus uit de huidige institutionele meerderheid).

 

 

In écht gedecentraliseerde landen zoals de VS, Canada en Zwitserland is een hoge belastingautonomie voor de deelstaten meteen een waarschuwende vinger van de federale overheid, zeggende dat ze geen klachtenloket heeft.

 

 

 

Van keer op keer over zo’n lage lat springen werd ook de Vlaamse overheid zo dik als de vetten van Brueghel. Op den duur wist de Vlaamse overheid met al dat Sint-Michiels- en Lambermontgeld niet meer welke ‘cheques’ of kunstenaarssubsidies nog meer uit te vinden. En ze had al zoveel ambtenaren bij aangenomen (met vijftig dagen verlof per jaar want chequejes uitdelen is stresserend). Geen wonder dat Oosterweel al een tweede Antwerpse metro-debacle ‘waiting to happen’ is nog voor de eerste spade is gestoken. Al gaan de uitgaven van de G&G nog zo snel, de extra dotaties betalen ze wel.

 

Qué? ‘Vlaams Lambermont-geld teruggeven aan de burger’ opperde iemand voorzichtig vanop de achterste rij? Nee hoor, àlles werd uitgegeven (behalve de jobkorting, die werd teruggegeven.) Als Bert Anciaux had gekund, hij had zelfs de liefde gesubsidieerd.

 

Linkse vrienden van me maken zich in de kroeg graag vrolijk over het imago van dure irrelevantie van de Vlaamse overheid: ‘de chequejes die we zelf doen, doen we beter, haha’. Maar de Vlaamse overheid kan ‘het’ niet beter doen, omdat ze ‘het’ niet zelf doet: namelijk eerst met de pet rondgaan bij zijn burgers ter financiering van het beleid dat ze van plan is. Als gevolg daarvan is haar uitgavengedrag dat van een gemiddelde Latijns-Europese overheid.

 

Echter, de zesde staatshervorming is in die zin opmerkelijk dat in het Belgische wafelijzer deze keer geen plaats bleek voor een Vlaamse wafel, enkel voor een Brusselse – met slagroom – en een federale. Het voordeel van het recentste Belgische (mis)baksel is dat we nu al kunnen merken dat ‘l’exception bruxelloise’ (sommige Belgen zijn gelijker dan andere) niet alleen toenemende wrevel oogst in Vlaanderen maar ook in Wallonië.

 

Vives vergelijkt dit alles met de toestand in écht gedecentraliseerde landen, zoals de VS, Canada en Zwitserland. Daar is een hoge belastingautonomie voor de deelstaten meteen een waarschuwende vinger van de federale overheid, zeggende dat ze geen klachtenloket heeft. In de literatuur heet zulks een credible no-bailout commitment. Dat de deelstaten de autonomie hebben om zelf belangrijke belastingen te heffen vertelt hen tegelijkertijd dat de kans op periodieke dotatieverhogingen vanwege de federale overheid bijzonder klein is. ‘New York, get lost’ riep president Ford anno 1975 in zijn telefoon toen de burgemeester van de toen slechtst bestuurde stad van de VS naar Washington belde voor spoedhulp.

 

‘Ieder veegt voor eigen deur’ maakt in écht gedecentraliseerde landen het gezamenlijke begrotingstekort bijna irrelevant, te meer omdat het als het ware vanzelf verdwijnt. Voor de ouderen onder ons: Guy Mathot zaliger krijgt gelijk in landen waarin hij het nooit had verwacht. In pseudo-federaties als België daarentegen titelen de kranten om de haverklap over het never-ending schaduwgevecht tegen de zevenkoppige draak van het gezamenlijke begrotingstekort (zes G&G + één federale overheid): als je één van haar koppen afhakt, groeit er ‘als vanzelf’ (Mathot parafraserend) een andere aan. (Daarna gaat het dan in de krant over weer eens een spelletje zwartepieten tussen al die Belgische overheden over wie hoeveel van zijn tekort moet ‘wegwerken’.)

 

Béatrice Vallaeys, Libération-journaliste, 28 november 2007: ‘Als de Belgen België willen behouden, waarom kiezen ze dan niet voor een echt federalisme, op zijn Zwitsers? Ik weet dat de Franstaligen het er moeilijk mee hebben, maar alleen zo kan België blijven bestaan.’

 

Na pagina’s noeste analyse van de Belgische geschiedenis van begrotingsdecentralisatie zet Vives de landing in. Maar de lezer hoeft niet te hopen dat die even zacht is als de Belgische begrotingen. In België zal belastingautonomie ‘Swiss style’ of ‘Canadian style’ een mooie droom blijven. Immers, wie maakt in feite die aanhoudende keuze voor het Belgische systeem van dotatieverslaving? Vives wijst de ‘natuurlijke’ tegenstanders van belastingautonomie met de vinger. Een eerste is de Belgische federale overheid, die haar belastingmacht niet uit handen wil geven. (Al was het maar omdat die federale overheid drommels goed weet dat het wel eens game over zou kunnen zijn zodra ze die staatkundige steunpilaar zou lossen.) Een tweede tegenstander zijn uiteraard de Franstalige G&G met hun zwakkere belastinggrondslag. Zij vinden in het federale niveau een objectieve bondgenoot om Vlaanderen echt federalisme te blijven ontzeggen. (Hallo Kris Peeters, PS niet aanwezig in Vlaanderen?)

