Het zevende Gravensteenmanifest: Ontgrendel de democratie

De Vlamingen, en meer bepaald twee Vlaamse partijen, krijgen vandaag de zwarte piet toegeschoven als vermeende verantwoordelijken voor het vastlopen van de preformatie. Het is echter de vraag of een eerbaar compromis wel haalbaar is als één gemeenschap telkens weer haar eigen bescherming afdwingt ten koste van de wettelijkheid, van de democratie, of van de territoriale en culturele integriteit van de andere gemeenschap.

 

De parlementaire democratie in België is immers al verlamd sinds de verkiezingen van 2007. Mechanismen, bedoeld om de Franstalige gemeenschap grondwettelijke bescherming te bieden, hebben er mede toe geleid dat de wil van de democratische meerderheid in dit land permanent wordt afgeblokt. De duur van de regeringsonderhandelingen alleen al wijst precies daarop.

 

Ironisch genoeg wordt deze voortdurende institutionele blokkering verantwoord met het argument dat ze de solidariteit redt en de consensus beschermt, terwijl het enige effect is dat alles bij het oude blijft. Het Belgische consensusmodel verbergt vandaag een diepgeworteld conservatisme. Op die manier verbrokkelt het politieke draagvlak van de Belgische samenleving zienderogen. Daardoor wordt ook de basis voor de solidariteit op federaal vlak onderuit gehaald.

 

De Gravensteengroep stelt drie onderhandelingsprincipes voor. Deze principes zijn niet nieuw; ze vormen de grondslag van de resoluties van het Vlaamse parlement, en van het programma en de recentere Octopusnota van de Vlaamse regering. Volgens de Groep vormen ze ook de noodzakelijke voorwaarden voor een democratische toekomst voor België.

 

De Gravensteengroep roept alle Belgische democratische partijen, dus ook de Franstalige, nogmaals op om deze principes te onderschrijven.

 

Het eerste principe is dat van de territorialiteit, die eens eens en voorgoed erkend moet worden als het unieke politieke fundament van deze staat, zoals dat ook het geval is in de Zwitserse federatie.

 

Daaruit volgt onmiddellijk het principe van de niet-inmenging. Vlaamse onderhandelaars stellen geen enkele eis ten voordele van Vlamingen die zich in Wallonië vestigen of gevestigd hebben. Franstalige onderhandelaars stellen geen enkele eis ten voordele van de Franstaligen die zich in Vlaanderen vestigen of gevestigd hebben. Deze twee uitspraken vormen samen een perfect egalitair en rechtvaardig geheel. Niemand doet hier een "toegeving".

 

Om de Vlaamse gevoeligheid duidelijker te illustreren moeten we onze Franstalige landgenoten wijzen op de 'Loi 101' van Québec. Vervang in die wettekst de woorden 'Québécois' door 'Vlaming' en 'langue française' door 'Nederlands', en men leest als vertaling:

 

"Het Vlaamse Parlement erkent het verlangen van de Vlamingen om de kwaliteit en de uitstraling van het Nederlands te beschermen. Het is daarom vastbesloten om de positie van het Nederlands als officiële taal en als gerechtstaal van Vlaanderen te verzekeren. Bovendien moet het Nederlands de gebruikelijke taal zijn van de werkplek, het onderwijs, de communicatie, de handel en de ondernemingswereld."

 

Dus ook de werkplek in Halle en Dilbeek, ook de sociale woning in Vilvoorde, ook de handel in Liedekerke of Overijse, ook de industrie in Diegem en Zaventem. Meer algemeen wil dit zeggen dat de Gravensteengroep het expansionistisch nationalisme van de Franstaligen veroordeelt.

 

Het derde principe, het gelijkheidsbeginsel, moet onverkort op de Brusselse situatie worden toegepast. Welke positie Brussel in een toekomstige Belgische 'confederatie' of 'unie' ook wordt toegekend, ze moet in ieder geval berusten op de ondubbelzinnige en actieve invulling van het gelijkheidsbeginsel. Dat betekent dat Brussel als hoofdstad van Europa, als stadsgewest in België en als ankerpunt van de Vlaamse en Waalse economie een duidelijk en in de dagelijkse praktijk herkenbaar tweetalig statuut behoudt. Dat betekent verder dat zowel de Nederlandse als de Franse cultuur er actief gesteund moeten worden. Dat betekent tenslotte dat cultuur, onderwijs, gezondheidszorg en andere persoonsgebonden aspecten van het maatschappelijke leven geen exclusieve Brusselse bevoegdheden kunnen zijn. Als Brussel de hoofdstad van de Belgische staat wil zijn, moet het zich schikken naar de democratische en solidaire principes van een Belgische confederatie of unie. Zoniet, dan is er sprake van Brussels separatisme.

 

De Gravensteengroep vraagt aan alle partijen in België, boven of onder de taalgrens, dat ze kenbaar zouden maken of ze deze drie principes van democratisch overleg steunen.

 

Daarenboven doet de groep een meer specifieke oproep tot het Vlaamse parlement. De groep ziet namelijk een noodzakelijk verband tussen deze onderhandelingsprincipes en de boven vermelde institutionele blokkeringsmechanismen, die zijn vastgelegd in de Belgische Grondwet. Er is tot nog toe geen enkele ernstige aanwijzing voor de (Franstalige) angst dat de Vlaamse meerderheid haar macht zou gebruiken voor andere dan democratische doeleinden. Andersom heeft de Franstalige minderheid nog geen enkel hoopgevend teken gegeven van haar bereidheid om haar grondwettelijke blokkeringsmacht voor andere dan oneigenlijke doeleinden aan te wenden.

 

Indien nu zou blijken dat de Franstalige partijen de drie democratische onderhandelingsprincipes niet kunnen of willen onderschrijven, meent de Gravensteengroep dat de Vlaamse parlementsleden de institutionele blokkeringsmechanismen, besloten in de Belgische grondwet, eenzijdig moeten opzeggen als signaal dat ze het herstel van de parlementaire democratie in België ernstig nemen.

 

 

Klik hier voor de PDF-versie van het zevende manifest.
Klik hier voor de officiële Franse vertaling van het zevende manifest - version en français
Klik hier voor de Engelse vertaling van het zevende manifest - English version