Het tweede Gravensteenmanifest: Meer solidariteit door gelijkwaardigheid

Op 22 februari 2008 publiceerde de Gravensteengroep haar eerste manifest. Daarin sprak zij haar gehechtheid aan het principe van de solidariteit uit. De samenhang van solidariteit en wederzijds respect vormt de basiswaarde van een rechtvaardige maatschappij. Institutionele hervormingen moeten de realisatie van dergelijke waarden dichterbij brengen.

In een tijd van toenemend individualisme is solidariteit de beste garantie om de kloof tussen arm en rijk, tussen individu en gemeenschap, tussen staten en regio's te overbruggen. Eensgezindheid over dit nobele ideaal lijkt vanzelfsprekend. Maar een nauwkeurige analyse van het principe en de toepassing ervan toont aan dat de verwezenlijking van een authentieke solidariteit in onze samenleving steeds moeilijker wordt. Uitgerekend ter verdediging van de solidariteit wil de Gravensteengroep het vaak foutieve en lege gebruik van het begrip aan de orde stellen, meer bepaald door wie voorbijgaat aan fundamenteel democratische principes.

In de loop van de geschiedenis krijgt het begrip solidariteit verschillende betekenissen, wat een slordig en manipulatief gebruik in de hand werkt. Aan het einde van de achttiende eeuw betekent solidariteit de wederzijdse morele verplichting van personen voor en tegenover elkaar. Tijdens de Franse Revolutie is ze synoniem voor 'broederlijkheid'. Naast de principes van 'vrijheid' en 'gelijkheid' wordt de broederlijkheid de derde grote waarde van de Verlichting en de moderniteit. Vanaf het midden van de negentiende eeuw geraakt de term ingeburgerd in de sociale emancipatiestrijd, wanneer arbeiders staken uit solidariteit met hun lotgenoten elders. Het socialisme van de drie opeenvolgende "Internationales" beschouwt die grensoverschrijdende solidariteit als één van de vaste pijlers van de maatschappelijke ontvoogding. Toch schiet deze solidariteit van bij de aanvang schromelijk tekort jegens de 'verworpenen der aarde' in de Europese kolonies. Uiteindelijk worden in Europa, na de beide wereldoorlogen, systemen van Sociale Zekerheid opgebouwd, die echter uitsluitend op nationale basis functioneren. Deze laatste, reële beperking van de solidariteit tot de eigen natie, vormt onmiskenbaar een minpunt ten opzichte van het 19de-eeuwse principe. Zo overstijgt de solidariteit weliswaar de fabrieksmuren, maar blijft ze tegelijk structureel binnen de landsgrenzen gevat. Buiten die grenzen geldt slechts de aloude "liefdadigheid".

In een context van geleidelijke verbrokkeling van de verzorgingsstaat wordt aan de term solidariteit steeds vaker een wisselende inhoud toegekend. Paus Johannes Paulus II maakt in 1987 van de solidariteit opnieuw een christelijke deugd, nl. die van wederzijdse morele verantwoordelijkheid. Zowel het 'Verdrag van Maastricht' (1992) als 'Een Grondwet voor Europa' (2004) verheffen de solidariteit tot basisprincipe. Maar de teksten blijven uiterst vaag over de vraag hoe die verplichting tussen overheid en burgers moet worden geregeld. Regeringsleiders hebben in naam van de solidariteit tijdens de voorbije jaren ongehinderd maatregelen genomen - bijv. inzake fiscaliteit - die allesbehalve ten goede komen aan wie echt solidariteit behoeft. Het begrip is inmiddels zozeer moreel beladen, dat elke kritische analyse ervan onmogelijk wordt en de politieke discussie erover verstomt.

Solidariteit moet de relatie tussen individu en maatschappij regelen. Zij vormt een reactie tegen het vooropstellen van het eigen belang en betekent een bewuste keuze voor de verbondenheid met anderen. Het solidariteitsprincipe stoelt op de idee van gelijkwaardigheid en verdraagzaamheid. Het veronderstelt wederkerigheid en vrijwilligheid. Wie zich solidair verklaart, aanvaardt een gedeelde verantwoordelijkheid, vanuit het diepe morele besef dat het normaal is dat wij de medemens hulp bieden, wanneer wij daartoe in staat zijn. In een solidaire samenleving wordt louter liefdadigheid vervangen door een sociale structuur, die niet zomaar het leed verzacht, maar ook en vooral de economische en politieke ongelijkheden aanpakt, die van dat leed de oorzaak vormen.

Vanuit die beschouwingen wordt duidelijk hoe principieel de Gravensteengroep is in haar verdediging van de solidariteit. Maar dit principe wordt in de huidige Belgische context misbruikt. Wie in dit land durft te pleiten voor het verder ontwikkelen van de regionale solidariteit, die vandaag één van de wezenlijke voorwaarden vormt voor het behoud van de solidariteit in België, wordt bij voorbaat verdacht gemaakt. Wie daarentegen in naam van de solidariteit de historisch vergroeide en beperkende structuren verdedigt, werpt zich graag op als de verdediger van de sociale democratie.
Is het dan niet aangewezen dat Vlaanderen solidair is met Wallonië, met Brussel? Jazeker. Dit is trouwens ook een sociologisch en economisch feit. Maar leven in gelijkwaardigheid en verbondenheid veronderstelt meer dan sociaal-economische solidariteit alleen. Een gelijkwaardige en solidaire samenleving is immers niet realiseerbaar zonder politieke transparantie en zonder politieke solidariteit. Wie sociale solidariteit verwacht, maar tegelijk de politieke solidariteit hypothekeert, ondermijnt zelf, als eerste, het principe van de solidariteit. Dit ontwricht de democratie.

In dit land zijn institutionele hervormingen hoogdringend. Het naast elkaar bestaan van deelstaten, als gelijkwaardige partners, biedt mogelijke garanties voor een reële én realiseerbare solidariteit, voor een op maat gemaakte invulling van regionale behoeften en individuele noden, en voor het aanpassen van onze sociale zekerheid aan nieuwe internationale uitdagingen. De overdracht van sociale, fiscale en economische kernbevoegdheden zal de inwoners van dit land in staat stellen om beter, op een democratische en gelijkwaardige manier, samen te werken.

Tijdens de crisis van de afgelopen maanden werd ons ten onrechte voorgehouden dat 'meer Vlaanderen' tegelijk 'minder Wallonië' betekent. Die voorstelling van zaken zal de spanningen slechts doen toenemen, tot het wellicht te laat zal zijn voor een redelijke en op wederzijds respect gebaseerde oplossing. De oplossing van communautaire problemen moet politici aanzetten tot transparantie omtrent hun solidaire intenties, en dit zowel op het vlak van de politieke, de sociale als de regionale solidariteit.


 

Gent, 27 april 2008

Klik hier voor de PDF-versie van het manifest.