 

Hoe ernstig de dotatieverslaving ook is, zij blijft in België hopeloos. Een Belgisch begrotingsfederalisme gebaseerd op belastingautonomie mag dan wel nodig zijn, het lijkt desalniettemin onmogelijk.

 

Dit is de laatste aflevering van Osceola’s essay Het gat in de hand. Een pdf van net volledige essay vindt u hierbij.

Share this
delen

Het gat in de hand: over dotatieverstrekkers en shopaholics - Osceola (april 2014)

Heeft al dat staatshervormen Vlaanderen nu een beter begrotingsbeleid opgeleverd?

Tweede aflevering: het weke budget

 

Hier is Osceola weer. Hij weet dat België proberen te begrijpen soms is als uitglijden over een bananenschil: het kan de gezondheid ernstige schade toebrengen. Hoe komt het, vraagt hij zich af, dat Vlaanderen – tot jolijt van zijn linkse kunstminnende elite – ook na een halve eeuw staatshervormen nog altijd zo jammerlijk lijkt op het Belgique à Papa waarvan het willens nillens het adolescente kind is? Zoals een nooit volwassen geworden kroonprins?
Vlaanderen (en trouwens de andere Belgische G&G, Gewesten & Gemeenschappen): in feite al lang zo jong niet meer, maar nog altijd verslaafd aan de softdrugs van de dotaties.
Het antwoord is dat België helemaal geen gedecentraliseerd land is. Het is eerder zoals een gezin uit een sitcom waarin cynische pubers keer op keer de – geen wonder bijna lege – portemonnee van hun wilszwakke vader kapen. Aan de pubers kent men de ouders, en het zwakke België heeft zwakke deelstaten gebaard. Dat was naar alle waarschijnlijkheid ook de bedoeling. België is géén federale staat. En ook N-VA spreekt zich niet uit tegen dit unitaire dotatiesysteem.

 

Tweede aflevering: het weke budget-effect, of het effect van de opgeblazen tekorten, dat de G&G toelaat een spelletje te spelen met de federale overheid.

Tweede aflevering: Soft budget effect en opgeblazen tekorten

Maar een dotatie kan nog een ander fenomeen met zich meebrengen dan opgeblazen uitgaven: opgeblazen tekorten. De grote dotatie-afhankelijkheid van de G&G in België maakt dat het begrotingsbeleid van de G&G al sinds het ontstaan van de Bijzondere Financieringswet in 1989 gericht is op het gedrag van de federale overheid. Het is een afhankelijkheid die je zou kunnen vergelijken met de open hand waarmee sommige adolescenten in het huis van hun ouders rondlopen, terwijl ze even goed hun uitgaansleventjes zouden kunnen betalen met een bijbaantje aan de kassa van een supermarkt. Dergelijke afwezigheid van een eigen begrotingsbeleid van de G&G in België is voor Vives een argument om België ook na zes staatshervormingen nog altijd als een pseudo-federatie te beschouwen.

 

Bepaalde Belgische overheden hebben sinds 1989 namelijk periodes van verslechtering van hun begrotingssaldo’s afgewisseld met brutale aankondigingen dat ze dat saldo niet zouden verbeteren zolang hun dotaties niet zouden worden verhoogd. Met de internationale empirische literatuur over het effect van een ‘zachte begroting’ in het achterhoofd geprent, koestert Vives het grijze vermoeden dat voorbije hogere begrotingstekorten van individuele Belgische overheden sinds 1989 wel eens tactisch zouden kunnen geweest zijn. Met andere woorden, ze zouden kunnen zijn opgelopen door de G&G in de verwachting daardoor extra dotaties uit te lokken van de federale overheid. ‘Een nee heb je, een ja kan je krijgen’ denkt de adolescent, en ze trekt nog eens een zo zielig mogelijk snoetje terwijl ze naar haar moeder stapt. Terwijl het flypaper effect erop neerkomt dat dotatiefinanciering de deelstaatoverheden toestaat verstoppertje te spelen met hun eigen kiezers, komt het soft budget effect erop neer dat de deelstaatoverheden verstoppertje kunnen spelen met hun dotatieverstrekker (de federale overheid).

 

In België werden sinds de hervorming van 1989 extra dotaties beslist voor de Gemeenschappen in 1993 – na stakingen in het Franstalige onderwijs die Ecolo groot hebben gemaakt – en in 2001 – de zogenaamde Lambermont-hervorming. Deze laatste hervorming werd in feite al in 1999 beklonken, naar verluidt na een paar nachtelijke onderhandelingen onder een dichte rook van sigaren. Er werd ‘smeergeld’ aan het opnieuw amechtige Franstalige onderwijs uitgedeeld in ruil voor het premierschap van Guy Verhofstadt.

 

Kers op de taart was de herfinanciering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 2013 (‘correcte financiering’ protesteert de Vlaamse institutionele meerderheid in koor met de Franstaligen). Het Brussels Gewest had het vorige decennium de belastingvruchten van zijn vastgoed-‘boom’ die als appels in haar schoot vielen, prompt weer langs ramen en deuren naar buiten gesmeten. Toen het vastgoedfeestje voorbij was – de kater komt altijd later – uitte VLD-minister van Financiën van het Brussels Gewest Jean-Luc Vanraes perfect getimed in het midden van de beruchte 541 regeringloze dagen schaamteloos het dreigement dat alleen extra dotaties in staat zouden zijn het gapende gat in zijn begroting te dichten. En zie, hoewel iedereen zag dat keizer-bedelaar Brussel naakt was, werd zijn bede prompt verhoord.

 

Wat interessant is aan de Vives-studie is dat ze ook de herfinanciering van de federale overheid door middel van de zesde staatshervorming door de bril van het ‘soft budget effect’ bekijkt. Ook de federale overheid zou immers haar begrotingstekorten – opgelopen sinds de toetreding van België tot de Euro – vanuit tactisch oogpunt opgestapeld kunnen hebben, maar dan met het oog op een vermindering van haar dotaties aan de G&G. VLD was nog niet zo lang aan de macht gekomen via de peperdure Lambermont-hervorming, of hun éminences grises – Herman Decroo, Luc Coene, Patrick Dewael – begonnen al in het midden van het vorige decennium van de daken te schreeuwen dat ‘de federale badkuip leegloopt’. Maar wacht eens even? Als dat al zo was, dan hadden zij toch mee de stop eruit getrokken? Boeven die zichzelf komen aangeven zijn altijd grappig. 

 

 

Aan de pubers kent men hun ouders, en buigzame dotatieverstrekkers maken shopaholics van hun dotatie-ontvangers.

 

 


‘Et voilà’, een globale vermindering van de federale dotaties aan de G&G zij na lang federaal zeuren beslist geworden in 2013. (‘This must be Belgium’: pas als de G&G-patiënt grondig verslaafd is, haalt men hem van het infuus.) ‘Om de vergrijzing te kunnen betalen’, orakelt CD&V-voorzitter Beke, terwijl de OESO van ex-CD&V-er Leterme België al jaren aan een stuk op de strafbank zet wegens hardnekkig jonge gepensioneerden en even hardnekkig oplopende ‘sociale’ uitgaven. Ook voor dergelijk ‘schuldig verzuim’ bestaat een geijkte term in de literatuur over het begrotingsfederalisme: ‘moral hazard’. In goed Nederlands: ‘het risico op immoreel gedrag’. In België is Sinterklaas in staat van dementie: wie stout is krijgt lekkers, wie braaf is de roe.

 

Vives drukt zich voorzichtig uit als het vreest dat de opeenvolgende dotatieverhogingen als antwoord op opgelopen begrotingstekorten van de G&G hebben geleid tot een verslechtering van het globale Belgische begrotingssaldo. Paradoxaal genoeg zal ook de dotatievermindering van 2013 in het voordeel van de federale overheid tot diezelfde verslechtering leiden. Vives verwijst opnieuw naar de empirische literatuur inzake begrotingsfederalisme, die voor verschillende landen, onder meer Duitsland, Spanje en Zweden, een vicieuze cirkel heeft aangetoond. Deze bestaat erin dat een nieuwe dotatie uitgelokt door de verkrijger ervan (en ook een dotatievermindering uitgelokt door de verstrekker ervan) in een context van een ‘zachte begroting’ op zijn beurt juist nog de context van een ‘zachte begroting’ versterkt. Begrotingstekorten die erin slagen extra dotaties te genereren, leiden tot nieuwe begrotingstekorten. Zachte begrotingen maken stinkende wonden. Een adolescent die erin geslaagd is haar moeder te doen geloven dat ze zakgeld tekort heeft, trekt euforisch op shopping-rooftocht na eerst een ‘gat in haar hand’ te hebben gemaakt, want er is goede hoop dat dit gat ook de volgende keer gevuld zal worden. Het geheugen van dementerende ouders is kort. Het eeuwig cynische en verwende zoontje Sheridan uit de klassieker ‘Keeping up appearances’ belt zijn eeuwig naïeve moeder vanuit de grote stad maar om één reden. Aan de pubers kent men hun ouders, en buigzame dotatieverstrekkers maken shopaholics van hun dotatie-ontvangers.

 

Vervolg in de derde aflevering: Wafelijzers of het probleem van het gemeenschappelijk fonds. 

Hierbij een pdf van Osceola’s volledige essay

Share this
delen
Website approval: 
7291
Partner: 
1